Ferme opstelling VS zaait tweedracht in Europa

De toenemende druk van de Verenigde Staten om militair in te grijpen in Irak verdeelt de Europese regeringen. Minder verdeeld is de Europese bevolking.

Niet alleen voor het bewind in Bagdad, ook voor de Amerikaanse bondgenoten in Europa dringt de tijd. Het gevaar `Irak' indammen of uitschakelen, dat is de vraag waarop het antwoord niet lang meer kan wachten – al kent nog niemand de echte deadline.

De vijftien landen van de Europese Unie vonden zich begin deze week op een gemeenschappelijk pleidooi om de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties meer tijd te gunnen. Het was de grootste gemene deler die kon worden bereikt op de `as van angsthazen', zoals president Bush' topadviseur Richard Perle Europa in deze krant noemde.

Het was ook een gemiste kans in de ogen van iedereen die vindt dat een gemeenschappelijk Europees veiligheids- en defensiebeleid juist prioriteit verdient. De open brief van acht regeringsleiders is de jongste illustratie van de verdeeldheid in Europa, dat heen en weer wordt geslingerd tussen trouw aan Amerika en weerzin tegen oorlog.

Minder verdeeld lijkt de publieke opinie. Een peiling van het bureau Gallup Europe onder ruim vijftienduizend mensen in 28 Europese landen toont een ruime meerderheid tegen een oorlog zonder mandaat van de Veiligheidsraad. Of daar verandering in komt zal volgens Gallup mede afhangen van de kwaliteit van de bewijzen die de Amerikaanse regering volgende week wil overleggen over Iraks illegale wapenprogramma en Iraks banden met Al-Qaeda.

Groot-Brittannië geldt als trouwste bondgenoot van de VS. Londen beschuldigt Irak nu ook openlijk van ,,wezenlijke schending'' van resolutie 1441 van de VN-Veiligheidsraad. Washington had dat in december al gedaan. ,,We kunnen nu niet meer om de conclusie heen dat er sprake is van een wezenlijke schending van resolutie 1441 door Irak'', zei de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, deze week na het rapport van de VN-wapeninspecteurs. Hij voegde er aan toe dat een oorlog nog steeds ,,niet onvermijdelijk'' is, maar dat de tijd voor Irak wel begint te dringen. Een VN-mandaat voor een oorlog tegen Irak acht Londen gewenst, maar niet noodzakelijk.

Ook Spanje acht militair optreden tegen Irak onder VN-mandaat wenselijk, maar Madrid sluit steun aan militair ingrijpen nadrukkelijk niet uit. Spanje is op het ogenblik een van de niet-permanente leden van de Veiligheidsraad.

Net als Groot-Brittannië en Spanje vindt Italië een VN-mandaat voor een oorlog tegen Irak gewenst. Als dat niet lukt staat Rome wat gereserveerder tegenover unilateraal militair optreden dan Londen en Madrid, al is de verwachting dat premier Berlusconi uiteindelijk de zijde van de VS zal kiezen.

Portugal en Denemarken nemen ongeveer dezelfde positie in als Spanje en Italië. De demissionaire regering (CDA, VVD en LPF) van Nederland zit ook op die lijn, maar sinds de verkiezingen van vorige week legt de PvdA, die tegen een militair optreden zonder VN-mandaat is, meer gewicht in de schaal.

Frankrijk is tegen unilateraal en preventief militair optreden tegen Irak, maar sluit een oorlog als ,,uiterste middel'' niet uit. Dat vereist dan wel een nieuwe VN-resolutie. Ook als die er mocht komen behoudt Parijs zich het recht voor daartegen een veto uit te spreken. Ondertussen bepleit Parijs meer tijd voor de de VN-wapeninspecteurs, ook als zij nog enkele maanden nodig zouden hebben, zo herhaalde minister van Buitenlandse Zaken, Dominique de Villepin, deze week.

Ook België en Griekenland zijn tegen oorlog zonder VN-mandaat.

Duitsland keert zich sinds de campagne voor de parlementsverkiezingen van afgelopen september tegen (deelname aan) een militaire interventie. De rood-groene regering van bondskanselier Gerhard Schröder zal in de Veiligheidsraad (waarvan Duitsland sinds januari gedurende twee jaar deel uitmaakt – zonder vetorecht) niet voor een oorlog stemmen, ook niet als zou worden bewezen dat Irak massavernietigingswapens bezit of ontwikkelt. In de strijd tegen het internationale terrorisme kiezen de VS de ,,verkeerde prioriteiten'', vindt Berlijn. Met deze opstelling staat Duitsland zowel binnen de EU als binnen de NAVO alleen. Schröder zei gisteren dat Bush' State of the Union-toespraak ,,ons heeft gesterkt in ons geloof dat het noodzakelijk en ook mogelijk is een oplossing in het conflict te vinden zonder oorlog''.

Duitsland en Frankrijk vormen ,,een probleem'' zei de Amerikaanse onderminister van Defensie, Donald Rumsfeld, vorige week in reactie op de verdeeldheid in Europa. Maar beide landen vertegenwoordigen het ,,oude Europa'', voegde hij er aan toe. Rumsfeld zei dat de VS hun hoop vestigen op het ,,nieuwe Europa'', waarin het zwaartepunt na de aanstaande uitbreiding van NAVO en Europese Unie volgens hem meer naar het oosten zal verschuiven.

In dit `nieuwe Europa' staat Polen ferm achter de VS. ,,Polen is de beste vriend van Amerika'', kreeg president Aleksander Kwasniewski vorige week in het Witte Huis van president Bush te horen. Met of zonder VN-mandaat, Polen zal militair optreden tegen Irak steunen, daarover laat Warschau geen twijfel bestaan.

Hongarije staat gereserveerder tegenover militair ingrijpen. Wel heeft de regering-Medgyessy de VS toestemming gegeven de luchtmachtbasis Taszár te gebruiken voor de omscholing van 3.000 Irakese dissidenten tot tolken, ambtenaren en gidsen en hen vertrouwd te maken in de omgang met kleine wapens.

Ook de NAVO-nieuwkomers Bulgarije, Roemenië, Slovenië en Slowakije zijn terughoudend jegens een oorlog zonder VN-mandaat. Voor Bulgarije geldt als bijzondere omstandigheid dat zijn stem er momenteel meer toe doet, omdat het net als Spanje en Duitsland tijdelijk in de Veiligheidsraad zit. Voor Slovenië en Slowakije ligt het extra ingewikkeld doordat al of niet meedoen aan een oorlog repercussies kan hebben voor de referenda over toetreding tot de NAVO (en EU) in het voorjaar.

    • Joop Meijnen