De vrienden van Ayaan

Hoe lang gaat Ayaan Hirsi Ali nog mee in de politiek? Het begint een serieuze vraag te worden en dit keer niet omdat ze bedreigd is. Met haar jongste tirade tegen de islam in Trouw lijkt ze vooral zichzelf te hebben beschadigd. Haar polariserende stijl, haar solisme en haar voortdurende hameren op islamitische achterlijkheid, hebben haar geïsoleerd nog voordat ze is ingezworen als Kamerlid. Gerrit Zalm verzekert dat ze nog steeds in aanmerking komt om het woord te voeren over integratiezaken, maar liet tegelijk weten dat er ook andere belangstellenden zijn voor die post. Dat zegt genoeg.

Dat is het lot van zendelingen in de politiek. Ze zijn wel aanlokkelijk als stemmentrekkers maar niet, zodra ze eenmaal aan boord zijn, als losse kanonnen op het dek. Zelf zei Hirsi Ali in het bewuste artikel trouwens ook dat de politiek een `hindernis' is voor haar ideaal. Dat laat zich raden: met grote idealen als de hare (Nederlandse moslims transformeren tot moderne atheïsten) is praktische politiek maar een suffe bedoening. Superster `Ayaan' (1) is een andere rol dan Tweede-Kamerlid A. Hirsi Ali (16).

Intussen is een deconfiture van Hirsi Ali allerminst reden tot leedvermaak. Eerder tot grote zorg. Hoe oprecht wordt er in dit land eigenlijk omgesprongen met het `debat' over de islam en met mensen die daarin uit onze naam als breekijzer mogen dienen? Haar allochtone critici hebben Hirsi Ali nu met hernieuwd elan afgedaan als een getraumatiseerde vrouw, een psychiatrisch geval, maar zelfs de vriendenclub die haar onder leiding van Trouw-journalist Jaffe Vink lanceerde als de Voltaire van de islam reageerde wat besmuikt op haar laatste uitval. Sylvain Ephimenco, die haar eerder zijn `intellectuele verliefheid' bekende en schmierde dat `uw dappere positioneringen in de discussie over de islam niet onderdoen voor uw stralende glimlach en de charmante glinstering in uw ogen', hield het er vanochtend in zijn column zuinigjes op dat haar woorden over de pervert Mohammed `niet bevorderlijk (waren) voor haar imago, onhandig en ook niet helemaal juist'.

De vraag is dan wel waarom Trouw meende die uitspraken, gedaan in een persoonlijk portret en inhoudelijk een herhaling van haar eerdere standpunten, als nieuws op de voorpagina te moeten brengen. Schiet het misschien niet genoeg op met de culturele oorlog tussen ons en de moslims? Sommige delen van die krant lijken zich sinds 11 september 2001 haast te verlustigen in het komende Armageddon tussen de barbaarse islam en het moderne Westen: zie het drieste stuk van Hirsi Ali's journalistieke mentor Vink, vorige week zaterdag, waarin hij tandenknarst over het succes van de PvdA en de `paardendeken' van de nieuwe consensus in Nederland, en handenwringt over het conflict dat ons te wachten staat tussen de moderniteit en de islamitische maar ook meteen de Afrikaanse cultuur, zo vol van achterlijkheid en perverse seks. `Ayaan' was blijkbaar de meest geschikte lont om in het kruitvat te steken.

Zij heeft zich uit volle overtuiging voor die polarisatie geleend, maar vermoedelijk ook zonder te weten wat ze zich op de hals haalde. Ze sprak over moslims die `geen individu zijn' (wat dan? kuddedieren?) en `inwijding' in de moderniteit nodig hebben, een sektarische beeldspraak die suggereert dat we te maken hebben met irrationele aliens en niet met concrete mensen die uit alle macht, én inderdaad met alle licht ontvlambare risico's vandien, proberen hun religie te combineren met het leven in een moderne wereld. Haar elan voor het vrije Westen lijkt op dat van Afshin Ellian (die haar vorig jaar ook al lyrisch omschreef als `deze pracht en trots die in de duisternis van de islam een weg baant naar het licht'), volgens wie een verkiezingsdag hier een `sacraal moment' is, dat hem als individu vervult van `mystiek geluk', een dag waarop het erom gaat dat een natie wordt `gesmeed tot een reële eenheid'.

De trieste paradox is, zowel bij Hirsi Ali als Ellian, dat hier een hevige liefde voor de seculiere samenleving wordt uitgedrukt in precies de termen (inwijding, eenheid smeden, mystiek geluk) die er slecht bij passen. Het zijn de termen van onvoorwaardelijke bindingen, dwingende monocultuur, intolerant secularisme en compromisloze (en dus uiteindelijk anti-politieke) opvattingen. Niet voor niets is voor Hirsi Ali de vrijheid van meningsuiting (waar Mohammed rond 600 volgens haar zo verfoeilijk `tegen was') het belangrijkst. Vrijheid van godsdienst en onderwijs kunnen op de helling. Dat is ze eens met filosoof Paul Cliteur, ook een ideologische vriend, die behalve met het aanbrengen van hiërarchieën tussen culturen ook bezig is met verticaal ordenen van onze grondrechten. Hij vindt de vrijheid van godsdienst achterhaald, en vrije meningsuiting (artikel 7) het fundamentele grondrecht waar andere uit kunnen worden afgeleid. Ook gelovigen mogen immers voor hun mening uitkomen.

Voor de onontkoombare publieke debater Cliteur is dat standpunt natuurlijk begrijpelijk, maar wat moet een gelovige ermee? Godsdienst is niet te reduceren tot een handjevol beargumenteerde meningen (wel eens een gelovige horen zeggen dat hij `van mening is' dat God bestaat?). Een religie is in de eerste plaats een levensbeschouwelijke praktijk, met het recht om kerken te beginnen en scholen op te richten binnen de wet. Wat in de verabsolutering van artikel 7 wordt miskend, is de noodzakelijke spanning tussen onze grondrechten, een samenspel van rechten die keer op keer, aan de hand van de praktijk, tegen elkaar moeten worden afgewogen. Een liberale, pluriforme samenleving bestaat bij de gratie van zulke niet-opgeloste spanningen; ze is bij voorkeur dus juist niet tot een eenheid `gesmeed'.

Wat heeft al die hang naar escalatie, waarin Hirsi Ali als politiek-correct superwapen is ingezet, nu opgeleverd? Het resultaat hebben we afgelopen week op de televisie kunnen zien: de opkomst van een spijkerharde segregationist uit Antwerpen, die ons met onze eigen wapens om de oren slaat. Vrijheid van meningsuiting? Dyab Abu Jahjah, een veel getalenteerder – en gevaarlijker – politicus dan Hirsi Ali, zal er graag gebruik van maken. Daarmee hebben we aan de ene kant een onverdraagzame revolutionaire die moslims voorhoudt dat ze eerst andere mensen moeten worden om mee te mogen doen, en aan de andere kant een bloedlinke etnische activist die hen gezellig wil opsluiten in hun gesegregeerde getto's.

De vriendenclub wordt bedankt.

    • Sjoerd de Jong