WHO: een kolos als politieke speelbal

Een huisbewaarder, geen vernieuwer. De Zuid-Koreaan dr. Jong Wook Lee wordt de nieuwe baas van de WHO. Dankzij steun van de VS, Noord-Korea en Iran.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geldt als een bureaucratische organisatie waar niemand openlijk zijn mening over het weer geeft zonder goedkeuring van zijn baas. Teleurgestelde ex-medewerkers noemen het hoofdkantoor in Genève inefficiënt, ondemocratisch en een mannenbastion. Het Britse medisch blad The Lancet schreef dat veel functionarissen voornamelijk in hun belastingvrije bankrekening en hun Mercedes met blauw nummerbord zijn geïnteresseerd.

Maar het VN-instituut is ook de belangrijkste gezondheidsorganisatie ter wereld, met bijna 3.500 stafleden en 192 lidstaten, verantwoordelijk voor mondiale gezondheidsprogramma's en versterking van de gezondheidszorg waar ook ter wereld. De WHO heeft kinderverlamming helpen uitroeien. De organisatie geldt ook als baken van vooruitgang en hoop.

In de 55 jaar dat de WHO bestaat, is ze bejubeld en verguisd. Haar aanzien was het grootst in de jaren zeventig toen ze politiek en wetenschappelijk indruk maakte met haar campagne Gezondheidszorg voor iedereen. Daarna verloor de organisatie veel van haar autoriteit door beschuldigingen van wanbeleid en corruptie. ,,Een plaats waar goeie ideeën heen gaan om te sterven.'' Zo noemde The Lancet het hoofdkantoor in die tijd.

De huidige directeur-generaal, de Noorse ex-premier dr. Gro Harlem Brundtland, heeft die neergang gekeerd. Zij heeft de organisatie ingrijpend hervormd. Zij bracht gezondheidszorg weer terug op de politieke agenda. Dat deed ze met een rapport waarin werd aangetoond dat gezondheidszorg armoe helpt verminderen, economische ontwikkeling versnelt en mondiale veiligheid vergroot. Dat deed ze door zich rechtstreeks tot politici te wenden, wat haar als ex-bewindsvrouw makkelijker afging dan haar voorgangers die allemaal carrière hadden gemaakt binnen de WHO. Maar ze oogstte ook kritiek omdat ze altijd diplomatiek bleef tegen zelfzuchtige donorlanden en omdat ze de banden aantrok met de farmaceutische industrie. Volgens critici gaf de organisatie daarmee haar geloofwaardigheid op.

De 32 lidstaten die de bestuurscommissie vormen van de WHO, kozen dinsdag als haar opvolger een man die minder op de voorgrond zal treden en plooibaarder zal zijn. De 57-jarige Zuid-Koreaan dr. Jong Wook Lee, die al bijna twintig jaar bij de WHO werkt en hoofd van het tuberculoseprogramma is. Een huisbewaarder. Geen aanklager. Geen vernieuwer. Hij versloeg in de slotronde met 17 tegen 15 stemmen de Belg dr. Peter Piot, die het aidsprogramma van de Verenigde Naties leidt. Jong Wook Lee kreeg daarbij de steun van de Verenigde Staten en van twee landen die volgens de VS tot de `As van het Kwaad' behoren: Noord-Korea en Iran.

Bij benoemingen op topposities van de VN spelen altijd historische, geografische, maar vooral politieke overwegingen een rol. Nadat de post eerder was bezet door Canada, Brazilië, Denemarken, Japan en Noorwegen, gokten de koffiedikkijkers dit keer op een Afrikaan. Maar Afrika vergooide zijn kansen door met twee kandidaten te komen en verdeeld te stemmen. Daarna vonden de Amerikaanse vrijemarktdenkers en de Aziatische bureaucraten elkaar.

Hoofdredacteur Richard Horton van The Lancet wees afgelopen weekend op de gezondheidscrisis in de wereld, met een aidsepidemie en een vloedgolf van armoe- en rijkeluisziekten. Hij noemde het een plicht van een nieuwe directeur-generaal de rijke landen aan te spreken op hun laks gedrag. Van de gekozen compromis-Koreaan mag dat niet worden verwacht. als baken van vooruitgang en hoop

    • Dick Wittenberg