Hirsi Ali moet kunnen zeggen wat ze denkt

Vrouwtje moet haar mond houden. Want ze weet niet waarover ze het heeft. Vrouwtje is een beetje in de war.

Dat is niet alleen de teneur van de reacties van de gekwetste moslimorganisaties in Nederland op de uitspraak van Ayaan Hirsi Ali dat Mohammed `gemeten naar onze westerse maastaven, pervers is'.

Ook min of meer gewichtige blanke niet-moslimmannen zoals oud-minister van Defensie Bram Stemerdink en Volkskrant-columnist Jan Blokker waren er als de kippen bij om Hirsi Ali de mond te snoeren dan wel als enigszins getikt aan de kant te zetten.

Blokker zette zijn eruditie in bij zijn poging `mevrouw Hirsi Ali' onderuit te halen, in zijn Volkskrant-column van maandag 27 januari. In `geen enkele gedegen Mohammed-biografie' had hij iets gelezen waaruit zou kunnen blijken dat de grondlegger van de islam verdorven zou zijn.

Hirsi Ali legde duidelijk uit in haar interview in Trouw van 25 januari waarom ze Mohammed pervers vond. De profeet, al getrouwd met een oudere weduwe, was namelijk verliefd geworden op Aïsja, een negenjarige dochter van een vriend, en wilde haar trouwen. Aïsja's vader vroeg uitstel tot ze de puberteit bereikt had, maar de profeet zei dat het Allah's wil was dat hij de negenjarige als bruid nam. En zo geschiedde.

Het is al de tweede keer in de recente Nederlandse geschiedenis dat deze pederastische liefdesaffaire van de profeet hardhandig onder het tapijt geschoven wordt. Eind 2000 ontstond ophef over een Nederlands-Marokkaanse opera `Aïsja of de vrouwen van Medina', die door het Onafhankelijk Toneel in Rotterdam opgevoerd zou worden. Er kwamen zoveel protesten en dreigementen uit fundamentalistische moslimkringen in Rotterdam en Marokko dat het stuk, geschreven door de Frans-Algerijnse schrijfster Assian Djebar, niet opgevoerd kon worden. De eerste reden voor het protest was dat de vrouwen van de profeet niet uitgebeeld mogen worden op het toneel – ook niet op de Nederlandse bühne.

De tweede reden van het protest was, vertelde regisseur Gerrit Timmers, omdat men zich in moslimkringen ergerde aan het feit dat de profeet als een `geile pederast' werd neergezet, omdat zo zichtbaar werd gemaakt dat hij een tienerbruid had. Dat die feiten volgens de islamoverleveringen vaststaan doet er niet toe je mag er alleen niet over praten. Ook het feit dat Timmers voor de rol van het tienermeisje Aïsja een twintigjarige actrice had aangezocht, om gelovigen niet al te zeer voor het hoofd te stoten, mocht niet baten.

Wat opmerkelijk is aan de vele verontwaardigde reacties op Hirsi Ali's uitspraken van niet-moslims in Nederland, is dat ze zo in de islam-verdedigende houding schieten. Net zoals de Rotterdamse imam El Moumni destijds bij de opera geen kwaad wilde horen van de profeet en Aïsja, zo wil Blokker nu van Hirsi Ali geen kwaad horen over de profeet en Aïsja.

Oud-minister Bram Stemerdink is er ook zo eentje. Hij zei gisteren op radio 1: ,,Je mag best zeggen dat Mohammed pervers is, maar uitgerekend zij mag dat in deze omstandigheden niet zeggen.'' Hij legde niet uit waarom iedereen, behalve Ayaan Hirsi Ali, dat mocht zeggen. Komt dat omdat ze van de PvdA overgestapt is naar de VVD? Komt dat omdat ze Kamerlid gaat worden? Mag een ongelovig Kamerlid geen ongelovige standpunten verkondigen? Ik heb nog nooit gehoord dat een gelovig Kamerlid geen gelovige standpunten mag verkondigen.

De verkettering van Hirsi Ali is niet alleen in moslimkringen, zoals te verwachten was, in volle gang, maar breidt zich ook uit tot de leden van de ongelovige linkse kerk. En dat is bedenkelijk. Het lijkt wel alsof ook hun denken bedwelmd is door het geloof, of het veel gehoorde `respect voor het geloof'. Blokker en anderen suggereren dat Hirsi Ali het spoor bijster is (`ze is een moslim-renegaat') en abnormaal. Maar het omgekeerde is het geval. Blokker cum suis zijn het spoor bijster. Hirsi Ali's observatie dat Mohammed naar moderne maatstaven een perverse tiran zou zijn, is een constatering die normaal zou moeten zijn in een vrije, moderne, seculiere samenleving.

Paul Steenhuis is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Paul Steenhuis