Balkenende kan niet schrijven

Demissionair premier Balkenende vindt dat immigranten goed Nederlands moeten leren, maar hij moet zijn brief aan de koningin eens overlezen. Die ademt minachting voor de Nederlandse taal, meent René Appel.

Over het mondeling taalgebruik van demissionair premier Balkenende is al het een en ander gezegd. Hij praat veel te snel (`duidelijkheid' wordt bijvoorbeeld `duikeid') en in de wolligheid van met name zijn antwoorden op vragen overtreft hij zelfs het Lubberiaans van een van zijn CDA-voorgangers. De schriftelijke vaardigheden van Balkenende zijn tot nu toe buiten beeld gebleven, maar zijn adviesbrief aan de koningin over de kabinetsformatie biedt een uitgelezen mogelijkheid om die eens aan een nadere analyse te onderwerpen.

Het officiële epistel, afgedrukt in deze krant van 24 januari, begint met de zin: ,,Op 24 januari vroeg u mij advies over de aanvang van de (in)formatiewerkzaamheden voor de totstandkoming van een nieuw kabinet.'' Het is op z'n minst vreemd om een brief die op 24 januari is geschreven, te beginnen met ,,op 24 januari vroeg u mij''. Verder zijn het niet de (in)formatiewerkzaamheden voor de totstandkoming van een nieuw kabinet, maar de (in)formatiewerkzaamheden die moeten leiden tot een nieuw kabinet. Balkenende vervolgt zijn brief met de zin: ,,Namens de CDA-fractie in de Tweede Kamer der Staten-Generaal moge ik u daarop het volgende antwoorden.'' Hier wordt een aanvoegende wijs gebruikt en die past in dit zinsverband volstrekt niet, omdat er geen sprake is van een aanwijzing, aansporing, toegeving of wens. Het is altijd enigszins gênant als iemand zijn taalgebruik mooier, plechtiger of formeler wil laten klinken en daarbij in de fout gaat, zoals hier met moge, waar gewoon mag of kan op zijn plaats was geweest.

We worstelen ons verder door het struikelproza van JPB. ,,De CDA-fractie voelt gegeven de verkiezingsuitslag van woensdag 22 januari 2003 een zware verantwoordelijkheid om haar bijdragen aan het landsbestuur en daarmee het herstel van vertrouwen en wederzijds respect in onze samenleving voort te zetten.'' Ten eerste zou `gegeven de verkiezingsuitslag van woensdag 22 januari 2003' tussen komma's moeten staan. Verder is niet duidelijk over welk vertrouwen of wiens vertrouwen het gaat. Vertrouwen waarin? Ten slotte is het `wederzijds respect' nog obscuurder. Bij wederzijds moet er sprake zijn van twee als zodanig geïntroduceerde partijen, stromingen of personen. Waar het `wederzijds' hier op slaat, blijft verborgen.

De volgende zin is zowaar foutloos: ,,De vorming van een nieuw kabinet zal dan ook zorgvuldig ter hand moeten worden genomen.'' Natuurlijk valt er nog te discussiëren over `zorgvuldig': sinds wanneer nemen politici zich voor om zoiets onzorgvuldig te doen? Maar goed, zo'n stijlfiguur past nu eenmaal in het formele proza van politici. Het is zo'n woordje waar je je ook nooit een buil aan kunt vallen. Balkenende raakte kennelijk in vorm, want aan de volgende zin mankeert ook niets.

Daarna is het echter weer raak, en goed ook: ,,Uit deze analyse (van de informateur, RA) moet blijken welke gevolgtrekkingen worden getrokken naar aanleiding van de verkiezingen.'' Een gevolgtrekking trekken? Mensen trekken een conclusie of maken een gevolgtrekking, en niet naar aanleiding van, maar uit (de verkiezingen). De mp blijkt te lijden aan het voorzetselvirus waar half Nederland zo ongeveer mee is besmet (een vraag naar of richting de sociale partners in plaats van aan de sociale partners). We volgen de adviesbrief. ,,Voorts welke programmatische verschillen en overeenkomsten van wezenlijk belang zijn voor de totstandkoming van een nieuw kabinet.'' In feite borduurt Balkenende hier door op het begin van de voorgaande zin: uit deze analyse moet blijken...

Van een student zou ik in een werkstuk zo'n stilistisch wangedrocht, waarin de hoofdzin ontbreekt, niet accepteren. Overigens is de betekenis ook niet helemaal helder. Welke programmatische verschillen kunnen überhaupt van wezenlijk belang zijn voor de vorming van een nieuw kabinet?

Dan de laatste zin: ,,En die tevens een inventarisatie uitvoert van de bereidwilligheid van de verschillende partijen om de onderhandelingsgesprekken aan te gaan.'' Het woordje `die' moet wel betrekking hebben op de eerder genoemde informateur, maar er zit veel te veel tekst tussen dat zelfstandig naamwoord en het aanwijzend voornaamwoord. Elk stijlboekje meldt dat dit niet aanvaardbaar is. Verder heeft Balkenende het over `de verschillende partijen', alsof hij al eerder heeft gezegd om welke partijen het gaat. Het bepaald lidwoord `de' voor `onderhandelingsgesprekken' is eveneens overbodig.

Het is treurig dat een vooraanstaand politicus, die bovendien de mond vol heeft over immigranten die goed Nederlands moeten leren, zulk kreupel proza produceert – en dat ook nog in een brief aan de koningin. ,,Met de meeste hoogachting'' staat eronder, maar de brief ademt vooral minachting voor de Nederlandse taal.

René Appel is bijzonder hoogleraar Verwerving en didactiek van het Nederlands als tweede taal aan de Universiteit van Amsterdam.

    • René Appel