Poetin wil meer tijd voor inspecties in Irak

De Russische president Poetin heeft vanochtend de Britse premier Blair laten weten dat de wapeninspecteurs in Irak meer tijd moeten krijgen. Poetin zei in een telefoongesprek met Blair dat de inspecteurs in overeenstemming met VN-resolutie 1441 hun werk moeten voortzetten, aldus een woordvoerder.

De Europese leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties willen dat de wapeninspecties in Irak worden voorgezet. Hierover zijn de ministers van Buitenlandse Zaken van Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en Spanje het vanmorgen eens geworden. Ze hebben niet gezegd hoe lang de inspecties moeten doorgaan. Volgens de Franse minister, Dominique de Villepin, krijgen de wapeninspecteurs ,,misschien enkele weken, of maanden'' de tijd. De ministers van Buitenlandse Zaken van alle vijftien landen van de Europese Unie proberen vandaag een gemeenschappelijk standpunt over Irak te formuleren.

De EU-voorzitter, de Griekse minister Papandreou, wil de grote meningsverschillen tussen de EU-lidstaten omzeilen met een gemeenschappelijke verklaring waarin wordt vastgelegd waarover de EU het eens is. Voorafgaande aan de bijeenkomst van alle EU-ministers had hij vanmorgen een bijeenkomst belegd met ministers van de vier landen die momenteel lid zijn van de Veiligheidsraad.

Volgens Griekse diplomaten hebben de Franse minister De Villepin, de Duitse minister Fischer, de Spaanse minister Palacio en hun Britse collega Straw geen antwoord gegeven op de vraag of een nieuwe VN-resolutie nodig is voordat een oorlog tegen Irak begonnen kan worden. De ministers zijn het wel eens geworden over enkele algemene principes inzake Irak.

Ze willen dat de Veiligheidsraad op basis van de bestaande resolutie 1441 en het rapport dat het hoofd van de wapeninspecties, Blix, vanmiddag zou presenteren, een besluit neemt over eventuele verdere acties tegen Irak. Hoe lang inspecties worden voortgezet zal afhankelijk zijn van de wijze waarop Irak bereid is tot samenwerking. De vier EU-landen willen proberen binnen de Veiligheidsraad consensus over het verdere beleid ten aanzien van Irak te bereiken. Ze verklaren alle mogelijke diplomatieke middelen te willen gebruiken om een oorlog te voorkomen.

De vier ministers sloten vanmorgen een voorlopig mondeling akkoord. Na hun bijeenkomst moesten EU-diplomaten een schriftelijke versie van het akkoord maken, die vanmiddag aan alle EU-ministers van Buitenlandse Zaken zou worden voorgelegd. Het is de eerste keer dat de EU-leden van de Veiligheidsraad onder leiding van het EU-voorzitterschap hebben overlegd over een gemeenschappelijk standpunt. Bij het gesprek was ook de minister van Buitenlandse Zaken van de vijfde grote EU-lidstaat, de Italiaan Frattini, aanwezig. Hij vertegenwoordigde het EU-voorzitterschap van de tweede helft van dit jaar. Bovendien namen Javier Solana, de EU-buitenland coördinator, en eurocommissaris Chris Patten, aan het overleg deel.

De Britse minister Straw zei voorafgaande aan het overleg dat Irak ,,weinig tijd meer heeft''. EU-diplomaten rekenen Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Denemarken en Nederland tot de landen die de meeste bereidheid hebben om zich bij de Verenigde Staten aan de sluiten wanneer dat land tot oorlog besluit. Duitsland is het enige land dat zich tegen oorlog heeft uitgesproken, maar ook Griekenland en België voelen weinig voor een gewapend conflict met Irak. Frankrijk probeert tijd te winnen, maar sluit deelname aan de oorlog tegen Irak niet uit.