Bevindingen van de inspecteurs

Het rapport dat chef-wapeninspecteur Hans Blix gisteren overlegde aan de VN-Veiligheidsraad bevat een reeks feiten en een hoop vermoedens. De belangrijkste bevindingen op een rij.

Irak was al zeer ver gevorderd bij de technische vervolmaking van het dodelijke zenuwgas VX. Dat is misschien wel het belangrijkste nieuwe feit uit Blix' verslag voor de Veiligheidsraad. Uit documenten die UNMOVIC in handen heeft gekregen blijkt dat Irak erin is geslaagd het VX vergaand te zuiveren en te stabiliseren. De houdbaarheid van eventuele clandestiene voorraden VX kan daardoor groot zijn.

UNMOVIC tilt zwaar aan de twaalf 122 mm raketkoppen die in een munitiedepot bij Ukhaydir werden aangetroffen. De koppen, leeg en nog in oorspronkelijke verpakking, waren geschikt voor een chemische lading. Ze lagen in een nieuwe bunker, waaruit wordt afgeleid dat ze niet zijn `vergeten' of `overgebleven', maar zorgvuldig opzij gezet. Irak heeft na de vondst de aanwezigheid van nog vier andere koppen opgegeven. Duizenden vergelijkbare ongeleide raketten zijn nooit teruggevonden.

Het oude vermoeden dat de Iraakse luchtmacht misschien nog 6.500 intacte bommen met zenuw- of mosterdgas bezit, heeft nieuwe steun gekregen. Het blijkt uit het zogenoemde `Air Force document' dat eindelijk is vrijgegeven. Het document geeft een overzicht van de chemische munitie die tussen 1983 en 1998 door de Iraakse luchtmacht werd ingezet. UNSCOM kreeg het stuk in 1998 in handen maar moest het weer afstaan.

Intrigerend is Blix' opmerking dat materiaal en apparatuur uit de – ogenschijnlijk – civiele fabriek bij Al-Fallujah die chloor en fenol produceert, nog nader onderzocht wordt. Daarna zal over vernietiging worden besloten. De suggestie is dat de fabriek nog steeds, zoals voor 1991, wordt gebruikt voor het produceren van wapens.

UNMOVIC heeft het vermoeden dat Irak raketten ontwikkelt die een groter bereik hebben dan de 150 km die bestandsresolutie 687 toestaat. De Al-Samud II, met vloeibare brandstof, en de Al-Fatah, met vaste brandstof, wisten bij tests afstanden van 183 en 161 kilometer te overbruggen. Volgens Irak zullen de raketten in hun definitieve vorm wel onder de 150 km limiet blijven. Maar Blix meldt dat destijds gebombardeerde faciliteiten voor de productie van vaste raketbrandstof weer zijn hersteld. Daardoor ligt een bereik van ver boven de 150 km binnen bereik.

Ondanks het embargo dat nog steeds bestaat (buiten het olie-voor-voedsel-programma) slaagt Irak erin zeer gevoelige grondstoffen en onderdelen voor raketten te importeren. Genoemd worden 300 raketmotoren, chemicaliën, test-aparatuur en geleidingssystemen.

Ten overvloede herhaalt Blix de klacht dat nooit duidelijk is geworden hoeveel Scud-raketten en lanceerplatforms er nog over zijn. Irak zegt nogal wat Scuds verbruikt te hebben bij het testen van een anti-raket programma. Maar het heeft daarover nooit inhoudelijke informatie verstrekt.

Ook is nog steeds onverklaard waar 650 kilo kweekmedium voor het kweken van bacteriën is gebleven. Irak beweert, ten onrechte volgens Blix, dat alle voorraden zijn opgegeven. Het gaat hier om poedervormige voedingsstoffen (met namen als pepton, caseïne en gistextract) die worden bereid uit vlees, melk en gist. Irak kan ze ook zelf maken.

Oud, maar belangrijk, is de klacht dat nooit helder is geworden hoeveel antrax (miltvuur) Irak nog over heeft. Irak zou de opgegeven voorraad van 8500 liter al in 1991 geheel hebben vernietigd maar heeft daarvan nooit bewijzen overlegd. Er zijn volgens Blix sterke aanwijzingen dat Irak meer antrax produceerde dan opgegeven en dat een deel niet is vernietigd.

    • Karel Knip