De staat van de wereld... ...en de dollar

Precies een jaar geleden hield president George W. Bush zijn gedenkwaardige `as van het kwaad'-toespraak. De Amerikaanse vlag wapperde in Kabul en als eregast was de nieuwe leider van Afghanistan, Hamid Karzai, aanwezig toen Bush voor het Congres de staat van zijn land doornam. Noord-Korea, Iran en Irak werden gebrandmerkt als kwade machten. Een jaar later is de wereld nog maar een haar verwijderd van een oorlog tegen Irak. In zijn State of the Union zei Bush gisteren dat zijn minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, nadere informatie zal verschaffen over Iraks illegale wapenprogramma's, de pogingen van het land om massavernietigingswapens te verbergen en over de banden die Irak met terroristische groeperingen heeft. Op 5 februari komt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op verzoek van Amerika bijeen om hierover te overleggen.

Het verschil in toon tussen beide speeches is opvallend. De president was gisteravond soberder in zijn woordkeus en somberder in zijn uitspraken dan een jaar geleden. Hij bereidde de bevolking voor op oorlog. Amerikaanse soldaten naar het front sturen ,,is de ingrijpendste beslissing die een president kan nemen'. En: ,,De technologie van de oorlog is veranderd, maar de risico's en het lijden niet (...) Geen overwinning zonder verdriet.' Half februari willen de VS 150.000 militairen in het Golfgebied hebben. De militaire logistiek draait op volle toeren, de oorlogsretoriek is oorverdovend. Bondgenoten gorden zich aan of kibbelen over hun rol als partner. Diplomatie en wapeninspecties in Irak zijn in een laatste fase gekomen. Als Saddam Hussein alsnog volledig meewerkt met ontwapening, zullen de VS een militair ingrijpen achterwege laten. Zo niet, dan koerst het slagschip Amerika op een confrontatie met Bagdad af. Desnoods alleen. Zoals Bush het zei: ,,De richting van dit land hangt niet af van de beslissingen van anderen.' Dat moge zo zijn, maar een solo-optreden en eenzijdigheid in zo'n wereldomvattende zaak zijn ongewenst.

De ervaringen met Saddam Hussein leren dat hij aan zijn macht is gehecht, beslissingen tot het laatst uitstelt en, als die eenmaal genomen zijn, de confrontatie niet schuwt. Tegelijk is hij een ras-overlever die geen onnodige risico's neemt. Het is mogelijk dat Saddam niet beweegt, Amerika de wereld bewijst dat Saddam nog over massavernietigingswapens beschikt en de VN om een tweede resolutie vraagt. Dan zal de strijd beginnen. De president is vastbesloten. Wat hij nu doet is de druk verhogen door bijna alles – de bewijzen nog niet – uit de kast te halen om zijn vijand tot medewerking te dwingen. Het kan zijn dat Saddam daaraan alsnog tegemoetkomt en het proces van inspectie en ontwapening echt begint. Dan heeft Bush vreedzaam een grote politieke overwinning geboekt.

Irak is onderdeel van een explosieve regio waar een oorlog onberekenbare gevolgen kan hebben. Oorlogen zijn soms noodzakelijk, maar alleen als de vrede niet op een andere manier kan worden afgedwongen. En juist dat is nodig in het Midden-Oosten, van een constructieve Israëlisch-Palestijnse dialoog tot een aanvaardbare regeling voor de Koerden. Blijkens zijn toespraak neemt de president de strijd tegen het terrorisme nog steeds serieus. Maar hoe verhoudt een aanval op Irak zich hiermee? Naar bewijzen van een duidelijk verband tussen Saddam Hussein en het internationale terrorisme kijkt de wereld reikhalzend uit. Ook politiek liggen er nog vragen: is een preventieve aanval op Irak gelegitimeerd of kan de ouderwetse theorie van de afschrikking nog diensten bewijzen? Het besef dringt ook in Washington door dat de terreur niet ophoudt als Irak militair wordt verslagen. Er waren eerder aanslagen in Bali, Kenia en Jemen. De moeilijkheden in Afghanistan beginnen na het snelle succes van vorig jaar de kop weer op te steken. Zorgen over de wereldeconomie nemen toe. De sleutel tot de oplossing heeft Baghdad in handen. Saddam kan nog buigen voor een belang dat de hele westerse en islamitische wereld deelt: geen oorlog met de VS.

De dollar is het eerste slachtoffer van de Amerikaanse oorlogsdreiging. De Amerikaanse munt zakt weg ten opzichte van de euro en de Japanse yen. De beoogde nieuwe minister van Financiën, John Snow, antwoordde gisteren in zijn ondervraging door de Senaat dat een sterke dollar `in het nationale belang' van de Verenigde Staten is, maar dat is holle praat. Ten opzichte van de euro is de dollar sinds vorig jaar april gestaag gedaald – van een koers van 86 eurocent tot tegen de 1,09 euro vandaag – en de daling versnelt zich met de toenemende kans op oorlog.

De stijging van de euro is op het eerste gezicht opmerkelijk: met de Europese economieën gaat het slecht, de begrotingstekorten in Duitsland en Frankrijk lopen uit de hand en economische hervormingen zijn nergens populair. Maar de dollar staat er nog beroerder voor. Niet alleen is de Amerikaanse rente aanmerkelijk lager dan die in Europa, waardoor dollarbeleggingen minder aantrekkelijk zijn, de policy mix van begrotings- en monetair beleid in Washington wijst op een herhaling van de jaren zestig. Toen beloofde president Johnson ten tijde van de Vietnam-oorlog guns and butter: militaire uitgaven én de welvaartsstaat. Amerika dacht een oorlog te kunnen voeren op de pof. Het resultaat was dat het stelsel van vaste wisselkoersen met de dollar als anker, het `Bretton Woods-stelsel', eind jaren zestig onder steeds grotere druk kwam te staan en in 1971 ontplofte.

De Verenigde Staten voeren nu opnieuw een beleid van oplopende begrotingstekorten, aangewakkerd door de enorme belastingverlagingen die president Bush wil doorvoeren. Ondertussen blijven de Amerikaanse bestedingen groter dan de besparingen, hetgeen tot uitdrukking komt in een oplopend tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans. Dit tekort bedroeg vorig jaar vijf procent van de Amerikaanse economie. Anders gezegd: de Verenigde Staten brengen wereldwijd zo'n 500 miljard dollar per jaar meer in omloop dan ze verdienen. Zolang er vertrouwen in de vitaliteit van de Amerikaanse economie bestaat, is dat geen probleem. De dollar is immers nog altijd de wereldmunt. Maar op den duur is geen enkele munt tegen chronische overbesteding bestand.

Het dollarstelsel biedt de Verenigde Staten een exorbitant privilege (privilège monumentalement abusif) om tekorten te financieren door meer dollars uit te geven, stelde de Franse president Charles de Gaulle in februari 1965 misprijzend vast. Bijna veertig jaar later is dat niet anders. Ook nu financieren de Amerikanen hun militaire suprematie op kosten van de wereld. Geen wonder dat de dollar valt.

Gerectificeerd

Euro-dollar

In het hoofdartikel ...en de dollar (29 januari, pagina 9) staat dat de koers van de dollar is gedaald van 0,86 eurocent naar 1,09 euro. Bedoeld is dat de waarde van de euro is veranderd van 0,86 dollarcent naar 1,09 dollar.