Herinneringen

De watersnoodramp van 1953 is een vrijwel witte plek in mijn herinnering. Opgewonden stemmen op de radio, verslagenheid in de huiskamer, en later, veel later, beelden in de bioscoop van het Polygoon-journaal. Dat is alles.

Zes jaar was ik, te jong nog om onder de indruk te raken van verre rampen. Alleen wat dichtbij kwam, was écht gebeurd. De trein met Hongaarse vluchtelingen die drie jaar later bij Venlo over de Duitse grens kwam, herinner ik me nog wel. Ouderen en kinderen, op de vlucht voor de vijand, die dankzij ons toch nog een hoopvolle toekomst tegemoetgingen dat was een realiteit die je kon aanraken.

Keizer Haile Selassie van Ethiopië, toen al ongetwijfeld corrupt tot in het merg, liet ook een onvergetelijke indruk achter. Zijn trein maakte een stop in ons plaatsje en wij, schoolkinderen, kregen rood-wit-blauwe vlaggetjes om hem uit te zwaaien. We zagen een glimp van zijn baard en het goudgalon op zijn uniform.

Maar de ramp? Wat deed ik precies op de dag van de ramp? Ik blijf zoeken en vind niets. Met jaloezie luister ik naar mijn vrouw, die er zoveel sterkere herinneringen aan heeft. Maar zij is dan ook drie jaar ouder, ,,een andere generatie eigenlijk'', plaag ik op zulke momenten.

,,Die dag ging ik in Eindhoven met mijn moeder een loden, groene jas kopen'', vertelt ze. ,,Een jas met een capuchon. Ik zie me nóg door de stad lopen, ik was zo trots op die jas. Maar de dagen daarop volgde een grote teleurstelling. Niemand keek naar mijn jas om, iedereen kakelde maar over een ramp in Zeeland. Vervolgens moesten mijn broers daar ook nog gaan helpen. Toen werd er helemaal over niets anders meer gepraat.''

Kinderleed waar elke ramp bij verbleekt. Intussen werd ik nieuwsgierig naar de ervaringen van die broers. Wat viel er voor onervaren jongens van een jaar of achttien, negentien uit Eindhoven in Zeeland te doen?

,,We kwamen niet verder dan Zevenbergen in West-Brabant'', vertelt een van hen. Hij blijkt het zich nog allemaal haarscherp te kunnen herinneren. Ze hoorden bij een groep van oudere verkenners die in bussen naar het rampgebied werden vervoerd. Ook bij Zevenbergen stond alles onder water.

,,We hebben drie, vier dagen keihard gewerkt. Zandzakken vullen en er een dijk van maken. Het was heel zwaar. We werkten met slecht materieel. Nu zouden er shovels en tractoren zijn, toen deed je alles met de schop. Het was een onwezenlijke ervaring. Het stormde, regende en sneeuwde en je stond daar maar in dat water. Je had geen idee waar je precies was, je had geen overzicht, het besef van tijd viel weg. Je deed maar wat je opgedragen werd.

,,Aan beide kanten van de dijk stond water, hoe diep het precies was, wist je niet. Bang ben je niet zo gauw op die leeftijd, wél onzeker. We werkten tot laat door, tot bij maanlicht, daarna gingen we in een school slapen.''

Was het nuttig werk geweest? ,,De eerste jaren erna dacht je daar niet aan'', zegt hij, ,,maar later heb ik me wel eens afgevraagd: heeft het wat uitgehaald?''

Met terugwerkende kracht besefte ik dat ik destijds niet had mogen klagen, ver weg in mijn veilige bedje, dromend van Woutje Wagtmans.

    • Frits Abrahams