Schilder op grens van `smartlap'

Na een Rotterdamse jeugd en academietijd vertrok Kees van Dongen in 1897 voorgoed naar Frankrijk. In Parijs maakte hij al gauw furore met zijn fauvistische portretten van steeds mondainere dames en heren. Meer dames dan heren, want hij was een indringend beschouwer van het vrouwelijk schoon dat hij, naarmate hij ouder werd, in steeds zwieriger lijnen tot de essentie terugbracht. Zijn latere werken, vooral de litho's uit het Interbellum en lang daarna (de kunstenaar werkte nog tot in de jaren zestig), zijn sterk decoratief. Juist aan dit aspect, wat niet het meest voor de hand liggende is voor Van Dongen, geeft de Kunsthal dit voorjaar ruimschoots aandacht. De tentoonstelling is groot, bijna té groot, want het omvangrijke grafische werk van Van Dongen is nog aangevuld met tekeningen en schilderijen. Dat laatste werkt enigszins nadelig. Gloedvolle geschilderde portretten met zinderende kleuren als Naakt met hoed (particuliere collectie USA), hoe fantastisch ook, versterken het beeld van Van Dongens grafiek niet. Integendeel, ze benadrukken juist het gestileerde, vaak al te gemakkelijke karakter van het gedrukte werk.

Toch is de tentoonstelling zeker de moeite waard, al was het maar omdat goed te zien is hoe deze grote kunstenaar, evenals vele van zijn tijdgenoten, ook op de grens van de `smartlap' en de cartoon heeft gewerkt. Het begon er mee dat hij in 1901 voor het populaire tijdschrift L'Assiette au Beurre zestien paginagrote penseeltekeningen leverde die een heel nummer vulden met het droeve relaas over een arme moeder en haar dochter aan de zelfkant.

Vooral de boekillustraties die Van Dongen bijna vijftig jaar later nog maakte voor gelimiteerde uitgaven van hoogtepunten uit de Franse literatuur (van Henri de Montherlant, Voltaire, Baudelaire) intrigeren en verwonderen. Nu geldt dat misschien in het algemeen voor illustraties door kunstenaars die bekend en gewaardeerd zijn vanwege hun `echte', serieuze kunst. Dat komt waarschijnlijk vooral omdat je opeens ziet hoe die kunstenaars (die per definitie een groot ego hebben) zich in alle bochten hebben gewrongen om zich in de gedachtenwereld van iemand anders te verdiepen. Dan lijkt het wel alsof ze zich, doordrongen van het feit dat hun werk direct moet aanslaan, opeens veel losser en speelser opstellen. Bij Van Dongen is dat zeker het geval. Voor de verschillende episodes uit de dierenverhalen van Rudyard Kipling bijvoorbeeld (1920) komt hij tot een soort van surrealistische oplossingen. Een pijp, een doodshoofd en een wijnglaasje zijn uitgespaard in een omgekeerde landkaart van het gebied rond Soissons. Een olifantje met een blauw opgemaakt oog en een dikke parelketting paradeert met netkousjes en op hoge hakjes rond. In de meeste andere boeken, zoals La revolte des Anges van Anatole France, voert de kunstenaar de spanning tussen de geest en het lichaam soms hoog op, maar bijna altijd ontlokken deze illustraties ook een glimlach. Het is humor die gedateerd is maar die toch nooit helemaal vergaat, omdat er een naïeve blijheid aan ten grondslag ligt. In Van Dongens `vrije' grafiek blijft dat aspect overigens geheel achterwege. Brigitte Bardot en de vele dames met pagekopjes staren hun vereeuwiger cool aan, of proberen ze hem toch te verleiden?

Tentoonstelling: Kees van Dongen (1877-1968), Litho's, pochoirs en schilderijen. Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam. T/m 27 april. Di-za 10-17u, zo 11-17u. Cat. €27,50. Inl. 010-4400301.