Gedichtendag: voorlezen in versierde treincoupés

Op de opening van de vierde Gedichtendag las Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij zijn gedicht over een fabeldier, terwijl hem een dierenfabel was gevraagd. ,,Een gedicht bij vergissing is ook mooi.''

Met het voorlezen van drie moderne dierenfabels, en met de bekendmaking van de drie beste gedichten van 2002, is vanmorgen de vierde editie van Gedichtendag van start gegaan. De feestelijke opening vond plaats in het Oceanium van Diergaarde Blijdorp, een toepasselijke locatie op een dag die in het teken van het diergedicht staat. Terwijl de haaien vanachter glas toekeken en de zeeschilpadden een ballet opvoerden, las de Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij zijn gedicht De favoriet voor; het ging over een fabeldier, terwijl hem een dierenfabel was gevraagd. Komrij stelde: ,,Als je geen gelegenheidsgedichten kunt maken, kun je ook niet dichten; en een gedicht bij vergissing is ook mooi.''

Na Komrij las J. Eijkelboom De rhinoceros en de olifant en Hester Knibbe Onder dieren, met onder meer de regels: ,,Zo was er een visje dat morde: ik / heb mijn bekomst van dit eeuwige / duister, wil weg uit die dulle kweekbak.'' Waarna aan Eva Gerlach het eerste exemplaar van haar Gedichtendagbundel Daar ligt het werd uitgereikt. Het boekje heeft een oplage van twintigduizend exemplaren. ,,Om de commerciële pret te drukken moet ik wel zeggen dat het een onheilspellende bundel is geworden'', luidde hierop Gerlachs commentaar.

De jaarlijkse Gedichtendagprijzen (1100 euro) voor de drie beste gedichten van het voorgaande jaar gingen naar `Voor de liefste onbekende' van Ingmar Heytze (uit de bundel Het ging over rozen, `Maaltijd met afwezige' van Rien Vroegindeweij (uit de bundel Deze middag is een eeuwig heden) en `Cara' van Elly de Waard (uit de bundel Van cadmium lekken de bossen). De winnende gedichten zijn afgedrukt op kaarten die op Gedichtendag gratis worden uitgedeeld in bibliotheken en boekhandels.

Na het programma in Blijdorp, dat werd afgesloten met een speciaal voor de Nederlandse Spoorwegen geschreven dierenfabel van Ruben van Gogh, vertrokken Van Gogh en Komrij naar station Rotterdam Centraal, waar om 11u37 een dichterstrein naar Groningen vertrok. In vier met bloemen en dieren versierde `dichterscoupés' konden reizigers luisteren naar poëzie van Van Gogh, Komrij, Hagar Peeters, Mustafa Stitou en Alfred Schaffer. Tussen Rotterdam en Utrecht was het gangpad overvol van de ingestapte fotografen; gewone reizigers konden er nauwelijks bij. Maar de Dichter des Vaderlands las onverstoorbaar zijn sonnetten tussen de vlinders en passiebloemen. In de zespersoons-rookcoupé droeg Hagar Peeters tussen plastic gras en kikkers haar gedicht Geluk is een menselijke nood voor. Haar gedicht werd onderbtoken door de railtender over de intercom, die ,,warme en gekoelde dranken en diverse versnaperingen'' aanbood.