Vertrouwen of profileren?

Hebben de kiezers nu een coalitiekabinet van CDA en PvdA gewild? Nee, een deel van de kiezers heeft het CDA, de partij die uitdrukkelijk verder wilde in een stabiele twee-partijencoalitie met de VVD en die zich afzette tegen de PvdA, vooral grootste partij willen laten blijven. Een ander groot deel van de kiezers heeft de PvdA de grootste winnaar gemaakt. Dat de kiezers opdracht zouden hebben gegeven een centrumlinkse coalitie te vormen, zoals wel is opgemerkt, klopt dus niet.

Juister is te zeggen dat de uitslag, en de posities die partijen jegens elkaar innemen, een centrumrechtse coalitie vrijwel uitsluit. Wél lijkt nu centrumlinks, een coalitie van de grootste partij en de grootste winnaar, rekenkundig voor de hand te liggen. Na een paar dagen tegensputteren is ook demissionair premier en CDA-lijsttrekker Balkenende toch nog vrij snel tot de slotsom gekomen dat er, gerekend naar de cijfers, vermoedelijk weinig anders opzit dan te onderzoeken of er een stabiel centrumlinks te maken valt.

Het belangrijkste komt nog. Niet alleen moet dadelijk uit onderhandelingen blijken, en bij zwaar economisch weer, of er goede programmatische afspraken te maken zijn. Nee, er moet in een paar weken ook zoiets als wederzijds vertrouwen groeien, liefst het type vertrouwen waarmee je vier jaar vooruit kunt. Anders mogen twee ongeveer even grote coalitiepartners afspreken wat zij willen, maar hoeft qua daadkracht weinig van hun kabinet te worden verwacht. Dat zou heel slecht zijn. Nederland is al niet meer zo daadkrachtig bestuurd sinds najaar 2001, toen de paarse partijen afstand van elkaar gingen nemen. De economische omstandigheden zijn sindsdien sterk verslechterd.

Over één ding zijn de twee hoofdpersonen, Balkenende en PvdA-lijsttrekker Bos, het eens: er moet meer dualisme tussen regering en Tweede Kamer komen, al was het maar om de transparantie van het bedrijf en de besluitvorming aan het Binnenhof te verbeteren. Bos wil mede daarom in de Tweede Kamer blijven. Hij wil dáár en niet als een minister die aan de compromissen binnen het kabinet gebonden is leidinggeven aan de verdere vernieuwing van zijn partij en de verscherping van haar profiel. Daarover moesten Balkenende en Bos elkaar de komende weken maar eens diep in de ogen kijken. Want in dat mooie dualistische plan, waarom Bos bijna alom wordt geprezen, zou een gevaar voor de stabiliteit en de daadkracht van een tweede kabinet-Balkenende kunnen liggen.

Sinds vorige woensdag beschikt rechts (CDA, VVD, LPF, CU en SGP) over een nog steeds stevige meerderheid van 85 zetels, terwijl links (PvdA, SP, GroenLinks) op 59 zetels komt, inclusief D66 eventueel op 65. Aannemelijk is dat CDA en PvdA op een gelijk aantal ministersposten uitkomen, wat betekent dat de stem van de CDA-premier in voorkomende gevallen in het kabinet doorslaggevend is. De premier is ook de minister die normaal gesproken, onder meer wegens zijn plaats in de Europese Raad en zijn wekelijkse persconferenties, de meeste publicitaire aandacht krijgt. Zo gezien is het niet gek dat Bos, die toch al vindt dat de vernieuwing van de PvdA nog maar net is begonnen en het niet kan stellen zonder zijn persoonlijke regie, liever als partijleider in de Tweede Kamer blijft.

Maar elk voordeel heeft zijn nadeel, zegt men in Barcelona, en dat geldt ook voor Bos. Want hij zal zich als fractieleider nooit kunnen beroepen op een commitment aan kabinetsbesluiten, ook niet aan besluiten waarvoor hij op inhoudelijke gronden misschien begrip heeft. Hij moet immers over het profiel van zijn partij waken en wel zó dat, zeg, de vakbeweging of de PvdA-achterban en zijn jonge kiezers zich daarin redelijk goed kunnen vinden. Hij moet zich bovendien aan zijn linkerkant de SP en GroenLinks van het lijf zien te houden, die hem straks op moties zullen trakteren waarin het verschil wordt opgemeten tussen kabinetsplannen en het verkiezingsprogramma van de PvdA.

Zulk ongemak mag het CDA straks trouwens verwachten van de rechtse oppositie in de Kamer, de VVD voorop. Maar, dat wordt een belangrijk verschil, het CDA heeft zijn eerste man in de premier en weet hem bepalend voor het partijprofiel. Anders gezegd, de CDA-fractie in de Kamer weet in Balkenende de man die mei 2002 als nieuweling voor een ongedachte electorale herrijzing en vorige week voor een consolidering daarvan zorgde. Dualisme is mooi, maar die fractie kijkt wel uit in de omgang met de premier. De laatste keer dat een christen-democratische premier (de KVP'er Cals) mede door toedoen van zijn eigen geestverwanten ten val kwam in de Kamer is niet toevallig alweer 36 jaar geleden.

Het zijn zware termen, maar het zou kunnen zijn dat er in de gedachte setting snel grote spanningen gaan ontstaan tussen landsbelang/coalitiebelang (premier Balkenende) en partijbelang (partijvernieuwer/profielbewaker Bos), ook zonder dat deze hoofdpersonen daarop uit zijn. Zoiets zou de stemming in de coalitie stevig verzieken, je vraagt je af hoe de zes of zeven PvdA-ministers zich dan zouden voelen. De woorden compromis (in het kabinet) en dualisme (in de Kamer van Bos) krijgen voor hen dan misschien wel een angstaanjagende klank. Aan wie van zijn partijgenoten zou Bos straks vragen om vice-premier te worden? Want die partijgenoot loopt het risico eventueel de ongelukkigste politicus in Den Haag te worden. Een al wat oudere figuur wellicht, vrij van paarse smetten, die het grootste deel van zijn toekomst al achter zich heeft, bestuurlijke ervaring en politieke feeling heeft en afstand tot de fractieleider kan bewaren zonder dat te overdrijven of zijn concurrent te worden? Naar de naam van zo'n `tweede Job Cohen' zal ook Balkenende straks heel nieuwsgierig zijn. Die naam zegt hem mogelijk al iets over de ernst waarmee Bos het beschreven dilemma wil helpen beheersen. Want ook de verhouding tussen de premier en de vice-premier is van betekenis. PvdA-premier Den Uyl, een voorbeeld voor Bos, wilde in zijn kabinet (1973-'77) nogal eens smalend de neus ophalen voor zijn vice-premier, de KVP'er Van Agt. Dat hebben hij en de PvdA later geweten.

Dat die Balkenende zo hamert op het belang van vertrouwen, dus op het belang van een zekere partijpolitieke onthechting ten behoeve van de stabiliteit van een coalitie, is méér dan vragen om de knusse sfeer van een Hollandse huiskamer.

    • J.M. Bik