Rembrandt ontdekt

Museum het Rembrandthuis in Amsterdam presenteert vandaag een tot dusverre onbekend schilderij van Rembrandt. Het is een zelfportret, afkomstig uit een Franse privé-collectie. Het doek is recentelijk gerestaureerd in het kader van het Rembrandt Research Project, dat het als een eigenhandige Rembrandt zal opnemen in het binnenkort te verschijnen vierde deel van zijn publicatiereeks A Corpus of Rembrandt Paintings.

Het schilderij toont een busteportret van de schilder, die zijn besnorde gelaat tot de beschouwer wendt. De baret op zijn halflange haar beschaduwt zijn ogen, waardoor in het gezicht een subtiel spel van licht en donker ontstaat. Rechtsonder op de achtergrond zijn Rembrandts naam en het jaartal 1634 te lezen.

Een uit 1935 daterende foto van het schilderij, nog vóór de restauratie, toont een tronie van een welgedane man met een grotere snor en weelderiger haardos, gekleed in een fantasiekostuum met hoge fluwelen muts en een bontmantel met kettingen om de hals. Door de vele overschilderingen, die deels al in de jaren vijftig zijn verwijderd, viel niet meer op te maken dat het hier een Rembrandt betrof. [Vervolg REMBRANDT: pagina 10]

REMBRANDT

Hypothese over portretten

[Vervolg van pagina 1] Nu de overschilderingen die de figuur grotendeels aan het oog onttrokken, zijn verwijderd, is Rembrandts signatuur pas serieus te nemen. De pasteuze stijl waarin de overschilderingen waren aangebracht was een karikatuur van die van Rembrandt. Achteraf gezien is het een gelukkige omstandigheid dat nieuwsgierige eigenaren al in de loop van de 20ste eeuw gedeelten van de overschilderingen hebben laten verwijderen en daarmee goede argumenten hebben geleverd om de laatste resten nu dan ook maar weg te halen. De huidige restauratie-ethiek is terughoudender in het verwijderen van toevoegingen aan kunstwerken – zeker als het, zoals in dit geval, overschilderingen betreft uit de 17de eeuw, hoogstwaarschijnlijk zelfs onder Rembrandts ogen en met diens goedkeuring aangebracht.

In het tijdschrift Kroniek van het Rembrandthuis schrijft projectleider Ernst van de Wetering dat het opduiken van een puntgave Rembrandt onder een schilderij dat op zijn best een zwak atelierproduct mag heten, kan leiden tot een hypothese die ook verklaart waarom onder sommige andere zelfportretten van Rembrandt ook vroegere versies schuil lijken te gaan. Zelfportretten waren handelswaar en reclame: de klant kon ter plekke beoordelen hoe knap de gelijkenis met de maker – die er in levenden lijve naast stond – wel was. Verouderde portretten leken niet meer op de schilder, bleven onverkocht en werden daarom getransformeerd tot een andere voorstelling. De `nieuwe' Rembrandt is tot 16 maart te zien in het Rembrandthuis.