De praktijk is een soap

Boos, bozer, boost dat waren huisartsen de afgelopen jaren meestal in het openbaar. Boos vanwege de hoge werkdruk, boos om gestegen arbeidsongeschiktheidspremies en boos vanwege de vele en in hun ogen onderbetaalde avond- en weekenddiensten. Indruk maakte die boosheid wel, misschien omdat huisartsen normaal nogal kalm zijn. Het effect was dat binnen een jaar overal in het land huisartsenposten zijn opgezet, zodat een huisarts nu misschien nog maar eens per maand dienst heeft, en daarvoor krijgt hij bovendien meer geld dan voorheen. Maar de boosheid is gebleven, het lijkt wel alsof hij zich heeft vastgezet in de ruggengraat van de huisarts.

Misschien is dat de reden waarom de in Kopstoot gebundelde columns van Har Meijer, huisarts in Leiden, zo aangenaam zijn om te lezen. Eindelijk eens een huisarts die niet praat over geld en die niet tobt over zijn vak. Vijfendertig jaar houdt Meijer al praktijk in het centrum van Leiden en hij heeft de tijd van zijn leven. Zozeer dat hij bij zijn pensionering, een paar jaar geleden, besloot gewoon te blijven werken. En dat begrijp je dankzij zijn columns, die eerder verschenen in het Leidsch Dagblad. Daarin figureert steeds een andere patiënt, want waar anders dan in de praktijk zal hij zoveel mooie verhalen te horen krijgen? Hij is als een soapkijker, die elke dag naar zijn favoriete serie móet kijken, omdat de levens van de hoofdpersonen langzaam verweven zijn geraakt met het zijne.

Meijers patiënten worden na verloop van tijd familieleden, mensen die hem maar blijven intrigeren. Hij windt zich op als de patiënt van middelbare leeftijd Viagra-injecties wil voor zijn minnares – in plaats van voor zijn echtgenote. Hij heeft verdriet als een dierbare patiënte doodgaat aan kanker. En hij is opgetogen als die ongewild kinderloze vrouw tóch onverwacht zwanger blijkt.

Deze betrokkenheid zorgt er ook voor dat Meijer zich intensief bemoeit met andere zaken van zijn patiënten. De een bezorgt hij een baantje, voor een ander belt hij de wethouder om woonruimte te regelen. Een onverwacht bezoekje op zondagmiddag, thuis bij de patiënt over wie hij zich zorgen maakt, is geen uitzondering. Dat Meijer zo'n bemoeial is, vergeef je hem: elke pater familias heeft zijn minpuntje. De huidige generatie huisartsen, die een scherpe scheiding trekt tussen werk en privé-leven, is makkelijker te begrijpen. Maar een ouderwetse huisarts als Meijer, die je gewoon thuis mag bellen als er iets is, heeft iets van een onverwachte verrukking, waarvan je niet wist dat hij nog bestond. Eén keer toont Meijer zich overigens toch even een modern huisarts, als hij foetert op Els Borst, die Viagra niet in het ziekenfondspakket opnam. Maar mocht de oud-minister onverwacht naar Leiden verhuizen, dan neemt Meijer haar ongetwijfeld liefdevol op in zijn parochie.

Har Meijer: Kopstoot en andere praktijkverhalen. Boekhandel De Kler, 117 blz. €11,95

    • Rentsje de Gruyter