Stripfestival in Angoulême kijkt liefst vooruit

In het Franse Angoulême is voor de dertigste keer het jaarlijkse internationale stripfestival gehouden, het grootste in zijn soort van Europa. Een aantal exposities is nog te zien.

Op het busstation in het centrum van de Franse provinciestad Angoulême staan elk jaar van 23 tot en met 26 januari twee reusachtige tenten. Uitgevers presenteren daar hun nieuwste boeken, die door een leger aan auteurs worden gesigneerd. Buiten de tenten hangen jongeren rond; strips lezend, rokend of verveeld wachtend tot hun vrienden in de tent eindelijk aan de beurt zijn. De rijen bij de auteurs zijn namelijk astronomisch. Op de parkeerplaats produceert een bont beschilderd Volkswagenbusje keiharde punk- en rapmuziek en staan wat bobo's uit te puffen in een bleek zonnetje. Zij hebben zojuist zaken gedaan in de `Espace professionel', de tent waar uitgevers elkaar ontmoeten onder het genot van gesponsorde glazen wijn.

Jongeren, stripprofessionals, verzamelaars en dagjesmensen die afkomen op de talloze exposities, waarvoor je minimaal twee dagen moet uittrekken, vormen het publiek (geschat op een kleine 200.000) van het Festival international de la bande dessinée, het grootste stripfestival van Europa, dat dit jaar haar dertigste editie beleefde. Waar andere stripfestivals kampen met een vergrijzend publiek en voornamelijk worden bezocht door verzamelaars, weet Angoulême verschillende groepen aan te spreken.

Zo wordt het festival bezocht door touringcars vol scholieren, die zich onder begeleiding van een leraar klassikaal door de exposities in musea en galeries heen werken. Een andere pijler van het festival is de lawine aan prijzen. De belangrijkste daarvan is de Grand Prix de la ville d'Angoulême. Die oeuvreprijs werd zaterdag toegekend aan de Franse auteur Régis Loisel, die bekend werd met de vijfluiken Op zoek naar de tijdvogel en Peter Pan. Ook dat is een handreiking naar de jeugd, want Loisels tekenstijl is al jarenlang een groot voorbeeld in het fantasy-genre en dat is op dit moment onvergelijkbaar populair. Dat belooft iets voor de volgende editie, want de winnaar van de Grand Prix is het daaropvolgende jaar de `président' van het festival en heeft een grote stem in de organisatie.

Dit jaar was François Schuiten (bekend van de reeks De duistere steden) de eregast, maar de door zijn andere multi-mediale werk opgebouwde, hooggespannen verwachtingen werden door hem niet ingelost. Zijn Théâtre des images zag er weliswaar spectaculair uit, maar inhoudelijk bleek het te mager.

Een onverwacht hoogtepunt was de tentoonstelling rond de fictieve stripheld Monsieur Ferraille. Dit vergeten stukje Franse stripgeschiedenis is zo omvangrijk dat je langzamerhand het gevoel bekroop dat dit wel eens een fake-overzicht zou kunnen zijn. Het cynisme van de robotheld MF versterkt dit gevoel nog eens, maar door de perfect nagebootste details – zelfs de plakbandjes bij de oude tijdschriften zijn vergeeld – blijf je lang twijfelen. Ferraille zou in de jaren twintig zijn bedacht door het duo Walt en Gonzo, wier carrière vervolgens een duizelingwekkende vlucht nam. Tekenfilms (waarvan een paar prachtig uitgevoerde nep-affiches hangen), overvloedige merchandizing (een `nagebouwde' kinderkamer uit de jaren vijftig) en zelfs plannen voor een pretpark (een maquette die bol staat van zieke grappen) tonen de reikwijdte van hun opmerkelijke cartoonimperium aan.

Zoals altijd was ook de expositie in het nationale stripmuseum van Angoulême (CNBDI) voorbeeldig van opzet. Dit keer stond het Musée Imaginaire centraal. Het museum was opgedeeld in submuseumpjes voor onder andere volkenkunde, geschiedenis, kunst en een natuurkundige afdeling. Zo werd in het natuurkundige museum de evolutie van de striphond uitgelegd. Van een echte viervoeter zoals Idéfix tot aan de antropomorfe, tweebenige striphonden van Walt Disney.

Buiten sta je dan opeens oog in oog met een luidruchtige, folkloristische muziek- en dansgroep uit Korea, die reclame maakt voor hun overzichtsexpositie van de (Zuid-)Koreaanse strip. Korea kent een gigantische stripproductie waarvan slechts weinig vertaald is. De rijke geschiedenis, de voorbeelden van alle Koreaanse stromingen en het gebruik van gadgets, zoals de in Korea populaire strips via de mobiele telefoon, was voor velen een eye-opener.

De organisatorische professionaliteit van het jubilerende festival is indrukwekkend. Het was dan ook opmerkelijk dat er zo weinig werd teruggekeken naar de geschiedenis ervan. Er werd een Rue Hergé geopend door het Belgische prinsenpaar Philippe en Mathilde, maar verder werd er nauwelijks aandacht besteed aan dertig jaar Angoulême. Dat wekte bevreemding, maar de keuze om alle energie te steken in een prima editie, waarin werd aangetoond dat de `negende kunst' nog steeds springlevend is, is prijzenswaardig.

Verschillende exposities worden geprolongeerd, zoals Musée Imaginaire in het Centre National de la Bande Dessinée et de la Image. www.fibd.labd.com

    • Gerard Zeegers