Campagne was juist levendig en inhoudelijk

Televisie stompt af. Dat zal wel verklaren waarom ik een hele andere verkiezingscampagne denk te hebben gezien dan Maarten Huygen. Onder de kop `Erger dan Amerika' stelt Huygen paginagroot (NRC Handelsblad, 25 januari) dat de media schuld hebben aan de verwarring die hij bij de kiezer constateert. Dat ligt vanzelfsprekend vooral aan de tv, want die is slechts geïnteresseerd in winnaars, soundbites, emoties, mooie plaatjes en de decolletés van Katja en Bridget. Gelukkig dat Wouter een snel kontje heeft, als tegenwicht.

Huygen schrijft: ,,Geen wonder dat zoveel kiezers twijfelden en snel van mening veranderden. Wie moesten ze nou geloven? Waar ging de campagne over? De slechte informatievoorziening draagt bij aan instabiliteit.'' Laat ik nou denken dat de campagne juist levendig was, inhoud kende, een duidelijke keuze bood, zelfs meer mensen dan de vorige keer naar de stembus bracht. Politiek was en is weer terug in de gesprekken op straat, op de scholen, op het werk en op de markt. En de opkomst was in ieder geval niet erger dan in Amerika.

Ik heb sinds 1989 de meeste campagnes van nabij meegemaakt en deze campagne was volstrekt anders dan de vorige paar keer. In 1994 ontbrak debat. Lijsttrekkers vermeden elkaar. Ze werden, zoals Kok, als staatsman gepositioneerd en werden dus vooral mannen met een imago, maar zonder standpunten. Van Wim Kok herinner ik me slechts een vraag aan campagneleider Istha: ,,Dig, mag ik deze baby vasthouden?''

In '98 wist iedereen dat Paars II zou doorregeren en waren er slechts pesterijtjes. De vorige campagne zou sterk inhoudelijk zijn geworden, ook door de (overigens laat) ontdekte veenbrand in de polder die Fortuyn in volle omvang blootlegde. Tot de 6e mei, toen alles stokte. Maar januari 2003, dat was weer een echte.

Toegegeven, er was veel debat op tv. Maar zoals Huygen het formuleert klinkt dat als een vloek. Debat? Getver. Maar debat is ook informatie, zelfs als er flauwekul omheen zit. In debatten poneert de lijsttrekker standpunten en oplossingen. Moet-ie uitdelen en incasseren, laten zien of-ie overleeft, vertrouwen wekt, waarachtig is of slechts een bedenksel van een campagneteam.

Wat is daar op tegen? Wat is er op tegen om er vanuit te gaan dat de kiezers mede op basis van wat zij als kijkers te weten komen beslissen?

Toegegeven, de kiezer is een andere kiezer dan vroeger. Hij of zij gedraagt zich meer als een veeleisende consument, die onmiddellijk bediend wil worden. Is dat erger dan de verzuilde kiezer van vroeger, die niet hoefde te denken omdat de vakbondsman of de pastoor dat al voor hem hadden gedaan? Is van het ene naar het andere debat zappen niet een teken van verantwoordelijkheidsgevoel en democratisch besef?

Toegegeven, een debat organiseren is niet zo ingewikkeld. Je bestelt een paar lijsttrekkers en wat camera's. Een campagne is meer dan dat. Er mag dus best meer research zijn, dat is nooit genoeg. En peilingen zijn er te veel.

Ik geloof dat Maarten Huygen het Journaal zelfs een complimentje wil geven als hij zegt dat we ,,wel eens wat lijnen trokken''. Ik vind het nogal een karikatuur van wat er is gebeurd, van de thema's die zijn behandeld, van de inhoud die is toegevoegd. Nee, niet de OZB (Onroerendezaakbelasting). Maar de echt belangrijke thema's wel: veiligheid, onderwijs, integratie, jacht op illegalen, de stemming in de LPF-gemeenten, de betrekkelijkheid van de peilingen, de rol van de zwevende kiezer, de verschillende standpunten op bezuinigingsgebied. Al dat soort dingen.

Maar het deugde kennelijk niet. Het grappige is dat Huygen de kranten, ik neem aan inclusief NRC Handelsblad, dezelfde verwijten maakt. Hij besteedt er twee regels aan. Als de tv zichzelf niet dominant vindt, dan maakt de krant het er wel van, door deze wanverhouding in aandacht. En door de karikatuur dat het bij tv alleen maar gaat om lol, mannetjeskwesties en wedstrijdrecensies.

Het Journaal heeft in de afgelopen tijd zijn eigen denken en handelen onderzocht en geconstateerd dat bij veel journalistieke organisaties ook bij de onze preoccupatie weleens in de plaats komt van onbevangenheid. Dat is precies wat bij Huygen aan de hand is. Zijn stuk had al voor de campagne geschreven kunnen zijn. Hij spreekt bij regelmaat over staatstelevisie (de staat betaalt en dicteert in zijn ogen), voortdurend de integriteit van ons journalistiek handelen ter discussie stellend. Huygen ziet zelfs in het lijsttrekkersdebat van het Jeugdjournaal een GroenLinkse samenzwering. Manipulatie dus. Nu is dat verwijt wel in de mode tegenwoordig. Maar daarmee is het nog niet waar.

Hans Laroes is hoofdredacteur van het NOS-Journaal.

    • Hans Laroes