De rhinoceros en de olifant

I

Van horen zeggen dacht Dürer het te weten.

Het schetsje van een ooggetuige wees

bovendien nog uit: dit is geen fabeltje

maar, zwart op wit, de realiteit.

Gewoon een beest op vier poten,

wat dikker dan gebruikelijk, maar ja,

er viel dan ook heel wat te torsen

aan lederhosen, pantsers en corsetten,

elkaar verdringend om een borstkuras

met pokkeputjes (geen kogel kwam er ooit

doorheen), oren wantrouwig gespitst,

een oog dat loert: wee wie daar lacht

om dat opzichtige geslacht voorop

zijn neus. Was er een voorgevoel van

jagers die zo'n tot bot verstard orgaan

tot poeder zouden wrijven, medicijn dat

naar verluidt in slappe tijden bijstand

biedt? De meester heeft het in hard hout

voor altijd vastgelegd en afgedrukt.

Zoiets verzin je niet.

II

Wat is er verder nog aan faits divers?

In vijftien-vijftien kwam het dier,

geschonken door de Indiase missie,

in Portugal aan. Het nam de mare

met zich mee dat het, geconfronteerd

met olifanten, altijd die andere

kolos verjagen zou. In de arena

van Lisboa werd dit uitgeprobeerd

en kijk, die met de slurf was gauw

verslagen.

Toen het zwaarlijvige speeltje verveelde

werd het weer ingescheept, dit keer

om paus Leo X te behagen. Maar met man,

muis en rhino verging het schip. In

mid-Italië spoelde het beest toen aan.

Iemand die de stank verdroeg zette het op

en zo werd Zijne Heiligheid toch nog

bereikt.

Er is geen verhaal van hoe het hof

in Rome reageerde. Wel weten wij nog

wat het volk van paus Leo vond:

`Hij kwam als een vos, regeerde als

leeuw en sloop weg als een hond.'

III

Nadien waren in heel Europa

nog veel neushoorns te zien.

In Madrid stootte er zelfs een

een karos vol edelen om, waarna

de koning hem de ogen uit liet steken.

Ook kunstenaars bekeken het dier

en tekenden het uit, en bijna nooit

zoals het was, maar zoals Dürer

het ooit niet had gezien en toch

had vastgelegd: als fabeldier.

ENVOI

God kan het zo raar niet verzinnen

of een kunstenaar zal 't van Hem winnen.

    • J. Eijkelboom