Zelfhulp van het IMF

Na maanden van vruchteloze onderhandelingen hebben Argentinië en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) toch een akkoord bereikt. De onderhandelingen waren de financiële variant van het kinderspelletje `wie knippert het eerst met zijn ogen'. Gezien de uitkomst – het IMF verstrekt het land een lening van ruim zes miljard dollar – lijken de Argentijnen het intimidatiespel te hebben gewonnen. Maar de lening zal de centrale bank in Buenos Aires nooit bereiken. Het geld stelt Argentinië in staat tot augustus aan zijn financiële verplichtingen jegens het IMF te voldoen en achterstallige schulden aan de Wereldbank en de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank af te lossen. De IMF-lening dient er voor om te voorkomen dat Argentinië op de zwarte lijst van wanbetalers aan de multilaterale financiële instellingen terechtkomt.

De zelfhulp van het IMF is totstandgekomen onder druk van de Groep van Zeven (G-7), de grote aandeelhouders van het fonds, en tegen de zin van de staf van het IMF. Horst Köhler, de directeur van het IMF, heeft nadrukkelijk gewezen op de risico's. Een dergelijk openlijk meningsverschil tussen de directie van het fonds en de grote lidstaten heeft zich zelden eerder voorgedaan. Maar de dreiging van wanbetaling is voorlopig afgewend en de Argentijnse regering krijgt respijt tot de presidentsverkiezingen van 27 april.

Ruim een jaar nadat Argentinië in december 2001 in een financiële en politieke vrije val belandde en het grootste landenbankroet aller tijden afkondigde, is er eindelijk sprake van enige lichtpuntjes. Na de chaotische regeringswisselingen is interim-president Duhalde inmiddels een jaar aan de macht. De economie is na vier jaar krimp voorzichtig begonnen te groeien. De inflatie is niet uit de hand gelopen en de gedevalueerde munt is niet verder weggezakt.

Maar Argentinië is allesbehalve op orde. Nog steeds geven de provincies hun eigen waardeloze papiergeld uit om lokale rekeningen te betalen. Er is geen deugdelijk economisch herstelplan, het banksysteem is failliet, de maatregelen die het IMF in de onderhandelingen eiste worden niet of onvoldoende genomen. Gevreesd moet worden dat een nieuwe regering de politieke wil tot hervormingen zal ontberen.

Het besluit van de G-7 om het IMF te dwingen tot een lening aan Argentinië is in deze omstandigheden dan ook een noodgreep. Het beste wat ervan gezegd kan worden is dat het een pleister is tot de presidentsverkiezingen van eind april en dat het IMF de vernedering ontloopt om een aflossingstermijn van een grote klant te moeten missen. Maar de geloofwaardigheid van het IMF wordt op het spel gezet als de G-7 toestaat dat een land een financieel noodpakket kan afdwingen door glashard niet te wijken. Het IMF moet zich nooit met dergelijke spelletjes inlaten.