In de ban van de geboorteprop

Juist in Leidsche Rijn, populair bij jonge gezinnen, zou voldoende kinderopvang voorhanden moeten zijn, zo dachten de bewoners. Tot hun verbazing stuiten ze op lange wachtlijsten. Over de vreugde en risico's van een eenzijdige bevolkingssamenstelling.

Elke tien minuten komt een nieuwe zwangere vrouw binnen in de wachtkamer van de verloskundigenpraktijk in Mesos Medisch Centrum Leidsche Rijn. Vaak met een peuter aan de hand, soms vergezeld door de vader, altijd met een dikke buik. De verloskundige die vandaag spreekuur heeft, werkt tot diep in haar pauze door.

Zestig vrouwen zijn deze maand `uitgerekend' in de verloskundigenpraktijk in de wijk Veldhuizen (nu 6.305 inwoners) waar drie verloskundigen en enkele invallers werken. Een klein piekje: normaal `doet' de praktijk er zo'n veertig per maand. ,,Maar'', zegt verloskundige Daniëlle Philipse, ,,het worden er eigenlijk elke maand meer.'' Hoe het geboortepiekje dat geconcipieerd moet zijn rond de roerige meimaand van 2002 is ontstaan, weet ze niet. ,,Het grootste deel van deze wijk is zo'n twee jaar geleden opgeleverd. Misschien durven mensen aan kinderen te beginnen nu `de kop van de hypotheek' eraf is.''

Leidsche Rijn, de grootste Vinex-locatie van Nederland ten westen van Utrecht, is booming. Het stadsdeel, dat uiteindelijk tachtigduizend inwoners zal hebben (net zoveel als Leeuwarden), oefent een grote aantrekkingskracht uit op jonge en potentiële gezinnen. 80 procent van de huidige bewoners is jonger dan 45 jaar. De gemeente zegt dat de te verwachten geboortegolf van tevoren in kaart is gebracht. Toch is er nu al een gebrek aan verloskundigen en kinderopvang in het stadsdeel.

Daniëlle Philipse en haar collega's vroegen, voor ze met de verloskundigenpraktijk verhuisden van Vleuten naar Leidsche Rijn, geboorteprognoses op bij de gemeente. ,,Maar daar klopte niets van'', zegt ze. ,,De gemeente weet wel hoeveel mensen van welke leeftijd ergens wonen, maar natuurlijk niet hoeveel van hen kinderen willen.'' Meer dan je denkt, concludeert ze nu.

Alle kinderdagverblijven in het nieuwe stadsdeel (een bejaardenhuis is er niet in Leidsche Rijn) hebben een wachtlijst van gemiddeld anderhalf jaar voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 4. Een deel van die wachtlijst is fictief, omdat mensen zich vroeg en bij meerdere kinderdagverblijven tegelijk inschrijven, maar een wachttijd van ten minste acht maanden is wel reëel. En de lijsten groeien alleen maar naarmate er meer woningen worden opgeleverd, zegt regiomanager Jitske Rienstra van bemiddelingsbureau kinderopvang Skobi.

De 28-jarige Eva Stuifmeel, die in maart gaat bevallen van haar eerste kind, had verwacht dat er juist in zo'n nieuwe wijk als Leidsche Rijn voldoende kinderopvang zou zijn. Ze staat op een wachtlijst voor een crèche en denkt zelf dat ze eind 2004 een plekje heeft. ,,De eerste tijd nadat de baby geboren is, wordt het schipperen, een dagje bij oma, een dag minder werken.''

De gemeente Utrecht werkt aan een plan om meer kinderopvang te stimuleren, maar zegt dat haar mogelijkheden beperkt zijn. ,,Als straks de wet basisvoorziening kinderopvang ingaat, gaat de gemeente officieel alleen nog over de spreiding en de kwaliteit van de kinderopvang'' ,zegt wethouder Toon Gispen. ,,En tja, kinderopvang is natuurlijk in vrijwel het hele land een probleem. Moeten we dan maar zeggen, gaat u maar op de Veluwe wonen?''

Volgens hoogleraar demografie Pieter Hooimeijer had de gemeente de wachtlijsten wel degelijk kunnen voorkomen. Elk jaar doet hij samen met het Utrechts Nieuwsblad en bureau Berenschot onderzoek naar de ontwikkeling van Leidsche Rijn. Hij vindt dat er minder eenzijdig gebouwd moet worden in het nieuwe stadsdeel zodat minder gezinnen zich er vestigen. ,,Door het type woning dat overheerst, eengezinswoningen waaronder veel koopwoningen, trek je maar één bevolkingsgroep aan. Zo'n eenzijdig stadsdeel is niet bestand tegen schokken, zoals bijvoorbeeld een geboortepiekje. Daarvoor moet je noodvoorzieningen treffen. Noodgebouwen die je na verloop van tijd weer moet afbreken. Dat komt het imago van de wijk niet ten goede.''

Volgens Hooimeijer zijn er slimme oplossingen, die ook wel worden toegepast in Leidsche Rijn. ,,Je kunt bijvoorbeeld gebouwen neerzetten die eerst als kinderdagverblijf dienst kunnen doen en later, als de geboorteprop is doorgeschoven, als klaslokaal kunnen dienen. Maar dat helpt misschien voor een gemiddeld nieuwbouwwijkje, maar niet op deze schaal, voor een heel nieuw stadsdeel. Je zult altijd achter de feiten aanlopen.'' Hooimeijer verwacht bijvoorbeeld dat de wipkippen die nu in speeltuintjes staan over vijftien jaar verworden tot hangplek voor tieners die zich vervelen.

Wethouder Walther Lenting, verantwoordelijk voor het nieuwe stadsdeel, stelt dat Leidsche Rijn op termijn géén eenzijdige bevolkingsopbouw zal hebben. ,,Er zijn vorig jaar veel gezinnen komen wonen, maar dat was ook gepland. In de komende jaren worden er ook veel andere woningen gebouwd.'' Wel beaamt Lenting dat het bouwen van goedkope huizen voor starters moeizaam verloopt. ,,Maar dat is, onder meer door de gestegen huizenprijzen, in heel Nederland een probleem.''

Volgens Hooimeijer is het belangrijkste probleem van Leidsche Rijn dat de eenzijdigheid van de bevolking nooit als probleem is erkend. ,,Terwijl de samenstelling eenzijdiger is dan bijvoorbeeld in Almere toen dat werd opgeleverd. De politici en plannenmakers hebben jaren de tijd gehad om te zien wat er staat te gebeuren, maar ze erkennen het probleem niet eens.''

De bewoners van Veldhuizen zelf lijken het niet erg te vinden dat er veel gezinnen in hun wijk wonen. Uit het onderzoek dat Hooimeijer elk jaar doet onder nieuwe bewoners, blijkt dat ze, afgezien van het feit dat er te weinig voorzieningen zijn, wel tevreden zijn over hun buurt. Dat geldt ook voor de 32-jarige Diane de Vries, die – met haar twee kinderen in het boodschappenkarretje – de noodsuper in de wijk bezoekt. De Vries leek het in eerste instantie ,,minder'' dat veel mensen van dezelfde leeftijd in haar buurt wonen. ,,Maar het blijkt heel leuk; je zit in dezelfde levensfase, er is veel herkenning.'' Bij De Vries in de straat wonen nu vier andere stellen met kinderen. En de rest, weet ze, is ,,drukdoende''.

    • Merel Thie