Blanke bastions

Hoewel het aantal allochtone rechtenstudenten al een aantal jaren toeneemt, kom je ze na hun studie maar mondjesmaat tegen bij de rechtbanken en advocatenkantoren. De Raad voor de Rechtspraak maakt zich zorgen over de ondervertegenwoordiging van allochtonen in de magistratuur.

`Advocate', antwoordde Hilal Benek (30) toen haar tijdens een kringgesprek in de zesde klas van de lagere school werd gevraagd wat zij wilde worden. ,,Dat is héél moeilijk, Hilal'', antwoordde haar toenmalige leraar verontrust. ,,Dan moet je héél goed Nederlands kunnen.''

Moeilijk of niet, Benek zette door. En met succes. Na haar rechtenstudie werd de Turkse toegelaten tot de selectieve zesjarige opleiding tot rechter of officier van justitie in Zutphen. Ze werkt nu nog bij de rechtbank in 's-Hertogenbosch als rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio). Maar als alles volgens plan verloopt, wordt Benek over twee jaar als rechter beëdigd. ,,Rechters zijn het kloppend hart van de juridische wereld'', verklaart zij haar ommezwaai van de advocatuur naar de zittende magistratuur. ,,Ze beschikken over nóg meer kennis en inzicht dan advocaten.''

Ook de in Armenië geboren Dikran Sarian (38) werd in 1994 toegelaten tot de raio-opleiding. Hij koos voor een loopbaan als officier van justitie en is sinds enkele jaren werkzaam bij het parket in Lelystad en Zwolle. Sarian spreekt van ,,een dynamisch en veelzijdig beroep'' dat goed past bij zijn persoonlijkheid. Hij ontwikkelt onder meer beleid voor de aanpak van huiselijk geweld en voetbalvandalisme.

Benek en Sarian behoren tot een select groepje allochtonen dat deel uitmaakt van de rechterlijke macht. Hoewel de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) niet registreert op nationaliteit, wijst een rondgang langs rechtbanken en parketten uit dat er in ons land tien tot vijftien allochtone officieren van justitie werkzaam zijn en een handvol allochtone rechters. Afgaande op het aantal rechterlijk ambtenaren in opleiding, zal hun aantal de komende jaren niet opzienbarend toenemen. Van de 150 raio's die sinds april 2001 de opleiding tot rechter of officier van justitie volgen zijn vier van allochtone komaf, meldt Martin Groeneveld, secretaris van de Raio-selectiecommissie.

De Raad voor de Rechtspraak maakt zich zorgen over de forse ondervertegenwoordiging van allochtonen in de zittende en staande magistratuur. ,,Een van de onvolkomenheden van de rechterlijke macht is de eenzijdige samenstelling'', merkte raadsvoorzitter Bert van Delden vorig jaar in Het Parool op. ,,Zonder de dingen op een goudschaaltje te wegen, zou de rechterlijke macht een afspiegeling van de samenleving moeten zijn'', concludeerde hij. In een strategische verkenning van de Raad is `multiculturalisering' onlangs als agendapunt opgenomen. Een woordvoerder meldt dat er de komende jaren ,,gericht zal worden gezocht'' naar gekwalificeerde allochtonen voor de rechterlijke macht.

De in Marokko geboren Sadik Harchaoui (29), onderzoeker bij het Willem Pompe Instituut voor Strafwetenschappen, juicht het nieuwe beleid van de Raad toe. ,,Maar gemakkelijk zal het niet worden'', voorspelt hij. ,,Veel zal afhangen van de hoogste bazen. Als je die eenmaal achter je hebt, kan er écht iets veranderen.'' En verder is het volgens hem nodig dat allochtonen zelf iets gaan ondernemen. Zoals netwerken in het leven roepen, die de werving van juristen vergemakkelijken. ,,Emancipatie begint van binnenuit.''

Binnen de advocatuur, waar naar schatting honderd allochtonen werkzaam zijn, bestaat zo'n netwerk al. Het werd in 1996 door advocaat Nazmi Türkkol (33) opgericht en telt zo'n veertig leden. Türkkol: ,,Het gaat om een netwerk in de meest ruime zin van het woord. Twee keer per jaar organiseren we een informele bijeenkomst waar advocaten van Turkse komaf gedachten en ervaringen kunnen uitwisselen.'' Beginnende advocaten uit minderheidsgroepen hebben volgens de welbespraakte Turkse jurist veel baat bij een eigen netwerk. ,,De meesten hebben geen toegang tot de reguliere advocatennetwerken en moeten veel moeite doen voor een stageplek binnen de advocatuur. Een avondje in het café doet dan vaak wonderen.''

Zelf werd Türkkol na zijn afstuderen in 1993 begeleid door Ügur Sarikaya, de eerste Turkse advocaat in Nederland. Via het ministerie van justitie, waar Türkkol een jaar als juridisch medewerker werkzaam was, kwam hij bij een middelgroot Amsterdams advocatenkantoor terecht. Hij heeft nu een maatschap met twee Nederlanders in dezelfde stad. Türkkol: ,,Hoe ik mij ertussen heb gewrongen? Door de publiciteit te zoeken. Waren er problemen rond de uitbreiding van een moskee, dan belde ik meteen de krant. Mijn kracht is dat ik de Turkse gemeenschap en taal goed ken. Dat heb ik weten uit te buiten.'' Negentig procent van Türkkols cliënten is van Turkse komaf of heeft affiniteit met Turkije. ,,Ze weten mij moeiteloos te vinden.''

Lang niet alle afgestudeerde juristen vergaat het als Türkkol. Want hoewel het aantal allochtone rechtenstudenten al een aantal jaren toeneemt – `bijna eenderde van onze eerstejaars rechtenstudenten is allochtoon' meldt een woordvoerder van de Erasmus Universiteit – vindt het merendeel slechts met moeite een baan. Laat staan een baan bij een gerenommeerd advocatenkantoor. Bij de tien grootste kantoren – samen goed voor zo'n 1.800 advocaten – werken slechts zestien allochtonen, zo wees een inventarisatie van het Advocatenblad vorig jaar uit. ,,Het is een angst voor het anders-zijn'', concludeerde Famile Arslan (31), de eerste advocate met hoofddoek in Nederland, onlangs in deze krant. ,,Mensen kiezen graag voor wat vertrouwd is.'' Het merendeel van de allochtone juristen komt terecht bij een middelgroot advocatenkantoor. Een klein aantal richt een eigen kantoor op.

Toch zijn er ook lichtpuntjes. Want naarmate het aantal niet-westerse allochtonen toeneemt – het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voorspelt dat het er in 2015 twee miljoen zullen zijn – wordt ook de vraag naar mensen die affiniteit met deze nieuwe doelgroep hebben steeds groter. Zo wordt advocaat Nazmi Türkkol steeds vaker gebeld door advocatenkantoren die op zoek zijn naar een getalenteerde Turkse jurist in opleiding. Türkkol: ,,Als je als advocaat met die cultuur bent opgegroeid, zo is de gedachte, ben je beter in staat de belangen van Turkse cliënten te behartigen. En dus nemen ze een Turkse advocaat in dienst om bijvoorbeeld zaken over eerwraak te behandelen. Zo'n persoon kent en begrijpt de emoties en gevoeligheden. Hij kan ze daardoor ook beter inzichtelijk maken voor een rechter.''

De Armeense officier van justitie Sarian is het niet eens met die stelling. ,,Wat een onzin!'', roept hij geërgerd. ,,Zo'n rechter of officier moet zich gewoon goed in het dossier verdiepen – zo nodig met behulp van een deskundige. Zoals hij zich ook in het dossier van een psychiatrische patiënt verdiept. Of in het dossier van een voetbalvandalist. Ik hoef toch geen psychiatrische patiënt of voetbalvandaal te zijn om tot een afgewogen oordeel te komen?'' Bovendien, zegt hij, suggereer je daarmee ook dat allochtone juristen minder goed in staat zijn om zaken te beoordelen die autochtonen aangaan. ,,Ook dat lijkt mij een onzinnige stelling.''

Voor rechters en officieren van justitie ligt de affiniteit met de eigen minderheidsgroep een stuk gevoeliger. De meesten zijn bang om in de rechtszaal van vooringenomenheid te worden beticht. Zo onderstreept rechter-in-opleiding Hilal Benek dat zij zich meer thuisvoelt in Nederland dan in Turkije. ,,Ik ben in Deventer geboren en getogen. Met het geboorteland van mijn ouders heb ik niet zo veel.'' De Turkse arts waarmee zij is getrouwd is ,,geen import-Turk'', haast zij zich te zeggen. En nee, zij zou nóóit in Turkije recht willen spreken. ,,In Turkije is er een enorme kloof tussen de bevolking en de rechterlijke macht. Dat spreekt mij niet aan.''

Meer diversiteit in de magistratuur en advocatuur zal allochtone jongeren inspireren om hun dromen te verwezenlijken, denkt Sarian. Maar multiculturalisering van de rechterlijke macht en advocatuur kan ook tot stigmatisering leiden. ,,Uiteindelijk neem je iemand aan vanwege zijn kwaliteiten, niet vanwege zijn huidskleur. Wek je de verkeerde indruk, dan benadeel je de mensen die je vooruit wilt helpen.''