EU-president

Eindelijk gebeurt er iets! Het Frans-Duitse plan voor een EU-president (bedoeld is: voorzitter van die Raad) die door de lidstaten wordt verkozen (bedoeld is: aangewezen) moet worden toegejuicht. De kleinere lidstaten kunnen hiermee hun invloed vergroten. Zij kunnen eisen dat de `president' beurtelings uit een grotere en kleinere lidstaat afkomstig moet zijn; maar ook dat pas na twee of drie presidenten uit een kleinere de beurt aan een grotere lidstaat is.

Met maar dat moet al veel langer nauwe samenwerking tussen de kleinere landen. Geen gelegenheidscoalities zoals de vorige, of `contacten' (NRC Handelsblad van 15 januari) zoals de huidige staatssecretaris van Buitenlandse Zaken wenst, maar een geïnstitutionaliseerde samenwerking. Met, naar het Frans-Duitse voorbeeld, een goed bemande denktank en een top van kleinere staten voorafgaand aan elke Eurotop.

Stemmen de grotere staten hier niet mee in, dan houden de kleinere staten het plan eenvoudig tegen. Eén weigering om te ratificeren, ook van de kleinste lidstaat, en het nieuwe verdrag gaat niet door. Uiteraard wordt binnen iedere staat referendum gehouden. Een echt, geen scherts zoals in Amsterdam, met een kunstmatige drempel voor opkomst en meerderheid. Bij een echt referendum kan één burger van de kleinste staat (dit wordt Malta) een verdrag dat hem niet zint tegenhouden. Als de helft plus één burger tegenstemt kan die lidstaat niet ratificeren.

    • Mr. R. Misset