Laatste zaak bepalend in Clickfonds

Voor de Amsterdamse rechtbank is gisteren de laatste Clickfondszaak begonnen, tegen voormalig `beurskanon' Adri S. Er is veel prestige te winnen en te verliezen.

De messen zijn geslepen in de laatste Clickfondszaak, tegen Adri S., de enige hoofdverdachte die het als geuzendaad ziet om met zijn initialen in de krant te blijven komen. Het proces was gisteren nog maar net bezig of zijn advocaat, Micha Wladimiroff, zette de toon. Toen officier van justitie Joost Tonino voor de zoveelste keer het getuigenverhoor van zijn oud-collega Henk de Graaff onderbrak met de opmerking dat de vraag niet relevant was, beet Wladimiroff hem toe: ,,Zullen we de beoordeling van de relevantie aan de rechtbank overlaten?''

Niet dat het de raadsman veel hielp. Ook rechtbankpresident Maarten Mastboom belette voortdurend vragen van de advocaten aan De Graaff, de man die inmiddels weg is bij het openbaar ministerie, maar in 1997 als officier Clickfonds ontketende. Talloze interessante vragen zijn hem te stellen, maar de wet zegt nu eenmaal dat het OM toelichting en verantwoording geeft en niet een ex-officier. Mastboom staat dus op de rem: begrijpelijk wegens de procesorde, maar voor veel aanwezige Clickfondsverdachten gisteren in de zaal frustrerend voor de waarheidsvinding.

Zo zijn er nog steeds witte vlekken rond het begin van Clickfonds. Belangrijk aspect is de rechtshulpprocedure naar Zwitserland, waar justitie de administratie wilde hebben van de daar gevestigde vermogensbeheerder Dirk de Groot. Via die administratie, zo was de hoop, kon worden aangetoond dat er zwart geld via Nederlandse effectenkantoren, waaronder dat van Adri S., werd `witgewassen'. Een gecompliceerde zaak, omdat Bern geen rechtshulp verstrekt voor fiscale delicten. En dus, zo hebben raadslieden steeds betoogd, draaide justitie de Zwitsers een rad voor ogen. Het OM presenteerde Clickfonds niet als een fiscale fraudezaak, maar als complex van strafbare feiten, zoals het nooit bewezen drugshandel, misbruik van voorwetenschap en het witwassen van criminele gelden. Dat gebeurde overigens niet alleen in Zwitserland. Ook in Nederland, zo is inmiddels gebleken, werd de beursfraudezaak overdreven. Uit gespreksverslagen met toezichthouders, uitlatingen in de rechtszaal en persberichten ontstond een beeld dat in een eerder vonnis al werd gekarakteriseerd als ,,zoal niet in sommige gevallen onjuist, dan toch in ieder geval ongenunceerd voorbarig en te sterk aangezet.'' In die sfeer vertrok De Graaff destijds naar Zwitserland om, zoals hij gisteren vertelde, ,,een mondelinge toelichting op het onderzoek'' te geven. Daar, zo vermoeden veel advocaten, is de Zwitsers, om het fiscale voorbehoud te omzeilen, een verkeerd beeld van Clickfonds geschetst.

Maar De Graaff gaf geen krimp. Inderdaad, zei hij, tijdens de bespreking waren ,,vrij algemene, brede vragen'' aan de orde geweest. Maar welke, dat wist hij niet meer. Aantekeningen waren niet gemaakt. Hadden de Zwitsers eigenlijk reden om het fiscale voorbehoud ter sprake te brengen? ,,Dat moet u aan de Zwitsers vragen.'' Waarmee het kringetje weer rond was. Mastboom leek zelf de conclusie te trekken: ,,Misschien zal het wel nooit helder worden'', verzuchtte hij. Toch heeft de rechtbank, die steeds heeft geweigerd om betrokken Zwitserse justitieambtenaren als getuige op te roepen, daardoor zelf óók een verantwoordelijkheid genomen.

De rechtbank lijkt er voor gekozen te hebben de Zwitserse invalshoek op afstand te houden en zich, net als in de recente zaak tegen De Groot, vooral op Nederland te concentreren. Dáár woonden de mensen die via coderekeningen bij bijvoorbeeld Strating Effecten de fiscus ontdoken. Dat strafbare feit, zo lijkt de lijn van de rechtbank te zijn, is voorlopig belangrijker dan allerlei mogelijk ontlastende juridische voorvragen.

De komende weken moet blijken of de zaak zich op deze wijze zal ontwikkelen. De raadslieden van Adri S. hebben al aangekondigd met een Zwitsers deskundigenrapport te komen over het fiscale voorbehoud. Verder zullen zij benadrukken dat het OM met de verdenkingen tegen Adri S. veel te hard van stapel is gelopen. En er zal zich waarschijnlijk een discussie ontrollen over de vraag wat er verwijtbaar is aan de coderekeningen uit de jaren negentig. Eerder zei de rechtbank dat er juridisch niets mis mee is. Maar het OM zal benadrukken dat het bedrijf van Adri S. werd gebruikt als vehikel voor belastingontduiking.

Er staat veel prestige op het spel. In de eerste plaats voor Adri S. zelf, destijds bekend als `koning van Beursplein 5'. S. heeft sinds 1997 als enige Clickfondshoofdverdachte nauwelijks iets tegen justitie gezegdd en bovendien de media gemeden. Maar de aantasting van zijn reputatie heeft hem zwaar getroffen en genoegdoening bij de rechtbank is hem veel waard.

Ook voor het openbaar ministerie is dit laatste proces uit het geruchtmakende `beursfraude'-onderzoek van groot belang. Oogst Justitie succes, dan kan de balans in alle Clickfondszaken in eerste aanleg immers naar de positieve kant uitslaan.