Zonder bloesem geen geluk

Het is bijna feest, maar mevrouw Dien kan wel huilen. Want uitgerekend die ene dag waarvoor de Vietnamese alleenstaande moeder het hele jaar heel hard werkt, komt deze keer te vroeg. Nieuwjaarsdag volgens de maankalender – Tet in Vietnam, Chinees Nieuwjaar daarbuiten – valt dit jaar op 1 februari. ,,Het had twee weken later moeten zijn'', zegt Nguyen Thi Dien bedroefd, ,,kijk naar mijn takken, er komt nog niets.''

De 53-jarige Dien verbouwt perzikbloesem in Nhat Tan, een voorstadje van Hanoi, de hoofdstad van Vietnam. Nhat Tan is het nationale centrum voor perzikbloesem (dao). De complete bevolking van honderden kwekers werkt jaar in jaar uit uitsluitend voor Tet op een veld van bijna dertig hectare aan perzikbomen waar echter geen perzik aan groeit. Want het gaat om de takken.

In het noorden moet elk Vietnamees gezin, hoe arm ook, zo'n tak met roze bloemetjes in huis hebben voordat Tet begint. In het zuiden zijn de bloemen geel van de bloesem van abrikoos (mai). Voor noord en zuid geldt een dao- of mai-tak als een minimaal noodzakelijke voorwaarde voor een nieuw jaar vol geluk, vrede en veiligheid. Een taxichauffeur of boer telt soms een maandsalaris neer voor één tak. Rijkere gezinnen zoeken ruim van tevoren een hele boom uit en betalen daar normaal gesproken minstens een half miljoen Vietnamese dong (35 euro) voor.

Maar niet dit jaar. ,,We hebben het hier zo koud gehad'', legt Dien uit. In het noorden hebben uitzonderlijk lage temperaturen tot acht graden boven nul veel van haar boompjes verpest. En de meeste knopjes aan de twijgen die nog net wél verkoopbaar zijn, zullen niet op tijd openspringen. Dien wist niet wat ze moest doen met dat ongebruikelijke weer. Omgaan met kou is de Vietnamezen sowieso niet gegeven, getuige de moonboots die al in het straatbeeld van Hanoi verschijnen als de temperatuur zakt naar plus tien graden Celsius.

De dik ingepakte Dien moet takken gaan verkopen waar, als ze geluk heeft, twee, misschien drie bloemen aan zitten. Voor hooguit de helft van de prijs. Het belooft dan ook een jaar van diepe armoede te worden voor haar en haar twee verstandelijk en lichamelijk gehandicapte zonen. ,,Agent Orange'', verklaart Dien. De voormalige soldaat van het communistische Noord-Vietnamese leger en de twee (vertrokken) vaders van haar zonen zijn gedurende de Vietnam-oorlog vele malen besproeid met Agent Orange, het ontbladeringsmiddel met dioxine waarvan de Amerikanen 72 miljoen liter over Vietnam hebben uitgestort.

Een man slaat met een ijzeren hamer op de manshoge huls van een nimmer ontplofte Amerikaanse bom die met de punt naar boven in een driepoot hangt. De bom slaat elf uur, tijd voor de lunch. Met sombere gezichten sjokken de kwekers door de onafzienbare vlakte van kale bruinrode bomen. Maar meneer Thi werkt door. Zijn kwekerij wijkt af van de anderen, want behalve perzikbloesem verbouwt hij ook mandarijnenboompjes.

Ogenschijnlijk is er niets mis met de anderhalve meter hoge boompjes: tussen de diepgroene bladeren glimmen een stuk of twintig feloranje mandarijnen. ,,Maar de hele boom had vól moeten hangen met vruchten'', klaagt de kweker terwijl een goed gekleed jong stel hand-in-hand tussen zijn boompjes loopt op zoek naar het exemplaar voor dit jaar. ,,Een mandarijnboompje is extra'', legt Luong Van Thong uit. ,,Want dat brengt alleen rijkdom'', maakt zijn vrouw de zin af, ,,maar daar heb je niets aan zonder geluk, een perzikbloesemtak dus.''

Het stel geeft een spoedcollege Tet. Ze vertellen dat een Vietnamees zijn hele jaar op het nieuwjaarsfeest richt. Iedereen besteedt er meer geld aan dan hij eigenlijk heeft. Prijzen worden soms verdubbeld, maar dat hoort erbij. Want ingetogen aan het nieuwe jaar beginnen brengt ongeluk. Dus krijgen huizen en wegen een opknapbeurt en steekt iedereen zich in nieuwe kleren.

Daarin zitten Vietnamezen in hun huizen na nieuwjaarsnacht te wachten op hun eerste gast, want diens gesteldheid bepaalt de kwaliteit van het komende jaar. ,,Dus, vooral geen sombere, arme, oude mannen of zwangere vrouwen'', waarschuwt Thong. ,,Een succesvolle, blanke buitenlandse man is goed'', vult zijn vrouw weer aan, ,,vooral als hij een geit is, want dit wordt het jaar van de geit.'' Dan heeft kweker Thi er genoeg van: ,,Goed, voor 300.000 dong mag je dit boompje hebben.'' Opgetogen haalt Thong de omgerekend twintig euro uit zijn portemonnee. ,,Goed! Vorig jaar betaalden we bijna een miljoen.''

    • Robert Giebels