Saddam vreest zwakte strijdmakkers

Het Iraakse leiderschap toont zich overtuigd van de standvastigheid van de bevolking in de strijd tegen de vijand. Maar voor het eerst wordt nu gewaarschuwd tegen verraad.

Irak heeft de Amerikaanse waarschuwingen aan zijn adres en de duidelijk zichtbare voorbereidingen op een snel naderbij komende oorlog tot dusverre het hoofd geboden met bezweringen van zijn onschuld, afgewisseld met tegendreigementen.

`Pure leugens' zijn de beschuldigingen dat het stiekem werkt aan massavernietigingswapens of banden met het moslimextremistische terreurnetwerk Al-Qaeda onderhoudt. En als de Amerikaanse soldaten en hun Britse bondgenoten toch in de aanval mochten gaan, gaan ze een verschrikkelijke dood tegemoet. ,,Ze zullen worden verwezen naar een lot in de hel, wat inderdaad een beklagenswaardig lot is'' (de krant Babel van Saddam Husseins oudste zoon Uday).

Maar te midden van de dagelijkse stroom uitdagende verklaringen kroop deze week voor het eerst een onzekere noot in de Iraakse officiële uitlatingen: de mogelijkheid van verraad kwam ter sprake.

De `Leider-strijder' Saddam Hussein, speciaal doelwit van de Amerikaanse regering, laat zich tegenwoordig met grote regelmaat zien bij zijn legereenheden, die hem dan informeren over hun oneindige liefde en trouw, aldus de officiële Iraakse media, en over hun voorbereidingen om de agressors en hun huurlingen af te slaan. Saddam, `moge God over hem waken', prijst dan hun enthousiasme, vertelt dat ze zeker zullen winnen en doet de groeten aan alle andere soldaten en aan hun families.

Drie dagen geleden hield Saddam in dat kader een ontmoeting – de locatie wordt om redenen van veiligheid nooit meegedeeld – met hoge officieren. De bijeenkomst begon met een officier die patriottische gedichten voordroeg rond Saddam als `redder van de natie en ridder van alle ridders'. Na de gebruikelijke plichtplegingen – ,,Vrezen de Irakezen iets? De Irakezen vrezen niets'' – begon Saddam over het ondenkbare: verraad. ,,Verraad is een eerloze daad'', zei hij. ,,Verraad is een eerloze daad'', herhaalde hij. ,,Het jaagt geen angst aan. Maar in tijden van onachtzaamheid, kan het een verraderlijke daad produceren.''

,,Ik maak me geen zorgen'', verzekerde hij, ,,en u moet dat ook niet doen.'' ,,Verraders zijn te zwak in een confrontatie met het volk dat oprechtheid, geloof, fanatisme en patriottisme in zijn borst heeft verankerd. Verraad is het toppunt van zwakte.'' Maar toch is waakzaamheid geboden: ,,U moet de legitieme en gepaste waakzaamheid betrachten.''

Beginnen de aanhoudende Amerikaanse inspanningen om verdeeldheid te zaaien tussen het Iraakse leiderschap en de bevolking, met dreigementen en met beloften van amnestie via radio-uitzendingen, met pamfletten en per e-mail, dan toch te werken? In elk geval maken ze kennelijk genoeg indruk om tijdens de bijeenkomst uitdrukkelijk vermeld te worden door ene kapitein Kazim Hannun Anbar. [Vervolg IRAK: pagina 5]

IRAK

Provocerende pamfletten

[Vervolg van pagina 1] Kapitein Kazim Hannun Anbar sprak van de ,,vijandige en provocerende'' pamfletten die door Amerikaanse en Britse gevechtsvliegtuigen boven Zuid-Irak worden afgeworpen ,,om het volk op te zetten tegen uw leiderschap''. De Iraakse president stelde hem gerust. ,,Zij denken dat ons volk ernaar verlangt om hun pamfletten te lezen. Sommigen geloven misschien dat onze mensen de instructies zullen volgen die in hun pamfletten worden gemeld. Maar dat is helaas een grote illusie in de geest van de vijand.''

Kapitein Anbar vertelde Saddam dat de lokale bevolking de pamfletten verzamelt en ze bij partijorganisaties en het leger inlevert, ,,binnen seconden of minuten''. Maar Saddam had een beter plan: ,,U had een massafestival moeten organiseren om ze te verzamelen, te verbranden en te vertrappen.''

Aan het slot van de bijeenkomst waarschuwde Saddam nóg een keer: ,,U hoort een heleboel. En als die praatjes slecht worden geïnterpreteerd, zou dat een uitwerking op Irak kunnen hebben. Maar we hopen dat God hen en hun kwaad zal weghouden.''

De ontmoeting met de officieren werd in detail uitgezonden door de staatstelevisie (inclusief Saddams opmerking: ,,Met u praten is zoet. Laten we nu samen op de foto gaan'') en de kranten weidden er de volgende dag over uit. Dat is geen toeval in het streng gecontroleerde land van Saddam Hussein.

Er zijn tot dusver nauwelijks overlopers gemeld uit het Iraakse regime, dat toch collectief met de dood wordt bedreigd als het tot oorlog komt. Maar het leiderschap begint zich zorgen te maken.

    • Carolien Roelants