Ook Palestijnse sjaals taboe

Op het Parijse Lycée Jacques-Decour, met 45 nationaliteiten, is het dragen van een hoofddoek verboden. Geen probleem, volgens de directrice.

,,Het is een vorm die de leerlingen aanspreekt'', zegt directrice Jacqueline Bensamoun, wijzend naar de reusachtige striptekening met taferelen van de holocaust aan de muur. De platen hangen in de ontvangkamer van het immense voormalige klooster in het negende arrondissement van Parijs, waarin de scholengemeenschap Jacques-Decour is gehuisvest. Ze maken deel uit van een door leerlingen en docenten samengestelde tentoonstelling, die maandag openging, op de Dag van de Holocaust en van de Strijd tegen de Misdaden tegen de Menselijkheid, achtenveertig jaar na de bevrijding van het concentratiekamp Auschwitz.

,,Moet dat nou, wéér over joden'', hadden sommige docenten gevraagd, toen Bensamoun eind vorig jaar voorstelde gevolg te geven aan de beslissing van de Raad van Europa om op een door ieder land zelf te bepalen datum de slachtoffers van de nazi-gruwelen te herdenken. ,,Ja, dat moest!'' zegt ze nu lachend. ,,Al besefte ik dat menigeen zo zijn twijfels had omdat ik zelf joods ben. Maar we hebben niemand gedwongen mee te doen en alle ouders op de hoogte gebracht van ons voornemen. Alle leerlingen, ook de islamitische, hebben meegedaan. Alleen twee joodse leerlingen weigerden, omdat ze bang waren dat ze het emotioneel niet aankonden.''

Maandag was ook de dag waarop president Jacques Chirac antisemitisme `een kankergezwel' noemde. David Harris, directeur van de American Jewish Committee, zei dit na afloop van een bezoek op het Elysée. Het journaal van France 2 verbond de uitspraak van de president aan een reportage over de vermeende opleving van het antisemitisme op scholen. Er werd verwezen naar de tentoonstelling op het Lycée Jacques-Decour, als onderdeel van de strijd tegen het oplevende antisemitisme. Maar daarvan is wat Bensamoun betreft geen sprake. Al is bijna een derde deel van de achttienhonderd leerlingen, verdeeld over vijfenveertig verschillende nationaliteiten, moslim.

,,Er zijn incidenten, maar die praten we uit. Vorig jaar verschenen twee 18-jarige jongens met Palestijnse sjaals op school en die heb ik bij me geroepen. Toen ik hun te verstaan gaf dat ze hun sjaals thuis moesten laten, keken ze me aan met van haat vervulde ogen. Ik ben er eens even voor gaan zitten en heb het rustig met ze uitgepraat. Een Franse school is een terrein van strikte neutraliteit, die de gelijkheid van iedere leerling waarborgt. Om die reden tolereren we ook hoofddoeken niet en leerlingen accepteren dat.''

In Frankrijk zijn hoofddoeken niet bij wet verboden, reden waarom socialistisch oud-minister Jack Lang vorige week voorstelde zo'n wet in te voeren. ,,Overbodig'', stelt Bensamoun. ,,Het probleem speelt helemaal niet meer, althans op haar school. Net zomin als jodenhaat.'' Toch zegt Roger Cukierman, voorzitter van de Raad van Joodse Instellingen in Frankrijk, dat antisemitisme `gewoon' is geworden. [Vervolg ANTISEMITISME: pagina 4]

ANTISEMITISME

'Republikeinse waarden'

[Vervolg van pagina 1] Malie Paupert-Burlet, directrice van de basisschool Tandou in het 19e arrondissement van Parijs, waar veel moslims wonen, is het met Cukierman eens dat antisemitisme gewoon is geworden.

,,Scheldwoorden als `vuile jood' zijn inderdaad gemeengoed'', zegt Paupert. ,,De afgelopen maanden heb ik zeker vijf, zes keer moeten ingrijpen. Maar je moet er nuchter over zijn. Als je de neiging andere groepen uit te sluiten als een natuurlijk gegeven beschouwt in plaats van als iets uitzonderlijks, is er al veel gewonnen. Onderwijs, wij dus, moeten die natuurlijke neiging bijschaven. Kinderen leren die woorden thuis, maar de betekenis ervan kennen ze helemaal niet. In die zin is hun `vuile jood' niet antisemitisch en moet je er niet paniekerig over doen. Wel moet je dergelijke taal aan de kaak stellen om te voorkomen dat later mét de gewoonte de haat erin sluipt.''

Een Noord-Afrikaans jongetje van zes, zeven jaar meldt zich aan de deur van Pauperts kantoortje. Hij heeft een zere knie. Paupert kijkt ernaar en stelt bliksemsnel de diagnose: ,,Het is de groei! Het gaat goed, u wordt een grote jongen!'' Blij huppelt het joch weg. ,,Ik spreek alle leerlingen, hoe jong ook, aan met `u'. Het schept afstand en gezag, maar ook geeft het juist deze kinderen, afkomstig uit moeilijke milieus, zelfrespect. Als je ze met respect behandelt, kun je een potje bij ze breken.''

Paupert wijst op de `onschatbare' kracht van de in Frankrijk veelvuldig aangehaalde `Republikeinse waarden'. Laïcité, de strikte neutraliteit van de staat en zijn instellingen op religieus terrein, het vrijheid, gelijkheid en broederschap en de scheiding tussen het private en publieke domein vormen een onaantastbare, gulden standaard, waaraan ieder handelen getoetst kan worden. Aan het begin van elk schooljaar organiseert Paupert een ouderbijeenkomst, waarop ze de beginselen van de Republiek uiteenzet. Haar laatste toespraak staat op papier.

,,U hebt ervoor gekozen een deel van de opvoeding van uw kinderen toe te vertrouwen aan (-) professionele hoeders van de republikeinse laïcité. [...] In deze school kennen wij slechts kinderen. Er zijn hier geen kleuren die ons scheiden, geen godsdiensten die ons verscheuren, geen rijken, geen armen. In een school van de Republiek zijn er slechts leerlingen en onderwijzers, die werken aan het welslagen van iedereen in wederzijds respect.''

Het blijken keer op keer woorden waarop Paupert en haar medewerkers het hele jaar door kunnen terugvallen. Ouders begrijpen de `standaard' en sturen hun kinderen zonder hoofddoek naar school. Kinderen die niet met anderen willen spelen, omdat `het een jood is', jongetjes die een meisje uitschelden voor `hoer' of handtastelijk worden, worden op grond van de republikeinse norm tot de orde geroepen. Het neemt niet weg dat Paupert hun gedrag `begrijpt'.

,,In bepaalde culturen kan een vrouw zich niet kleden zoals vrouwen dat in de westerse cultuur doen. De jongetjes zijn in de war. Een meisje uitschelden voor `hoer' is hun manier om te zeggen, dat ze haar mooi vinden. Dat is reuze ingewikkeld, vooral voor henzelf. Het is dus zaak helderheid te scheppen, want dergelijke ideëen kunnen in het hoofd van een kind, dat zich direct en `eerlijk' uit, perverse vormen aannemen.''

    • Pieter Kottman