Op het spoor van Federico Fellini

Twee nieuwe documentaires proberen klassieke filmbeelden, van Fellini en uit westerns, in het heden terug te vinden.

Twee secties van het International Film Festival Rotterdam, (based on) True Stories en Cinema Regained, overlappen elkaar in de eindexamenfilm van de Duitse Susan Gluth met de prachtige titel Nulla si sa, tutto s'immagina...secondo Fellini (Je weet niets, alles is verbeelding...volgens Fellini). In deze hommage aan Federico Fellini (1920-1993) komt de maestro op de geluidsband aan het woord, maar er is geen meter van zijn werk te zien. Geïnspireerd door met name Amarcord, Fellini's herinneringen aan zijn geboorteplaats Rimini, verzamelde Gluth gedurende vele jaren, op uiteenlopende beeldformaten, in kleur en zwart-wit, visuele sporen van het Italië van weleer, die voor een groot deel scènes uit Fellini's werk in herinnering brengen.

Het wonderlijke is dat zij er nog zo veel van heeft weten terug te vinden, van de hangjongeren die Fellini I vitelloni noemde, van de ouderwets geklede badgasten, een kapper die zijn zaak moet sluiten, de haven, op popmuziek dansende ouderen. Gluths Italië is een haveloos, vervallen openluchtmuseum van de twintigste eeuw, vol van weemoed, warmte en liefde, dat nooit folkloristisch wordt.

Het is een fantastische vondst, een documentaire die in het heden speurt naar in het geheugen gegrifte filmbeelden. In principe zou je ook de film van Mart Dominicus en Peter Delpeut Go West, Young Man! (met als ondertitel Een reis door het land van de cowboys) dezelfde werkwijze kunnen toedichten, alleen mist dit jongensavontuur helaas de poëtische kracht van Gluths film. Op fragmenten uit vier westerns na (Shane, The Searchers, Pat Garrett and Billy the Kid en Monte Walsh) gaat de documentaire niet over de verbeelding van het wilde westen, maar over de vraag wat er in werkelijkheid nog van over is. Zo wordt het een toeristisch aandoende reisfilm, waarin een lassowinkel wordt bezocht, evenals enkele echte cowboys, de plek waar Billy the Kid de sheriff doodschoot, Monument Valley en een stuk of wat andere filmlocaties. De wat onbenullig aandoende boodschap lijkt te zijn: kijk eens, het westen bestaat nog, en wij filmen het opnieuw. Over de manier waarop de western de Amerikaanse manier van leven verheerlijkte, zoals Fellini dat met Italië deed, heeft de film weinig mee te delen. Alleen het laatste shot vormt een briljante uitspraak, wanneer the final frontier wordt bereikt: het palmenstrand van Santa Monica.

De sectie Cinema Regained is een nuttig initiatief van een festival dat ook het erfgoed van de cinema wil behartigen. Nog op bescheiden schaal ontrukt het programma obscure en onbekende oude films aan de vergetelheid, zoals Jean Eustache's rigide-eenvoudige documentaire Numéro Zéro (1971), een gloednieuwe kopie van King Hu's invloedrijke Chinese ridderfilm Come Drink With Me (1966) en Harry Smith' experimentele Brecht/Weill-`verfilming' 18, Mahagonny (1980).