Bush probeert Amerikanen gerust te stellen

Amerika zal nog één keer bewijzen tonen, maar de oorlog komt. Irak heeft bewezen niet te ontwapenen. Wachten is volgens president Bush geen optie: ,,Sinds wanneer waarschuwen terroristen en tirannen dat zij er aan komen?''

Misschien de meest directe verwijzing naar de oorlog waartoe hij in feite al heeft besloten deed president Bush toen hij zich richtte tot de militairen die het werk moeten gaan doen, en hun familie: ,,Geen overwinning zonder verdriet.''

Alsof het nog niet duidelijk genoeg was, voegde de president eraantoe: ,,Deze natie vecht met grote aarzeling, omdat wij de prijs kennen, en opzien tegen de dagen van rouw die onvermijdelijk komen.'' De Verenigde Staten streven naar vrede, maar zijn ook bereid te vechten voor vrede.

,,Als de oorlog ons wordt opgedrongen, dan zullen wij vechten met de volle kracht en macht van de Amerikaanse strijdkrachten en dan zullen wij winnen.'' Bij wijze van verontschuldiging vooraf zegde president Bush toe ,,onschuldigen zo veel mogelijk te ontzien''. En: ,,Wij zullen het Iraakse volk voedsel, medicijnen en eerste levensbehoeften brengen... en vrijheid.''

Het waren deze slotalinea's in een gedragen toespraak die al het voorgaande overschaduwden. Meer bewijzen volgen over een week. En het Amerikaanse volk krijgt meer van het economische medicijn dat de regering-Bush al twee jaar toedient belastingverlaging. Maar waar het echt over ging is die oorlog, die moet vóórdat Saddam Hussein de afschuwelijkste chemische en biologische wapens in Amerika's grote steden aflevert.

De 43ste president van de Verenigde Staten stond in zijn tweede State of the Union-toespraak voor de bijna onmogelijke opgave zijn landgenoten gerust te stellen dat de economie weer zal bloeien en banen opleveren, dat het onderwijs en de gezondheidszorg zullen verbeteren, en tegelijk de geesten rijp maken voor zoiets ingrijpends als een oorlog, die de economie ook nog eens neerdrukt.

En dat terwijl de hele wereld meeluisterde, met meer wantrouwen dan bewondering om zo veel leiderschap. President Bush vermeed dit jaar grote woorden die achter de kiezen blijven steken. Geen As van het Kwaad, maar een poging bijna terloops uit te leggen dat Noord-Korea weliswaar heel gevaarlijk is, maar voorlopig beter diplomatiek kan worden aangepakt. Zoals Iran nog wat tijd krijgt om door een volksopstand op een democratischer pad terecht te komen. Zodat alle energie vrijkomt voor het Project Irak.

Door de ernst van de geschetste dreiging kon Bush zich een betrekkelijk oppervlakkige behandeling van de binnenlandse economische problemen veroorloven. Net als bij de tussentijdse verkiezingen van november. Hoewel de stem van het volk nog niet heeft kunnen reageren op de toespraak van gisteravond, zou het niet verbazen als George W. Bush opnieuw het voordeel van de twijfel, zo niet van de angst krijgt en zijn volk de oorlog in leidt met weer aantrekkende opiniecijfers.

Voor het buitenland, dat met ingehouden adem wachtte op concrete bewijzen van Saddams slechtheid, hetzij een beginsignaal van de oorlog, had de Amerikaanse president een beetje van beide. Bewijzen waren het niet, aldus de elder statesman van de Democraten, Ted Kennedy. Maar aanwijzingen waren het wel.

Voor de filosofisch ingestelden in het wereldpubliek had de hoofdsheriff een idealistisch woord met historische ambities. ,,Amerika is een sterke natie, die eerbaar omgaat met de macht. Wij gebruiken onze macht zonder te veroveren. Wij brengen offers voor de vrijheid van vreemdelingen.'' President Bush verwees vijftig minuten slechts impliciet naar het opperwezen, tot hij zich liet gaan in het slotakkoord: ,,Wij zijn een vrij volk en wij weten dat vrijheid het recht van ieder mens en ieder volk is. Die vrijheid, die ons zo veel waard is, is niet Amerika's gift aan de wereld, het is Gods gift aan de mensheid.''

Daarmee onthulde president George W. Bush andermaal zijn eigen diepste overtuiging, die waarschijnlijk verder gaat dan de routinematig afgelegde betuigingen van eerbied aan een God die in de Amerikaanse politiek gebruikelijk zijn. Door alle vertrouwen te stellen ,,in de liefhebbende God achter het hele leven, en alle geschiedenis' nam George W. Bush bewust het risico de komende oorlog voor vrijheid en democratie in het teken van rivaliserende godsdiensten te plaatsen. ,,May He guide us now''.