Cynisme over de hypocrisie rond de bevrijding in `Fidelio'

Als Leonore uiteindelijk haar man Florestan, een treurige politieke gevangene, uit de onderaardse kerker heeft bevrijd, barst het media-circus los. Achtervolgd door televisieteams snellen de weldoeners en hulpverleners vanuit de zaal toe: de minister omringd door functionarissen en pr-managers, de blauwhelmen en de blauwpetten van de VN – 150 man sterk! Hoewel ze niet actief bijdroegen aan de bevrijding van Florestan, eist iedereen de eer op en posteert zich prominent voor de camera's.

Leonore en Florestan worden bejubeld en geridderd. Als het internationale vredesgilde, dat God aan zijn zijde weet, zich trots aan de wereld heeft vertoond, vertrekt het weer. Wie eenzaam achterblijven zijn de `gewone' gevangenen, de grauwe lijdende schimmen van mensen. Ze zijn net zo murw als de overlevenden van de concentratiekampen.

Het cynisme druipt van de nieuwe productie van Beethovens Fidelio bij de Nederlandse Opera, geregisseerd door de Canadees Robert Carsen. De actualisering lijkt onder andere te verwijzen naar de mislukte humanitaire missie van Dutchbat in Srebrenica. Maar men kan de voorstelling ook betrekken op de dreigende bevrijding van Irak. Carsen heeft het niet op hooggestemde idealen, als die niet voor iedereen gelden en de doorvoering daarvan ten koste gaat van het minder fancy deel van de lijdende mensheid. Evenals het gilde van wereldleiders bleek gisteravond het Amsterdamse publiek gespleten in boe- en bravoroepers.

Carsens afkeer van hypocrisie doet niet onder voor de vorige Fidelio-producties van de Nederlandse Opera: van Harry Kupfer (1981) en Johannes Schaaf (1991). Kupfer rekende af met alle vredesapostelen, revolutionairen en brengers van moraliteit en rechtvaardigheid, van Christus tot en met Marx en de Baghwan. `Bevrijding' was volgens Kupfer een dodelijke mythe. Schaaf belichtte het dubbelzinnige van Beethovens aan de oppervlakte zo `humane' opera, die vooral een exposé is van alle aardse slechtigheid. Achter het volk in vreugderoes, liep het kwaad weer vrij rond, klaar om opnieuw toe te slaan.

De tergend langzame en opgerekte muzikale uitvoering van Schaafs enscenering, maakt nu onder leiding van Edo de Waart plaats voor een vlotte en uitstekende, muzikale afwikkeling met Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het operakoor blinkt uit, onder andere in `O welche Lust, in freier Luft'. Prachtig is ook het kamermuzikale begin van het goed gelukte lastige kwartet `Mir ist so wunderbar'.

Charlotte Margiono is hier in de titelrol de opvolgster van Gré Brouwenstijn, die in 1971 afscheid nam met Fidelio, ook toen gedirigeerd door Edo de Waart. Ook omdat Margiono zoveel furore maakte in Mozart, hoort men in haar fraaie zingen extra opvallend de 18de eeuwse wortels van Beethovens muziek. De Florestan van Torsten Kerl is wat vlak.

Verder wordt in andere rollen uitstekend gezongen door Ruth Ziesak (Marcelline), Günter von Kannen (Rocco), Alan Held (Pizarro) en de zeer krachtige Philip Ens als de minister. Een probleem is het decor. De enorme ruimte van bakstenen muren met de onheilspellende sfeer van autoritaire luidsprekers en `Befehl ist Befehl' doet soms geen goed aan de akoestiek.

Voorstelling: Fidelio door de Nederlandse Opera. Gezien: 29/1 Muziektheater Amsterdam. Herh. t/m 22/2. Res.: 020-6255455