Hond: de beursspiraal

De lage beurskoersen treffen de pensioenfondsen en levensverzekeraars hard. Hun reactie op de koersval kan op zijn beurt de rest van de beurs weer drukken.

Niet alleen pensioenfondsen lopen grote risico's bij dalende beurskoersen. De afgelopen maanden zijn beleggers hardhandig gewezen op de risico's die levensverzekeraars lopen nu het klimaat op de internationale beurzen sterk is verslechterd. Sinds begin dit jaar zijn de koersen van Europese levensverzekeraars met 14,9 procent gekelderd. Dat is veel meer dan de 8,4 procent die de beurskoersen in Europa gemiddeld naar beneden moesten.

Die overgevoeligheid is logisch. Levenbedrijven zijn grote beleggers. Naarmate het beursklimaat gunstiger wordt, maken zij overwinsten op het verschil tussen de feitelijke beurskoersen en de uitkeringen die zij hun cliënten hebben toegezegd. Maar als, zoals nu, sprake is van blijvende zwakte op de internationale beurzen, dan gebeurt het tegenovergestelde.

De dalende beurskoersen en de levensector beïnvloeden elkaar op verschillende manieren. Allereerst staat op dit moment de winstgevendheid van levensverzekeraars op de tocht. Dat betekent dat koersen van de verzekeraars zelf fors dalen. Omdat de sector, door de langdurige stijging van de beurskoersen in de jaren negentig een forse en even langdurige winstgroei kon laten zien, kregen aandelen van levensverzekeraars een hoge waardering op de beurs. Dat maakt de koersval nu extra diep. In de tweede helft van de jaren negentig bedroeg de gemiddelde koers-winstverhouding van levensverzekeraars in Europa rond de 25, die van de beurzen als geheel rond de 18. Op dit moment zijn de koerswinstverhouding van de beurs als geheel, en van de levensector vrijwel hetzelfde. Concerns die scherp aan de wind zeilden, waaronder met name Aegon, blijken extra gevoelig. Aegons koers-winstverhouding piekte begin 1999 op 49,5, en is nu terug op 8,5. De aandelen verloren sindsdien bijna viervijfde van hun waarde. Gisteren werd bekend dat boze beleggers een procedure beginnen tegen Aegon, omdat zij vinden dat het concern te rooskleurig was over de winstontwikkeling in 2002.

De wisselwerking tussen verzekeraars en de beurs gaat verder. De verschillende nationale toezichthouders op de verzekeringssector kunnen hun levensverzekeraars verplichten een deel van hun aandelenbezit te verkopen. Zo hebben die kasgeld genoeg om hun toezeggingen aan hun cliënten na te kunnen blijven komen, of perken zij hun risicoprofiel in. De regels zijn in elk land anders, maar het probleem is universeel. De dalende beurskoersen zorgen voor extra aandelenverkopen door verzekeraars op de beurs, zodat er makkelijk een neerwaartse spiraal kan ontstaan.

Ten derde is het niet ondenkbaar dat verzekeraars hun geslonken kapitaal zullen moeten aanvullen. En dat kan alleen door zelf nieuwe aandelen uit te geven. ING – met een majeure levensverzekeringstak – stond de afgelopen week onder druk nadat bestuurvoorzitter Kist vorige week woensdag zei dat ING bij een koersdaling op de wereldwijde beurzen van 10 tot 15 procent zijn vermogen zou moeten gaan versterken. Toen de koersen daarna bleven afkalven, rees op de beurzen het spookbeeld van een vloed aan verse ING-aandelen.

Zo trekken de beurzen en de verzekeraars elkaar naar beneden, en een eenvoudige oplossing is er niet. Tenzij de beurskoersen weer duurzaam gaan stijgen. Maar er is geen ondernemingsbestuurder meer die daar zonder meer op mag rekenen. De politieke krachten die op dit moment het internationale beursklimaat beïnvloeden liggen zeer ver boven zijn competentie.

    • Maarten Schinkel