Meer tijd, niet eeuwig

Wat betekent het als de chef van de VN-wapeninspecteurs, de Zweed Hans Blix, zegt dat Irak onvoldoende meewerkt aan de wapeninspecties? Blix weet de ogen van de hele wereld op zich gericht. Het harde bewijs van de aanwezigheid in Irak van chemische, biologische of nucleaire wapens of de daarvoor benodigde grondstoffen hebben noch de inspecteurs noch de Verenigde Staten geleverd. De beruchte `smoking gun' ontbreekt dus, maar Irak heeft inhoudelijk weinig gedaan om Blix en de zijnen tegemoet te komen. Als een onafhankelijke, door de Verenigde Naties aangestelde functionaris na twee maanden onderzoek verklaart dat Irak niet behulpzaam is geweest bij het geven van informatie over wapenarsenalen, kan dit slechts betekenen dat het land iets achterhoudt.

Het lijkt er sterk op dat nog steeds niet tot de autoriteiten in Bagdad is doorgedrongen hoe urgent de situatie is. Misschien is het tactiek, maar de tijd voor tactische vernuftigheden is ruim voorbij. Het is pijnlijk dat bij het verstrijken van de tijd die de VN-inspecteurs gegeven was, geen bewijzen van massavernietigingswapens zijn geleverd. Het is net zo pijnlijk dat Irak niet volledig heeft meegewerkt met de inspecties. Krachtens VN-resolutie 1441 heeft het land die plicht wel. Scherp gesteld kan men zeggen dat het aan het Iraakse bewind is om zijn onschuld te bewijzen. Na jaren liegen en bedriegen, na het aangetoonde gebruik van gifgassen in de oorlogen tegen Iran en de Koerden, na tien jaar negeren van VN-resoluties, moet Irak nu onvoorwaardelijk ontwapenen. Het dreigende alternatief is oorlog. Alle geroep om meer tijd voor de wapeninspecties, hoe terecht ook, zal niet kunnen voorkomen dat Amerika ingrijpt als tussen vandaag en hooguit enkele weken Saddam Hussein geen opheldering verschaft over wat er is gebeurd met – bijvoorbeeld – de 6.500 raketten met chemische lading en Iraks voorraden antrax waarvan niet vaststaat dat ze zijn vernietigd.

De kritiek van Blix op Irak dient uitermate serieus te worden genomen. Iraks vice-premier Tareq Aziz beloofde vandaag ,,betere samenwerking'' met de inspecteurs. Dat klinkt schuldbewust, maar aangenomen mag worden dat zijn woorden bedoeld zijn om tijd te rekken. Het is verstandig om de druk op de ketel te houden. Tegelijkertijd lijkt het redelijk de wapeninspecteurs wat meer tijd te gunnen om hun werk te voltooien. Geduld en grondigheid gaan voor alles, het inspectiewerk van de VN mag geen haastklus worden. Maar eeuwig kan zo'n uitstel niet duren – de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, wees daar gisteren zelf al op.

Een aantal weken extra tijd betekent allereerst dat Irak kan aantonen dat het alsnog bereid is actief mee te werken aan ontwapening. Uitstel kan in het belang zijn van de verdeelde bondgenoten van Washington, die achter de rug van hun machtige partner schuilen maar geen riskante oorlog in het Midden-Oosten wensen. Ze kunnen de tijd benutten om de rijen te sluiten, hoewel dat in het geval van de Europese Unie een zware opgave zal zijn. Het gedurfde Frans-Duitse initiatief om één lijn te trekken – voorkom oorlog – schept verplichtingen die nu moeten worden waargemaakt. Tot slot biedt extra tijd Washington de gelegenheid om met bewijzen te komen die de wereld overtuigen van de noodzaak Saddam met militaire middelen aan te pakken. Blix heeft gesproken en zijn bedenkingen geuit. De situatie is nu zoals de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Powell, treffend samenvatte: een paar harde conclusies zijn getrokken, maar de publieke opinie is niet tevreden gesteld.