Debat over normen en waarden is onzin

De roep om een debat over normen en waarden is deels een reactie op een gevoel van onveiligheid. Maar dat gevoel komt vooral voort uit het feit dat de overheid laks is met het handhaven van de wet, meent Menno Lievers.

Het CDA en (demissionair) premier Balkenende steken niet onder stoelen of banken dat zij groot belang hechten aan een debat over normen en waarden. De vraag is of er wel zo'n debat moet komen en wat daarvan de uitkomst kan zijn.

Het CDA geeft voor zo'n debat de volgende argumenten: ,,Waarden en normen binnen een maatschappij of samenleving zijn belangrijk omdat zij aangeven waar binnen die maatschappij of samenleving de grenzen liggen van wat aanvaardbaar en wat onaanvaardbaar gedrag is. Allereerst worden de grenzen aangegeven door het (straf)recht. Handelingen en gedragingen die strafbaar zijn, moeten ten alle tijden [sic] worden vervolgd. Daarnaast is een maatschappelijke discussie nodig over de grenzen van het betamelijke: Wat is fatsoenlijk? De (her)formulering van waarden en normen is van belang voor het opstellen van regels en grenzen die helder aangeven wat wel kan en mag en wat niet. Waarden en normen dragen daarnaast ook bij aan het gevoel van sociale cohesie, onderlinge betrokkenheid en solidariteit.'' En elders: ,,Het antwoord op de gestelde vragen die naar voren komen uit het debat, zullen weergeven wat de heersende waarden en normen in de samenleving zijn en hopelijk hoe het herstel van onder druk staande waarden en normen kan worden bewerkstelligd.''

Deze passages, te vinden op de CDA-normen en waarden website, zijn onthullend, omdat onomwonden wordt gezegd wat de uitkomst van het debat dient te zijn: een opsomming van waarden en normen, waaraan ieder lid van onze samenleving zich dient te houden.

Een belangrijke vooronderstelling van het debat is dus dat er zo'n lijst van normen en waarden te ontdekken valt. Er zijn goede redenen daaraan te twijfelen, aangezien normen en waarden afhankelijk zijn van een bepaalde cultuur. Wanneer het CDA als uitkomst van het debat een lijst van in de Nederlandse samenleving heersende normen en waarden nastreeft, dan wijst het een dergelijk cultureel relativisme af.

De wens om over normen en waarden te debatteren kan dan ook niet los worden gezien van de discussies over de multiculturele samenleving. Het CDA neemt duidelijk stelling in dat debat door zo'n lijst na te streven. Zij schaart zich daarmee aan de zijde van cultuurfilosofen als Paul Cliteur, die heeft betoogd dat het cultureel relativisme de oorzaak is van de morele neergang van onze samenleving, en Afshin Ellian, die op 30 november op de Opiniepagina een pleidooi hield voor een monoculturele samenleving. Cliteurs analyse van cultureel relativisme in zijn recente boek Moderne Papoea's getuigt van weinig nauwgezet onderzoek. Relativisme is een gepaste houding, waar de werkelijkheid ons geen norm verschaft om te bepalen of een uitspraak waar is.

Dit wil niet zeggen dat op het gebied van normen en waarden niets te weten valt. We weten dat het slecht is om willekeurig iemand te martelen. Die ethische uitspraak zouden we zelfs wáár kunnen noemen. Het is dan ook vanzelfsprekend bij wet verboden om iemand te martelen of te vermoorden. In de wet is vastgelegd wat wij na eeuwen nadenken toelaatbaar achten in onze samenleving en wat niet. Daarbij ligt de bewijslast telkens op de schouders van de overheid die bepaald gedrag wil verbieden.

Waar ligt de grens tussen wat de overheid moet verbieden en wat de overheid tegen heug en meug nog moet toestaan? Wij menen dat het gepast is om op 4 mei twee minuten stilte in acht te nemen. Toch is deze norm niet tot wet verheven, noch vinden wij het gek dat in andere westerse landen op dat tijdstip geen 2 minuten stilte in acht genomen wordt. De normatieve uitspraak dat op 4 mei 2 minuten stilte in acht moet worden genomen is in zekere zin waar, maar om uit te leggen waarom dat zo is, moeten we die uitspraak plaatsen in de Nederlandse, historische context. We kunnen het diegenen die geen kennis hebben van die context niet kwalijk nemen dat ze op 4 mei gewoon doorwerken om acht uur 's avonds.

Besef van een dergelijk relativisme is essentieel voor een humane samenleving. Dat laat zien dat de door Cliteur zo vurig verdedigde Nederlandse tolerantie onlosmakelijk verbonden is met pluriforme normen en waarden, binnen de grenzen die de Nederlandse wet stelt. We kunnen niet anders dan concluderen dat de deugd van tolerantie ertoe leidt dat het opstellen van een lijst van uniforme waarden en normen, zoals het CDA wil, niet wenselijk is.

Stel nu, quod non, dat het wel mogelijk zou blijken te zijn een dergelijke lijst op te stellen. Wat zou de samenleving daar nu mee moeten doen? Wat gaan we bijvoorbeeld doen met mensen die weigeren zich te conformeren aan die normen? Er zijn twee mogelijkheden: ofwel we doen niets, en dan heeft het debat geen enkele zin gehad. Of we leggen die normen aan hen op. Dit kan alleen wanneer het CDA voornemens is het door hen opgestelde lijstje te verheffen tot wet.

Deze laatste mogelijkheid roept interessante rechtsfilosofische vragen op over de relatie tussen moraal en wet, waar al enige eeuwen over geschreven en gediscussieerd wordt. Sommige rechtsfilosofen menen dat ons rechtssysteem gedragen wordt door een ons van nature of door God gegeven moreel besef. Anderen menen dat ons rechtssysteem slechts een stelsel van afspraken is. Weer anderen beweren dat moraal en recht niets met elkaar te maken hebben.

Het aanzwengelen van een normen- en waardendebat door het CDA doet vermoeden dat deze partij meent dat er een noodzakelijke relatie bestaat tussen moraal en wet. De uitkomst van dat debat is een lijst van normen die tot wet verheven zouden moeten worden. Maar als dat zo is, kan het CDA verstrikt raken in een contradictie, wanneer het tegelijkertijd volhoudt dat we in Nederland moeten ophouden met gedogen.

Als de uitkomst van het debat over normen en waarden namelijk is dat we voortaan in Nederland softdrugs zouden moeten gedogen, dan is dat een norm die tot wet verheven zou moeten worden. Maar tegelijkertijd zegt het CDA dat we ons gedoogbeleid moeten stopzetten. Dus het CDA wil de wet veranderen onder druk van de publieke opinie, maar tegelijkertijd vasthouden aan diezelfde wet waar zij het niet eens met die publieke opinie. Hieruit blijkt hoe weinig over normen en waarden is nagedacht. Achter de oproep tot een debat over normen en waarden schuilt intellectuele armoede.

Natuurlijk komt de roep om een debat ook voort uit een gevoel van onveiligheid in de samenleving. Maar dat gevoel heeft een heel andere bron dan een gebrek aan normen of waarden of een doorgeslagen relativisme. Dat gevoel komt voort uit het feit dat de overheid te laks is met het handhaven van de wet. Het is toch te gek voor woorden dat een regeringspartij de samenleving oproept tot een debat over normen en waarden, maar niets zegt tegen procureur-generaal De Wijkerslooth wanneer hij verklaart dat het openbaar ministerie `gewone' inbraken niet meer gaat onderzoeken. Hij zegt dan dat hij de wet niet meer handhaaft.

Zo heeft het gevoel van onveiligheid in de treinen natuurlijk alles te maken met de privatisering van dat bedrijf. Een conducteur was ooit een semi-overheidsdienaar die als zodanig kon optreden en behandeld diende te worden. Nu is hij de werknemer van een bedrijf, waar je als klant gaat klagen en genoegdoening gaat eisen wanneer dat bedrijf je een slecht product levert voor je geld. De cohesie in de samenleving waar het CDA over rept, zou hersteld worden wanneer de NS weer `onze' spoorwegen worden en dus genationaliseerd wordt.

Het gevoel van onveiligheid is vergroot door de regionalisering van de politiekorpsen, waardoor vele plaatselijke politiebureaus 's nachts onbemand zijn; om over het niveau van de politie zelf nog maar te zwijgen.

Nee, de enige gedachte die op dit moment een oproep tot een debat over normen en waarden begrijpelijk maakt is het besef dat de overheid niet langer bij machte is de wet te handhaven.

Menno Lievers is filosoof.