Het bosje snijgras en de ginseng

Eens, heel veel later, toen de mensen net zo blind waren als nu, trok een bosje snijgras de wereld in. Het stapte langs het walstro naar de stad. Toen hij onderweg op de menselijke spraak stuitte die door een slordevos was verloren, bond hij die vóór, en besloot zich voor kwakzalver uit te geven. In een weiland mengde hij koeienflats met water uit een sloot en vulde daar dozijnen flesjes mee. Hij plakte etiketten en schreef erop `Ginseng-drank'. Zoals iedereen weet is ginseng een elixer dat helpt tegen alle kwalen.

Hij klom op een kist op de markt en riep: ,,Houweelwater uit het verre oosten. Maar drie uilen.''

,,Ginseng, beste mensen'', riep het bosje snijgras. ,,Geneest zelfs van doktoren. Tegen oogontsteking en instorting van de zenuwen.''

De komst van de kwakzalver sprak zich voort en de mensen haastten zich naar de markt, want ginseng-drank, dat weet zelfs het snijgras, wekt bij wijze van spreken stenen tot leven.

,,Vloek en vlek van de geest en de goten'', riep de fake kwakzalver, ,,genees''.

De uilen stapelden zich op bij het bosje en de flesjes vlogen weg, zoals even later de mensen naar hun huizen. Meteen raakten ze vreselijk aan de dunne, want koeienflats geneest niet echt van zenuwinstorting en kalknagels. Maar ook toen vond je zelfs in koeienpoep nog altijd heilzame stoffen.

En op hun terugkeer naar de stad, waar ze verhaal wilden halen bij het bosje snijgras, dat trouwens allang verwelkt was, viel de mensen de groenheid van het gras en de heerlijke geur van het walstro op, zodat hun grote woede verging. Ze keerden hun karren, onder de halve zon, en gingen terug.

(Schaadt iets misschien, het kan soms ook baten.)