Extra tijd voor onderzoek Van der G.

Het Pieter Baan Centrum (PBC) wil drie weken extra voor de afronding van het gedragskundig onderzoek naar Volkert van der G., de verdachte van de moord op Pim Fortuyn.

Een en ander bleek vanochtend in Amsterdam op de derde zozogenoemde pro-formazitting van de zaak tegen Van der G. De langere onderzoeksduur is noodzakelijk doordat er de afgelopen weken vertraging is opgetreden wegens discussies over de omstandigheden van het onderzoek in het PBC, de psychiatrische observatiekliniek van justitie in Utrecht. Het ministerie van Justitie wilde garanties voor Van der G.'s veiligheid binnen de groep waar hij geobserveerd wordt. Ook hield het departement in eerste instantie vast aan het permanente cameratoezicht waaraan Van der G. ook in de gevangenis was onderworpen.

Gisteravond lijkt de zaak evenwel opgelost te zijn. De PBC-leiding gaat er nu van uit dat Van der G. in een groep kan meedraaien. Ook is afgesproken dat het toezicht in de nacht tot normale controles zal worden afgebouwd.

Op de zitting werd duidelijk dat de problemen rond het gedragskundig onderzoek de afgelopen weken hebben geleid tot de opschorting van de medewerking aan het onderzoek door Van der G. Maar zijn raadsman, S. Franken zei vanochtend dat zijn cliënt nu weer mee zal werken.Het openbaar ministerie (OM) gaat ervan uit dat het PBC-rapport eind maart klaar is. Het OM wil dan begin april met de inhoudelijke behandeling van de zaak beginnen. Franken wees er vanochtend op dat de wettelijk vastgestelde periode voor een PBC-opname op zeven weken is gesteld. Hij vroeg zich af hoe de door het PBC gewenste verlenging valt in te passen binnen de wet. De rechtbank geeft later vandaag haar visie. Dan zal zij ook besluiten of er, op verzoek van de verdediging, nog enkele getuigen worden gehoord, zoals de voorzitter van de commissie die de veiligheid van Pim Fortuyn onderzocht.

Franken uitte vanochtend scherpe kritiek op minister Donner (Justitie) die volgens hem het PBC onderzoek ,,nodeloos heeft vertraagd.' Volgens hem was de PBC leiding in december al overtuigd van de onderzoeksopzet die nu gekozen is en heeft de minister, door het stellen van eisen over het cameratoezicht en de groepsobservatie, ,,direct ingegrepen in de kwaliteit van het PBC-onderzoek en daarmee rechtstreeks invloed uitgeoefend op het strafrechtelijk onderzoek.'