Leger aan hulpverleners liet Brits meisje sterven

Britse maatschappelijk werkers, de kinderbescherming, artsen en politieagenten zijn indirect schuldig aan de moord op een achtjarig meisje. Dat concludeert de officiële onderzoekscommissie die de mishandeling en dood van Victoria Climbié heeft onderzocht. Hulpverleners en ambtenaren in vier Londense gemeenten en twee ziekenhuizen, die haar regelmatig hebben gezien, onderkenden geen van allen dat ze werd mishandeld of keken de andere kant uit, aldus de commissie, die spreekt van een ,,schandelijke catalogus van beroepsmatig falen'.

Het meisje was door haar ouders, die in Ivoorkust wonen, ondergebracht bij een Londense oudtante en haar vriend, in de hoop dat ze daar ,,een beter leven' zou hebben. In plaats daarvan werd ze volgens de commissie doodgemarteld. Victoria werd tien maanden lang geslagen, vastgebonden en met brandende sigaretten bewerkt. Ze stierf aan onderkoeling nadat ze dagenlang in haar eigen uitwerpselen in een badkuip had gelegen, waar ze in een vuilniszak moest slapen. De oudtante en haar vriend zitten levenslange gevangenisstraffen uit voor moord. Geen van de betrokken hulpverleners is vervolgd wegens nalatigheid.

Volgens Lord Laming, voorzitter van het onderzoek, was Victoria's dood waarschijnlijk te voorkomen geweest als betrokken hulpverleners en hun managers zich aan bestaande regels hadden gehouden en standaardvragen hadden gesteld. Laming stelt niettemin voor het huidige systeem radicaal te hervormen, onder meer met de oprichting van een nieuw bureau voor kinderzorg, dat een landelijke databank beheert, zodat kinderen die verhuizen niet als `nieuw geval' worden beschouwd. Ook moeten er kliklijnen voor kindermishandeling komen en zouden artsen kinderen moeten kunnen ondervragen zonder toestemming van hun ouders. Onderliggende kwesties als de vraag waarom Victoria's ouders hun kind bij dubieuze familieleden in een ver buitenland onderbrachten, en de vraag of dat een trend is, kwamen bij het onderzoek niet aan de orde.