Blix steeds kritischer over Iraks houding

De wapeninspecteurs in Irak gaven gisteren weer een tussenbalans. De wereld reageert, als vanouds, verdeeld.

De tussenrapportage van de chef-wapeninspecteurs aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties schraagt op het eerste gezicht de positie van beide partijen in de discussie over Irak: het gebrek aan klinkende resultaten steunt evengoed degenen die pleiten voor meer inspecties als degenen die menen dat Irak de wereld nu voldoende misleid heeft.

Maar het laatste kamp, geleid door Amerika, kan later met terugwerkende kracht zijn grootste voordeel doen met de tussenrapportage van gisteren. Chef-inspecteur Hans Blix liet zich zeer kritisch uit over Iraks medewerking aan de inspecties. Kritischer dan menigeen van deze behoedzame jurist en diplomaat had verwacht en, belangrijker, kritischer ook dan Blix tot nu toe was geweest.

Op 19 december laakte Blix in de Veiligheidsraad Iraks eigen wapenaangifte van 12.000 pagina's met een eerste vaststelling dat door Bagdad ,,een kans was gemist om veel bewijs te leveren''. Op 9 januari oordeelde Blix in de Veiligheidsraad na bestudering van deze wapenaangifte dat Irak ,,een heleboel vragen'' niet had beantwoord. Gisteren ging Blix in de Veiligheidsraad beduidend verder, bij zijn rapportage over de eerste zestig dagen van inspecties.

Voor het eerst liet hij zich in zijn rol van objectieve rapporteur uit over Iraks houding. ,,Het is niet voldoende om deuren te openen. Inspecties zijn geen spelletje catch as catch can [vrij worstelen]'', zei Blix die de vrijwillige nucleaire ontwapening van Zuid-Afrika (1990) als geslaagd model noemde. ,,Irak blijkt niet zelfs vandaag niet tot de oprechte aanvaarding van de ontwapening te zijn gekomen, waar het om was gevraagd en die het moet uitvoeren om het vertrouwen van de wereld te krijgen en om in vrede te leven.''

Het inspectieregime ,,is niet gebaseerd op de vooronderstelling van vertrouwen'', maar het moet ,,leiden tot vertrouwen''. En daarvoor schiet de actieve en inhoudelijke medewerking van Irak tekort, aldus Blix. ,,Onze Iraakse tegenhangers houden ervan om te zeggen dat er geen verboden zaken zijn en dat ze als er geen bewijs van het tegendeel wordt gepresenteerd het voordeel van de twijfel moeten krijgen, als onschuldig verondersteld moeten worden'', zei hij. ,,Maar veronderstellingen lossen het probleem niet op. Bewijs en volledige transparantie helpen.''

Daarna presenteerde hij een waslijst met nieuwe en al langer bestaande vragen of twijfels over Iraks massavernietigingswapens. Het gaat onder meer de onduidelijke bewaarplaats van het dodelijke zenuwgas VX, 2.000 kilo aan grondstoffen voor onder meer antrax, 550 artilleriehulzen gevuld met mosterdgas en 6.500 chemische bommen. Ook de vondst van duizenden pagina's aan documenten bij een Iraakse wapenexpert, 16 lege raketkoppen in een nieuwe bunker en de illegale invoer van raketmotoren en -onderdelen roept vragen op. Dit gevoegd bij de Iraakse weigering U2-verkenningsvliegtuigen boven Irak toe te laten, zoals VN-resolutie 1441 voorschrijft, en het feit dat ondervragingen van Iraakse wapenexperts niet van de grond komen, brengt Blix tot zijn kritische tussenbalans.

Dat Blix harder was dan zijn collega-wapeninspecteur Mohamed ElBaradei, chef van de nucleaire waakhond IAEA, is verklaarbaar: het VN-team UNMOVIC van Blix, dat zich richt op chemische en biologische wapens en ballistische raketten, heeft alleen al een groter en diffuser onderzoeksterrein.

Ook de tussenrapportage van gisteren biedt, net als de vorige, zelfstandig geen basis voor speculaties over toe- of afnemende kansen op een oorlog. Gisteren bleek opnieuw hoezeer de wapeninspecties de wereldgemeenschap verdelen, zoals vaker in het verleden. Het overgrote deel van de VN, dat of militaire actie zo lang mogelijk wil uitstellen of helemaal wil vermijden, riep om meer tijd van de inspecteurs. En vrijwel zeker krijgen de inspecteurs die ook, al weet nog niemand hoeveel exact. Daarover zal de Veiligheidsraad verder debatteren. Op 14 februari rapporteert Blix opnieuw.

De VS, nog steeds behoorlijk geïsoleerd in de wereldgemeenschap, stelden gisteren vast dat Iraks gebrekkige medewerking weer ,,business as usual'' was. De Amerikaanse VN-ambassadeur Negroponte waarschuwde voor het gevaar dat de Veiligheidsraad opnieuw zou wegzakken in dadenloosheid. De hardliners binnen de Amerikaanse regering betreuren het zonder twijfel dat president Bush de VN-route heeft gekozen en dat de VS nu toch verzeild zijn geraakt in de ,,poppenkast'' van de stroperige wapeninspecties, en dito VN-besluitvorming.

Maar een feit is dat de tussenrapportage van gisteren de geloofwaardigheid van Irak niet heeft versterkt. Als de trend van Blix' toenemende kritiek op Irak zich doorzet en Washington hem de tijd geeft om te rapporteren, kan zich dat vroeg of laat tegen Bagdad keren. Die kritische tussenrapportages kunnen dan een onderdeel gaan vormen van een patroon of dossier van niet-medewerking door Irak, dat de VS willen samenstellen. Of ze daarmee de wereldgemeenschap aan hun zijde krijgen voor een casus belli, valt te bezien. Intussen zullen, als ook de komende weken geen hard bewijs van massavernietigingswapens op tafel komt, de rapportages van Blix in belang toenemen. Als Washington tenminste nog even geduld heeft.

    • Robert van de Roer