Strak schema proces Volkert van der G.

De inhoudelijke behandeling van de rechtszaak tegen Volkert van der G., verdacht van de moord op Pim Fortuyn, begint op 27 maart.

Dat heeft de Amsterdamse rechtbank gistermiddag bepaald op de derde zogeheten pro-formazitting van de strafzaak.

De rechters besloten tot het vaststellen van een strak tijdschema na een lange discussie over het gedragskundig onderzoek naar Van der G. door het Pieter Baan Centrum (PBC), de psychiatrische observatiekliniek van Justitie in Utrecht.

Het onderzoek heeft vertraging opgelopen wegens aanvankelijke verschillen van inzicht tussen het ministerie van Justitie en het PBC. Maar tijdens de zitting bleek gisteren dat de problemen zijn opgelost. Van der G. zal deelnemen aan de groepsobservaties in het PBC. Het cameratoezicht is vervangen door nachtelijke controles door bewakers.

Omdat er door de discussies tijd verloren is gegaan, vroeg het PBC drie weken extra voor het onderzoek. De rechtbank beperkte dat echter tot twee weken en bepaalde dat het eindrapport uiterlijk 21 maart klaar moet zijn. Het verzoek van Van der G's raadslieden om, na uitkomst van het PBC-rapport, twee weken de tijd te krijgen voor bestudering werd afgewezen.

Gisteren bleek dat er nog een complicatie in het te volgen tijdschema schuilt. Van der G.'s raadsman S. Franken attendeerde de rechtbank erop dat een plaatsing in het PBC wettelijk niet langer dan zeven weken mag duren. De rechtbank volgde hem daarin en besloot dat de opname van Van der G. in het PBC uiterlijk 23 februari moet zijn afgesloten.

Als de observatie binnen die termijn niet is afgerond, moet deze worden voortgezet in het huis van bewaring, aldus de rechtbank, tenzij Van der G. ,,uitdrukkelijk instemt met een langer verblijf in het PBC''.

De rechtbank wees verder nog twee verzoeken van de verdediging voor het horen van getuigen toe. Het gaat om een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut en om voorzitter H. van den Haak van de gelijknamige commissie die de veiligheid van Fortuyn onderzocht.

Zij zullen vóór 27 maart bij de rechter-commissaris worden gehoord.