Europa moet niet buigen voor de VS

Amerika lijkt zich op te maken voor een oorlog tegen Irak – een verkeerde oorlog op een verkeerd moment en dus dient de EU daar tegen haar stem te verheffen, vindt Max Kohnstamm.

Het is de hoogste tijd dat Europa zijn stem verheft. Wij moeten Amerika, onze naaste en belangrijkste bondgenoot, voor een grote historische fout behoeden. Tegelijkertijd is het onze plicht de staat Israël te waarschuwen dat op de lange duur zijn bestaan – en daarmee de rijke geestelijke geschiedenis van het jodendom – gevaar loopt. Want dat is wat op het spel staat als de Verenigde Staten een oorlog zouden beginnen tegen het Irak van Saddam Hussein. Zwijgen wij, dat zou dat voor mij, als vriend van de Verenigde Staten en als zoon van een vader van joodse afkomst zonder meer verraad zijn, aan Amerika zowel als aan Israël.

Amerika lijkt niet in te zien wat de aanslagen van 11 september 2001 ons hebben geleerd: dat het internationale monopolie op het gebruik of misbruik van vernietigend geweld niet langer bij staten berust. De privatisering van de macht, van dit vermogen om duizenden mensen te vernietigen, is een ongekende revolutie. Ze betekent het einde van het tijdperk waarin een zekere orde zich nog met een kanonneerboot of door middel van oorlogvoering liet afdwingen. Gifvondsten zoals onlangs in Londen tonen aan dat het terrorisme intussen een heel ander, veel verschrikkelijker bedrijf geworden is.

Wij leven in een wereld waarin iedereen die over voldoende criminele ijver of de bereidheid tot het martelaarschap beschikt, met toegang tot het internet en de simpelste middelen op reusachtige schaal vernietiging kan aanrichten. Daartegen is geen beschermende, ordenende staatsmacht meer opgewassen, ook al meent Washington als laatste supermacht deze ontwikkeling tot staan te kunnen brengen. De opmars van de Amerikanen naar de grens van Irak komt mij voor als een vertwijfelde poging om de huidige wereldorde te redden. Maar het zou de verkeerde oorlog zijn, op het verkeerde moment.

Amerika stelt namelijk de verkeerde prioriteiten. Natuurlijk is Saddam Hussein een schurk van een dictator, die voor geen moord terugschrikt, die vermoedelijk over massavernietigingswapens beschikt en die waarschijnlijk ook wel bereid zou zijn, anderen deze wapens ter beschikking te stellen.

Het zal de inspecteurs van de Verenigde Naties niet gemakkelijk vallen die wapens te vinden. Maar het is oneindig veel goedkoper en verstandiger om Saddam Hussein permanent in de gaten te laten houden en de inspecteurs 25 jaar in Irak te handhaven, dan een leger 25 dagen lang oorlog te laten voeren. Als Saddam Hussein de inspecteurs het land uit zou zetten, dán zou de wereldgemeenschap anders kunnen beslissen. Maar tot dat moment geldt: als Amerika nu een oorlog begint, zal het de gevaarlijke tweedeling tussen `het westen' en `de islam' uitbreiden tot een godsdienstoorlog. En godsdienstoorlogen zijn de ergste van allemaal, omdat ze met het grootste fanatisme gevoerd worden.

Een oorlog tegen Irak zou het tegendeel bewerkstelligen van wat hij beoogt.

In plaats van een stabilisatie in het Midden-Oosten zouden wij een radicalisering van de islamitische wereld beleven. De terroristen die pretenderen te doden uit naam van Allah, zouden hun gelederen massaal zien aanzwellen. In de sloppen van de Gazastrook en op de westelijke Jordaanoever leven te veel mensen die tot geweld bereid zouden zijn om vooral maar te ontsnappen aan de gedachte dat ze slaven van het westen zouden kunnen worden. Die reactie zou op de lange termijn het bestaan van een staat Israël onmogelijk maken. Zonder vrede met de Palestijnen kan Israël op den duur niet overleven.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heb ik, onder de Duitse bezetting van Nederland, drie maanden in een concentratiekamp gezeten. Het gruwelijkste aan die ervaring was dat je niet meer als mens, maar als `Untermensch' behandeld werd. Wat thans met de Palestijnen gebeurt, herinnert aan die ervaring, en wij lopen het gevaar dat wij de hele islamitische wereld dat aandoen: door moslims als minder dan mensen, als on-mensen af te doen, vernietigen wij de grondslagen van onze eigen beschaving. Het westen kan niet geloofwaardig aandringen op naleving van de VN-resoluties aangaande Irak, en tegelijkertijd de talrijke besluiten van de Verenigde Naties negeren die een vreedzame oplossing van het conflict tussen Israël en de Palestijnen eisen.

Iedere poging om stabiliteit in het Midden-Oosten tot stand te brengen moet daarom beginnen met een internationaal vredesinitiatief, dat de Israëliërs en de Palestijnen aan één tafel brengt. Dát moet prioriteit krijgen, en dat zou ook Saddams positie in de Arabische wereld aantasten. Meer dan wie ook zouden de Europeanen daartoe uit een ervaring kunnen putten die zij zelf na 1945 hebben opgedaan. Bedenk wel: de grondslag voor iedere Europese eenwording, die is begonnen met het verdrag van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, was toch dat Duitsers en Fransen elkaar als gelijkwaardig aanvaardden.

Terecht waarschuwen de Franse president en de Duitse bondskanselier samen tegen een oorlog in Irak. De woede van Donald Rumsfeld over deze koers van het zogenoemde `oude Europa' laat zien dat hun stem wordt gehoord. Het conflict met Washington verenigt Duitsers en Fransen. Maar de Europese Unie moet méér wagen: de permanente crisis in de regio vereist een groot Europees antwoord.

Wat nodig is, is een soort Marshallplan voor het Midden-Oosten. Vijftig jaar geleden hebben de Duitsers en de Fransen zelf ervaren hoezeer dat genereuze Amerikaanse concept voor de wederopbouw van het continent de toenmalige vijanden tot samenwerking dreef. Zonder die welwillende druk van buitenaf zou Europa als eenheid waarschijnlijk niet tot stand zijn gekomen.

Zoals Europa toentertijd geholpen is, zo moet het nu zelf helpen. De Israëliërs en de Palestijnen hebben geen andere keus dan naast en met elkaar te leren leven. Als Europa meer dan tot dusverre politieke en financiële bijstand zou aanbieden, zou de nu al ondraaglijk hoge prijs van de vijandschap voor beide partijen nog hoger worden.

Tegelijkertijd zou een dergelijk Europees initiatief voor het Midden-Oosten het juiste signaal zijn in de strijd tegen het terrorisme. Want de vertwijfeling en ellende in bijvoorbeeld de Palestijnse kampen zijn de voedingsbodem voor het nieuwe geweld. Wie nu in Gaza leeft, leeft zonder hoop. Wie de mensen een menswaardig perspectief biedt, zet een stap naar de vrede. Een oorlog tegen Irak daarentegen, die ook nog gevoerd wordt buiten de internationale rechtsorde om en zonder een tweede VN-resolutie, zou de wereld alleen maar gevaarlijker maken dan hij al is. Het `nieuwe Europa' heeft zijn weg naar de vrede afgelegd. Nu moet het ook anderen de mogelijkheid bieden om die weg te vinden.

Max Kohnstamm is één van de pioniers van de Europese eenwording.

© Süddeutsche Zeitung

    • Max Kohnstamm