Wiskundeonderwijs

Het recente voorstel van demissionair minister Van der Hoeven om de uren wiskunde en natuurkunde voor de twee bèta-profielen van havo en vwo met meer dan een kwart te beperken, is met grote ontzetting ontvangen door wiskundig Nederland (NRC Handelsblad, 11 januari).

De belangrijkste afnemers van het afgeleverde product, de universiteiten en de HBO-opleidingen, zijn bij de totstandkoming hiervan niet serieus betrokken geweest. Maar voor hen heeft dit natuurlijk wel grote gevolgen. Zo zal een technische opleiding er rekening mee moeten houden dat zijn instromers nagenoeg niets weten van natuurkunde. Het aanvullen van een kennisleemte van enkele maanden vraagt om een flinke extra inspanning van studenten en docenten. Maar de tijd (en trouwens ook het geld) ontbreekt voor bijspijkertracés van deze omvang, want om een vijfjarige studie te kunnen handhaven hebben die opleidingen zich indertijd verplicht aan zeer hoge (en naar nu gebleken is, irreële) rendementseisen te voldoen. De vraag is trouwens of het nog zal lonen, want de belangstelling voor exacte studies is de laatste jaren dramatisch gedaald. Dit vindt plaats op zo'n schaal dat het bedrijfsleven alarm heeft geslagen en zelfs een deel daarvan overweegt zijn onderzoeksafdelingen in ons land te sluiten en naar elders over te brengen. Aanvaarding van dit voorstel zou van zulke overwegingen wel eens besluiten kunnen maken, maar de minister lijkt niet erg verontrust over deze uitholling van de kenniseconomie.

    • Eduard Looijenga
    • Voorz.Wiskundig Genootschap