Oorlog

Midden in de nacht opgestaan om Bush zijn `State of the Union' te horen uitserveren. Om mij heen sliep Amsterdam een gat in het donker, en ook Nederland 1, 2 en 3 en alle commerciële omroepen sliepen rustig verder – een nationale traditie, stammend uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Maar gelukkig is er altijd nog CNN (en de BBC).

Als je wilde weten of het oorlog werd, móest je kijken, vond ik. In de journaals zie je later alleen maar steeds dezelfde flitsen, maar het gaat bij dergelijke redevoeringen vooral om de sfeer en de retoriek. Wie oorlog wil, bedient zich van het daarbijbehorende pathos.

Komt die oorlog er? Nou en of.

De toespraak van Bush voldeed aan alle eisen van de oorlogsretoriek. In de eerste plaats was er de toon: Bush sprak dreigend en gespannen, maar nog net niet te nerveus. Zijn woorden waren gedrenkt in een saus van patriottische trots, en ze hadden een ultimatieve teneur: tot hier en niet verder.

Dan was er, vooral tegen het einde, die cumulatie van kersverse spreuken waarop de speechwriters zo lang hadden gewerkt in de hoop dat ze klassiek zullen worden. Je voelde ze aankomen. Bush liet telkens een korte stilte vallen, nam een aanloopje en sprong dan naar het galmgat.

,,If this is not evil, then evil has no name.''

Tegen de militairen in het Midden-Oosten: ,,You believe in America and America believes in you.''

Pakkend was ook de belofte aan het volk van Irak: ,,...and we will bring you food and supplies and (korte pauze) freedom!''

Na elk adagium sprongen de congresleden in de benen en applaudisseerden luid. Het appèl aan de militairen werd zelfs gevolgd door een voldaan gejoel, zoals je wel hoort in de schouwburg als het publiek de acteurs een staande ovatie brengt.

Iedereen was erg tevreden, de CNN-commentatoren onder leiding van de onsterfelijke Wolf Blitzer voorop. Alleen bij de BBC verzuchtte iemand dat er nog steeds geen duidelijke bewijzen waren omtrent het Iraakse wapenarsenaal, maar senator Wayne Allard knorde meteen dat ,,Colorado stands firmly behind the president''.

Dat gaat dus de goede kant op, of niet?

Ik worstelde de afgelopen weken nogal met die vraag, en ik kwam maar niet boven. Daarom ging ik gisteravond te rade bij de wijze Amerika-deskundige Maarten van Rossem, bekend van de televisie en de televisie. Hij hield voor studenten een lezing in de uitpuilende kelder van het Utrechtse café The Florin. Een uur lang een boeiend betoog uit de losse, ironische pols.

Van Rossem vertelde dat hij destijds vóór de Golfoorlog was geweest, maar dat hij geen heil ziet in nieuwe avonturen in Irak. ,,Om de simpele reden dat zo'n oorlog meer nieuwe risico's met zich meebrengt dan de containment-politiek die tot dusver tegen Irak is gehanteerd.'' Ging het om de olie? Nee, hij dacht dat Amerika eerder handelde uit ideologische, en zelfs religieuze, motieven.

Er viel, zoals altijd bij Van Rossem, veel te lachen, maar toch ging ik enigszins bedrukt huiswaarts met de gedachte: hij kon wel eens (groot) gelijk hebben.