Geen begin zonder einde

De tweede roman van Loes Wouterson, Begin, doet enigszins denken aan de allereerste van Connie Palmen, De wetten. In beide romans draait het om een vrouw die bevestiging zoekt bij mannen. In beide romans wordt ook veel en hevig nagedacht. Alleen de manier van vertellen verschilt nogal. Anders dan Palmen die het patent heeft op de korte, krachtige, spreektalige zin, drukt Wouterson zich uit in typische schrijftaal. Zoals in De wetten de filosofiestudente Marie een reeks minnaars afwerkt om te ontdekken wie zij zelf is, zo deelt Woutersons heldin Femmy – actrice en filmregisseuse – in zeven achtereenvolgende nachten het bed met zeven verschillende mannen. Zo komt zij tot nieuwe inzichten over zichzelf en het leven.

Femmy's oorspronkelijke plan om aan haar `schandelijk lamentabele bestaan' een eind te maken, laat ze na die week varen. Kennelijk was ze nog niet helemaal rijp voor een `balanssuïcide', zoals ze het zelf noemt, een weloverwogen zelfmoord. Zij huivert bij de gedachte aan een wilde sprong voor de trein, met alle onsmakelijke gevolgen van dien. Haar leven, zo oordeelt ze bij nader inzien, is niet lamentabel genoeg en ook te onbelangrijk om er voortijdig een punt achter te zetten. Bovendien wordt al gauw duidelijk dat de week vol onbeschermde vrijages – met Rainer, Joost, Johan, Jurgen, Frits, Maup en Jaap – die bedoeld was om afscheid te nemen, tot nieuw leven heeft geleid. Geen einde dus, maar een nieuw begin. Een DNA-test zal moeten uitwijzen wie van de potentiële vaders de echte is.

Loes Wouterson lijkt zich in haar nog prille schrijverschap te willen specialiseren in één genre: dat van de overlevingsroman. In haar debuut, De tweede geschiedenis (2000), stond een 33-jarige vrouw niet alleen voor de opgave om af te rekenen met een ongelukkige jeugd en een slechte verhouding, maar moest zij ook nog een strijd op leven en dood voeren met een malafide therapeut. Als glorieuze overwinnaar kwam zij tenslotte uit deze strijd te voorschijn.

Ook in Begin wordt, na veel erotisch en ander geharrewar, een klinkend slotakkoord bereikt. Femmy bezingt haar nieuwe rol als moeder en betuigt haar liefde voor de nieuwe man in haar leven: haar zoontje Beer. Maar deze keer wil het happy end niet erg overtuigen. Teveel onhelder gefilosofeer over leven, kunst, werkelijkheid en waarheid gaat eraan vooraf. Wat in De tweede geschiedenis al enigszins stoorde (de theatrale toon, het humorloze gedenk, de zwaarwichtige woordkeus, de dorre dialogen) is hier tot volle wasdom gekomen, zonder de verzachtende omstandigheid van zoiets als een innerlijke noodzaak, zoals in het debuut wél het geval was. Van de eerste tot de laatste bladzijde wekt Begin een onechte indruk. Over kunst wordt bijvoorbeeld, tijdens het eten van een kroketje, opgemerkt dat `de politiek [...] haar als luxeartikel heeft gelabeld.' Een van de vriendjes van Femmy geeft als reden voor zijn vertrek dat hij bij haar niet `tot verwezenlijking' van zijn `volledige potentieel' kan komen, zonder dat hier ironie in het spel lijkt te zijn. Ook Femmy zelf krijgt loodzware zinnen in de mond gelegd. Als ze probeert uit te leggen waarom ze niet van geroddel houdt, dan zegt ze: `Maar waar het mensen aanging, vond ik altijd dat de complexiteit van het subject het rechtvaardigde dat ik ieder mens onbevooroordeeld tegemoet trad en mijn eigen mening vormde.'

Het grootste bezwaar tegen deze roman is wel dat het fundament ontbreekt. Nergens wordt aannemelijk gemaakt waarom deze hoofdpersoon met zelfmoordgedachten rondloopt. Femmy noemt haar bestaan lamentabel, maar van wanhoop, depressie of existentiële twijfel valt niets te bespeuren. Wie niet met Woutersons heldin kan meegaan in haar verlangen naar het einde, kan zich ook niet met haar verheugen in een nieuw begin.

Loes Wouterson: Begin. De Bezige Bij, 199 blz. €17,50

    • Janet Luis