Rampdag

Een ware onheilsdag was het gisteren voor de Nederlandse justitie. Een gijzelingsactie met dodelijke afloop plus een gewonde officier van justitie in het Paleis van Justitie in Arnhem, een steekincident in de gevangenis van Leeuwarden die een medewerkster het leven kostte en een verdachte die na zijn vonnis voor de ogen van de rechtbank te Assen zichzelf van het leven trachtte te beroven.

Dergelijke extreme gebeurtenissen behoren gelukkig tot de uitzonderingen. Maar ze gaven, zeker in combinatie, aanleiding tot een oproep van het terecht geschokte College van Procureurs-Generaal tot een debat over de beveiliging van justitiële medewerkers. Toch is de discussie er niet mee gediend wanneer de incidenten op één hoop worden gegooid. Het regime in een gevangenis is van een andere orde dan de huisregels van een in principe openbaar gebouw als een paleis van justitie.

De rampdag van gisteren wijst daar ook op. De sleutelvraag is hoe het kan gebeuren dat gedetineerden beschikken over wapens. Een klassieke vraag voor het gevangeniswezen, waarin gedetineerden welhaast per definitie de tijd aan zichzelf hebben om snode plannen uit te broeden – of het nu ontsnapping is of gijzeling of een wanhoopsdaad. Het antwoord is altijd een afweging tussen geboden waakzaamheid en het risico van een overreactie, het spreekwoordelijke `hogedrukpaneffect' dat het gevaar van een uitbarsting onnodig opjaagt.

Het grootste punt van zorg is de basale veiligheid van de openbare rechtspleging. Dit vraagt zijn eigen afweging. De openbaarheid van de rechtspleging is een groot goed. Voor de zogeheten megazaken tegen de zware en/of georganiseerde criminaliteit zijn speciale voorzieningen getroffen. Deze zijn niet zonder meer uit te breiden tot de reguliere rechtszaken zonder een verlies van de elementaire toegankelijkheid die van levensbelang is voor justitie.

De uitbarsting van gisteren staat niet op zichzelf. Steeds meer mensen krijgen in hun werk te maken met uitbarstingen van agressiviteit. De politie heeft daar al langer weet van, maar ook medewerkers van sociale diensten of zelfs (huis)artsen. Het functioneren van openbare voorzieningen wordt daar onherroepelijk door beïnvloed. De voornaamste opdracht na de schokkende dag van gisteren is het hoofd koel te houden en een zorgvuldige analyse te maken van wat er precies is misgegaan.