Geen steunbetuiging, wel steun aan VS

Nederland moet bij Irak kiezen tussen het afzijdige Franse en Duitse standpunt of de harde opstelling van de VS. Het kabinet tekent geen steunbetuiging aan de VS, maar geeft wel steun.

Het VVD-Tweede Kamerlid Van Aartsen noemde het gisteren ,,te gek voor woorden'' dat het demissionaire kabinet de brief van acht Europese leiders met een steunbetuiging aan president Bush voor diens Irak-beleid niet heeft ondertekend. ,,Naar mijn oordeel is dit schadelijk voor de Nederlandse positie'', hield de altijd sterk Atlantisch gerichte oud-minister van Buitenlandse Zaken zijn opvolger De Hoop Scheffer voor.

Het kabinet stond voor een lastig dilemma, toen het afgelopen weekeinde de brief kreeg voorgelegd. Zette premier Balkenende zijn handtekening, dan zou dat bij de Europese bondgenoten Duitsland en Frankrijk niet goed vallen. Die zouden de brief zelf niet tekenen en willen een minder agressieve opstelling jegens Irak dan de Verenigde Staten. Door niet te tekenen riskeerde Nederland echter de gram van Washington te wekken, dat de solidartiteitsbetuiging van een aantal Europese landen immers zeer op prijs stelde.

Balkenende en De Hoop Scheffer legden de Kamer gisteren tijdens een spoeddebat uit dat ze op zichzelf geen bezwaren tegen de inhoud van de brief hadden. ,,Ik vind het als instrument minder geschikt om zo de discussie over Irak te voeren'', stelde Balkenende echter. ,,Door het sturen van deze brief wordt de verdeeldheid (in Europa, red) geëtaleerd.''

In Washington was intussen wel bekend, zo probeerde De Hoop Scheffer de VVD gerust te stellen, dat Nederland natuurlijk nog steeds pal achter de VS stond.

De SGP'er Van der Staaij wees er echter fijntjes op dat uit het feit dat Nederland niet heeft getekend nu a contrario kan worden afgeleid dat Nederland het niet eens is met de boodschap van de brief. Wat het kabinet verder ook beweert, Nederland zit in hetzelfde schuitje als de niet-ondertekenaars Duitsland en Frankrijk, die uitgesproken sceptisch staan tegenover het Amerikaanse Irak-beleid. In het zelfde schuitje ook als `het oude Europa', zoals de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld dat schamper aanduidde.

Dat laatste stemde PvdA-woordvoerder Koenders overigens eerder verheugd. Hij betoogde dat Nederland in het bijzonder toenadering zou moeten zoeken tot Frankrijk, dat volgens hem een sleutelrol kan spelen bij het vinden van een gezamenlijk Europees Irak-beleid.

De keuze van het kabinet om de belangen van de Europese eenheid te laten prevaleren boven een steunbetuiging aan president Bush zal in Washington intussen goed zijn genoteerd. Weliswaar heeft de Amerikaanse regering zich in het openbaar tot dusverre onthouden van commentaar, maar er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken dat Washington hiermee niet blij is. Alle steun voor het Amerikaanse Irak-beleid is op het ogenblik immers welkom, ook al is Nederland nog zo'n klein land.

Het is de tweede keer in korte tijd dat Washington even zijn wenkbrauwen over Nederland kan fronsen. Vorige week werd bekend dat Nederland in december een Brits verzoek had afgewezen om samen een vlootoefening in het oostelijk deel van de Middellandse Zee te houden. De Britten hadden daarmee kennelijk de bedoeling indirect enige extra druk op Irak uit te oefenen.

Van militaire manoeuvres zo dicht bij het crisis-gebied in het Midden-Oosten zou echter ,,een verkeerd politiek signaal'' kunnen uitgaan, meenden de ministers Kamp (Defensie, VVD) en De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken, CDA).

,,We moeten niet worden meegezogen in een besluitvorming, die door anderen wordt bepaald'', zei Kamp gisteren tegen deze krant ter verklaring van de Nederlandse weigering aan het adres van Londen. ,,Daar doe ik niet aan mee. Dat is niet in het belang van het land.''

Het behoedzame optreden van Nederland in de Irak-kwestie van de laatste weken ademt een andere geest dan de krachtige taal, die het kabinet in september nog bezigde. Als een der eersten in Europa riep premier Balkenende toen dat Irak ,,keihard'' moest worden aangepakt. ,,Saddam Hussein roept het onheil over zichzelf af'', stelde hij in een vraaggesprek met het ANP. Ook minister De Hoop Scheffer koos toen een harde opstelling. Nog voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een nieuwe resolutie had aangenomen, zinspeelde De Hoop Scheffer al openlijk op het gebruik van geweld tegen Irak.

Intussen blijft het kabinet wel nadrukkelijk achter zijn eerdere besluit staan om, op Amerikaans verzoek, mee te doen aan de militaire planning van een mogelijke oorlog tegen Irak. In dit verband denkt Nederland aan de inzet van Patriot-raketinstallaties voor luchtafweer in Turkije of Israël. Het doel van deze planning is de druk op Irak hoog te houden.

De linkse partijen, PvdA, GroenLinks, SP en D66, spraken gisteren hun afkeuring uit over deze planningsactiviteiten, die volgens hen neerkomen op het voorbereiden van een oorlog.

De Hoop Scheffer ontkende dit echter in alle toonaarden. Het kabinet zal in een later stadium hoe dan ook ,,een eigenstandig besluit'' nemen of het wel of niet een oorlog tegen Irak steunt. En met die verzekering kon de meerderheid van de Kamer gisteravond leven. En aangenomen mag worden dat ook Washington daarvan niet opkijkt.

    • Floris van Straaten