Wensouders naar België voor KI

Nederlandse wensouders wijken voor kunstmatige inseminatie in groten getale uit naar België en Denemarken. Volgens K. de Bruyn, androloog in het Leids Universitair Medisch Centrum en voormalig voorzitter van de beroepsvereniging voor kunstmatige inseminatie, is sprake van `KI-toerisme' naar deze landen. In klinieken in de Belgische grensstreek is de helft van het aantal wensouders al Nederlands. Belgische artsen verwachten dat dit aantal zal toenemen.

In Nederland moeten mensen een half tot twee jaar wachten voor ze voor een eerste gesprek bij een kliniek terecht kunnen. Daarnaast is niet langer gewaarborgd dat kinderen die met donorzaad zijn verwekt, dat nooit te weten komen als de ouders dat niet willen. België en Denemarken zijn de enige Europese landen waar geen wachtlijsten zijn en waar geheimhouding is gewaarborgd. Ook heet de `vader' daar de man die getrouwd is met de moeder, of die het kind heeft aangegeven, net als in Nederland. In veel andere Europese landen is de vader gedefinieerd als degene die het zaad levert.

De Nederlandse wetgeving over kunstmatige inseminatie verkeert in een overgangsfase. Voorheen was anonimiteit van de donor gewaarborgd. Dat is nog tot juni 2004 het geval. Wensouders konden kiezen voor geheimhouding van de inseminatie. Dat is nu niet meer mogelijk. De arts is verplicht de naam van de wensmoeder, datum van inseminatie en andere gegevens aan de overheid te melden. Na juni 2004 richt het ministerie van VWS een stichting op die deze gegevens voor iedereen openbaar maakt. Door de nieuwe wetgeving is het aantal donoren de afgelopen tien jaar gedaald van 1.000 naar 250 in 2002. Het aantal spermabanken daalde van 21 naar 5. Hoofd van de fertiliteitsafdeling van het Genks ziekenhuis Zuid-Oost Limburg, W. Ombelet, zegt gemiddeld een Nederlands koppel per week te zien, gelijk aan het aantal Belgische. De ,,serieuze stijging'' van het aantal Nederlandse wensouders geldt volgens hem ook voor andere Belgische klinieken. Ook klinisch embryologe G. Verheyen van de Vrije Universiteit Brussel ziet een toename van Nederlanders. Daarnaast komen al veel Fransen en Duitsers naar België, zegt ze, omdat de wetgeving in die landen strenger is.