Nederlaag toomt de premier niet in

Door Berlusconi's nederlaag voor het Hof van Cassatie zal zijn strijd tegen de rechterlijke macht niet luwen. Integendeel.

De voor premier Berlusconi uiterst pijnlijke uitspraak van het Hof van Cassatie is niet het sluitstuk maar het begin van een nieuwe, wellicht nog turbulentere fase in de al jaren durende harde strijd tussen de rechterlijke macht en de door Berlusconi geleide uitvoerende macht.

De gehele centrumrechtse coalitie heeft zich direct na de uitspraak achter Berlusconi geschaard. Topprioriteit, zo heet het, wordt de hervorming van de rechterlijke macht. Want voor rechts is het nu helemaal zeker: de Italiaanse rechterlijke macht met die van Milaan voorop bedrijft politiek en wat nog veel erger is, ze bedrijft linkse en anti-Berlusconi-politiek.

Dit verwijt is niet nieuw. Al jaren beschuldigen met name de tv-zenders van Berlusconi de rechters van partijdigheid. Een verwijt dat is voortgevloeid uit de aanval die de rechterlijke macht in 1992 uitvoerde op de politieke klasse. Honderden lokale, regionale en nationale politici en industriëlen werden toen aangeklaagd wegens corruptie en banden met de maffia, en zijn daarvoor veroordeeld.

Waar de politieke klasse in de jaren zestig, zeventig en tachtig samen met haar bondgenoten het land controleerde, kwam ineens de rechterlijke macht bovenop te liggen. De christen-democratische partij ontplofte onder de stroom aan beschuldigingen wegens corruptie. Er ontstond een politiek vacuüm waar Berlusconi in sprong met zijn nieuwe partij Forza Italia. Volgens velen werd hij politiek actief om zijn inmiddels machtige media-imperium te verdedigen tegen de beschuldigingen van corruptie. Diverse zaken werden tegen hem aangespannen. Van de meeste heeft hij zich kunnen ontdoen doordat ze verjaarden.

Dankzij zijn meerderheid in het parlement is hij er ook in geslaagd om een aantal voor hem persoonlijk aantrekkelijke wetten in te voeren. Zo is de straf op boekhoudkundige fraude drastisch verlaagd en is het veel moeilijker geworden buitenlandse bewijslast te betrekken in processen in Italië tegen bedrijven die beschuldigd worden van corruptie of het ontduiken van de belasting. Het laatste staaltje van op zijn persoon toegespitste wetgeving was de wetswijziging die het mogelijk maakte om rechters op politieke gronden te wraken. Nu het Hof van Cassatie daar een stokje voor heeft gestoken, loopt hij in het najaar de kans te worden veroordeeld voor het omkopen van rechters en wordt zijn toekomst bedreigd – iets dat zal hij niet zal laten gebeuren.

Veel Italianen staan niet onwelgevallig tegenover Berlusconi's pogingen om de magistratuur aan te pakken. Het is algemeen bekend en – dat wordt ook toegegeven door de rechters – dat rechters vaak onbeschoft en arrogant zijn, en dat het rechterlijke apparaat volstrekt is vastgelopen nu het in de overgrote meerderheid van de aanklachten niet tot een uitspraak komt omdat de procedures zó lang duren, dat zaken verjaren.

Berlusconi maakt slim gebruik van deze ernstige situatie en presenteert in zijn voordeel uitvallende wetswijzigingen als noodzakelijke hervormingen om de rechten van de individuele burger beter te beschermen. In de praktijk doet hij echter weinig om de doelmatigheid van het justitiële apparaat te verbeteren. De minister van Justitie die daarvoor vorig jaar een budget had, heeft dit geld niet weten te gebruiken. En voor het komend jaar is een korting op het budget voor de rechterlijke macht aangekondigd.

Voor Berlusconi en zijn partners lijkt niet het functioneren van de rechterlijke macht, maar de controle over de magistratuur de hoogste prioriteit te hebben. Op het verzoek van de rechters om meer geld en hulp bij de hervormingen zei minister van Justitie Roberto Castelli in december tegen het hoogste bestuursorgaan van de rechters: ,,De rechtelijke macht is een failliet bedrijf en niemand investeert in een failliete zaak.''