Ontvoering Stambolic: de mist trekt op

In 2000 verdween een van Servië's toppolitici spoorloos. Deze week werd duidelijk dat hij werd vermoord – en door wie. En met wiens medeweten. Of: in wiens opdracht?

Op vrijdag 25 augustus 2000, om negen uur 's ochtends, verliet Ivan Stambolic zijn huis in de Belgradose voorstad Košutnjak om, als elke ochtend, in een park te gaan joggen. Een passant zag hem toen hij even uitblies op een bank. De passant zag ook dat een witte bestelwagen naast de bank stopte. Toen de bestelwagen optrok, was de man op de bank verdwenen. Van Ivan Stambolic is sindsdien nooit meer iets vernomen.

Er werd in die late zomer van 2000 heel wat gespeculeerd over de mysterieuze verdwijning van Ivan Stambolic, premier (1980-82), partijchef (1984-86) en president (1986-87) van Servië. Hij was tientallen jaren lang boezemvriend, mentor, beschermheer en als kum (huwelijksgetuige) zelfs een soort bloedbroeder van Slobodan Miloševic.

En hij was door Miloševic verraden: in 1987 vestigde Miloševic zich als alleenheerser van Servië door af te rekenen met zijn leermeester en beschermheer. Stambolic werd op listige manier uitgerangeerd en zijn antinationalistische beleid werd ingeruild voor de nationalistische hysterie waarmee Miloševic de ondergang van het oude Joegoslavië inluidde. ,,Als iemand 25 jaar tegen je rug aankijkt, is het te begrijpen dat hij op een zeker moment de neiging krijgt er een mes in te steken'', zei Stambolic er later over.

Stambolic mocht nog even president blijven en verdween toen uit de politiek. Dertien jaar later, in 2000, kondigde hij zijn terugkeer aan: hij wilde deelnemen aan de Joegoslavische presidentsverkiezingen. Had zijn mysterieuze verdwijning op 25 augustus 2000 te maken met die voorgenomen comeback? Niemand die het wist. Pas nu, ruim twee jaar later, komt langzaam maar zeker helderheid in de zaak.

Eerder deze maand begon de Servische premier Zoran Djindjic met een grote schoonmaak in de Servische geheime dienst, de BIA, en de vele reguliere politiediensten. Die schoonmaak heeft te maken met Djindjic' pogingen zijn controle over de veiligheidsdiensten uit te bouwen en zijn positie te verstevigen nu Joegoslavië op het punt staat plaats te maken voor een nieuw land, de losse unie van Servië en Montenegro.

Djindjic' schoonmaak heeft zo ongeveer het effect van een stok waarmee een mierenhoop wordt omgewoeld – geen wonder eigenlijk, gezien het feit dat in de tijd van Slobodan Miloševic de politiediensten, de geheime diensten, de speciale veiligheidsdiensten, milities, maffiaclans en smokkelnetwerken onlosmakelijk met elkaar verweven zijn geraakt. Militiechefs waren of werden politici en omgekeerd, politiechefs waren of werden maffiabazen en omgekeerd. Nog steeds is Belgrado – zo zei dinsdag de Servische minister van Binnenlandse Zaken Mihajlovic – ,,een grote jungle''.

Milorad Lukovic, alias Legija, ex-lid van het Franse Vreemdelingenlegioen, was ten tijde van Miloševic chef van de Rode Baretten, ofwel de Speciale Operatie Eenheid (JSO), een elite-eenheid van de Servische geheime dienst die heel wat smerig werk opknapte in Kroatië, Bosnië en Kosovo. In oktober 2000 verried Lukovic zijn broodheer door de Servische oppositie onder leiding van Zoran Djindjic en Vojislav Koštunica in staat te stellen Miloševic te wippen en aan de macht te komen. Later begon Lukovic voor zichzelf, als maffiabaas.

Als zodanig kreeg hij het aan de stok met een collega, Ljubiša Buha, alias Cume, een maffiabaas uit de Belgradose voorstad Surcin, die volgens sommige bronnen goede banden onderhoudt met Djindjic. Nu de premier de bezem haalt door de geheime dienst BIA, en daarbij onder andere de vice-directeur van de BIA (vroeger tweede man van Lukovic' JSO) ontsloeg, komen de verhalen los.

Zo is Lukovic de afgelopen dagen beschuldigd van de ontvoering van talrijke opposanten van Miloševic, onder wie Ivan Stambolic. Ljubiša Buha zei dinsdag tegen het Servische blad Blic dat in het witte bestelbusje dat op die 25ste augustus 2000 in dat park naast Stambolic stopte, vier politiemannen zaten. Drie van hen trokken Stambolic het busje in, dat vervolgens linea recta naar de Avala-berg even buiten Belgrado werd gereden. Daar werd Stambolic met een nekschot vermoord en daar ook werd hij begraven. Leider van de operatie was – volgens Buha – politieman Dušan Spasojevic, de vierde man in het busje, in opdracht van Lukovic en Rade Markovic, chef van de geheime dienst. Spasojevic leidt nu naar verluidt een maffiagroep in Zemun, een andere voorstad van Belgrado.

Er liep bij de ontvoering iets mis. De passant had het nummer van het bestelbusje genoteerd en doorgegeven aan de politie, waar dat nummerbord natuurlijk werd herkend als behorend bij een auto van de politie. Lukovic kreeg daarvoor – zegt Buha – ongenadig op zijn donder van Rade Markovic: hij had voor de operatie het nummerbord moeten vervangen. Ironisch genoeg werd later hetzelfde politiebusje gebruikt bij de arrestatie van Miloševic.

Volgens Buha wist Miloševic van de liquidatie van Stambolic: ,,Legija [Lukovic] zei dat Miloševic en Markovic hem altijd belden. Legija was in constant contact met Slobo. (-) Miloševic werd altijd op de hoogte gebracht van elke liquidatie. Alle geheimen berusten bij hem.'' Of dat betekent dat Miloševic ook opdracht heeft gegeven tot de liquidatie mag de Servische justitie uitzoeken. Gisteren gaf de openbare aanklager in Belgrado de politie opdracht Buha's uitlatingen te onderzoeken.

    • Peter Michielsen