`Veel christelijke schoolbesturen niet capabel'

De helft van de besturen van protestants-christelijke basisscholen is ongeschikt om met de steeds grotere speelruimte in het onderwijs om te gaan.

Dat concludeert de Protestants-christelijke Schoolleiders Organisatie (PCSO) na een enquête onder 700 schooldirecteuren. Volgens het onderzoek zegt ruim 40 procent van de directeuren dat hun schoolbestuur onvoldoende kwaliteit heeft om te beslissen over het budget van individuele scholen of om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren.

Volgens voorzitter Emil Veldhuis van de PCSO weten veel schoolbesturen niet goed wat er speelt op scholen, terwijl zij soms directeuren helemaal niet bij hun beslissingen betrekken. Volgens de enquête heeft 10 procent van de schooldirecteuren geen enkele inspraak in de besteding van budget. Veldhuis pleit voor ruimere bevoegdheden aan directeuren om mee te beslissen over huisvesting, personeelsbeleid en financiële zaken. De voormalige ministers Ritzen (PvdA), Hermans (VVD) en demissionair minister Van der Hoeven (CDA) hebben schoolbesturen steeds meer vrijheid gegeven om het financiële beleid van scholen te voeren. Zo krijgen zij een eigen budget voor personeelsbeleid en huisvesting, de zogeheten `lumpsum'. Bovendien sluiten sommige grote schoolbesturen eigen CAO's af met het personeel.

Minister Ritzen begon midden jaren negentig met een bestuurlijke fusiegolf in het onderwijs, met als bedoeling de schoolbesturen professionelere organisaties te maken. Het aantal schoolbesturen is tussen 1995 en 2001 gedaald van 3.446 tot 2.078.

De Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan van de minister van Onderwijs, adviseerde vorig jaar al de macht van de schoolbesturen in te perken ten gunste van de individuele scholen. Zo zouden besturen niet langer mogen verbieden als een school over wil stappen naar een andere vorm van onderwijs, zoals Montessori-onderwijs.