Goldman draaft door

Na twee jaar van ontslagen bij de zakenbanken zou je denken dat de fine fleur van Wall Street de meeste overtollige werknemers wel zou hebben geloosd. Maar dat geldt blijkbaar niet voor Goldman Sachs – als we topman Hank Paulson tenminste mogen geloven. Hij beweert dat hij nog veel verder in het personeelsbestand kan snijden zonder de bank pijn te doen. Hoe dat kan?

Volgens hem zorgt slechts een klein deel van de werknemers voor 80 procent van de winst. ,,Ik wil niet harteloos overkomen'', zei Paulson tegen analisten op Wall Street, ,,maar ... het is een feit dat in vrijwel al onze divisies slechts 15 tot 20 procent van de mensen 80 procent van de toegevoegde waarde vertegenwoordigen.''

Hij zei niet dat de meeste bankiers van Goldman geen knip voor hun neus waard zijn – hoewel zijn verhaal misschien wel zo is overgekomen. Maar hij is ervan overtuigd dat de onderneming nog steeds te veel personeel in dienst heeft. Net als andere banken heeft Goldman een groep overtollige bankiers achter de hand gehouden om te kunnen profiteren van een eventuele opleving van de markt.

Helaas vertoont dat herstel een hardnekkige onwil om door te zetten. Intussen worden de winsten ondermijnd door de overtollige capaciteit. Paulson wilde natuurlijk slechts zeggen dat Goldman waarschijnlijk een aantal overbodige bankiers kan laten afvloeien zonder de activiteiten geweld aan te doen. Wellicht wilde hij ook opperen degenen die mogen blijven minder te laten verdienen. Als andere banken dat voorbeeld volgen, kunnen de capaciteit en de kosten worden teruggebracht.

Dat is wat hij bedoelde, maar hij drukte zich nogal ongelukkig uit. De suggestie dat slechts 20 procent van de werknemers werkelijk op de waardering van het management kan rekenen is niet erg verstandig in een bedrijfstak die om mensen draait. Paulson is zeker niet van plan 80 procent van zijn personeel de laan uit te sturen, dus zijn opmerkingen hebben uitsluitend een negatieve uitwerking op het moreel. Dat doet er misschien niet zo toe als de stemming op de markt toch al ver beneden peil is, maar het is wel een staaltje van povere public relations.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.

    • Jonathan Ford