Poepluiers

Waarom zou ik onder de indruk moeten zijn van die vierde Grand Slam-titel van Serena Williams? Serena is maar een opgezwollen peuter die met haar 21 lentes net uit haar poepluiers lijkt te zijn gestapt. André Agassi dan? Nog maar drie maanden verwijderd van de leeftijd van Jezus Christus toen hij op het kruis stierf, heeft de Las Vegas Kid gisteren in Melbourne zijn achtste GS-titel veroverd. Opa Andre brengt het perswereldje in extase: de penopauze loert maar aan het net blijft Agassi zijn artrose de baas!

Even serieus, wat stellen die 33 jaren nou voor? Geef mij maar Martina Navratilova. In Melbourne heeft de Amerikaanse met haar zege in het gemengd dubbelspel haar 57ste Grand Slam-trofee binnen gesleept. Martina is 46 jaar plus drie maanden. In 1974 veroverde ze haar eerste titel. Nu, 29 jaar later, draagt Navratilova een bril en tussen twee opvliegers door laat ze tegenstanders die haar kinderen zouden kunnen zijn alle hoeken van de baan zien. Van de puberteit naar de overgang en terug. Want, laat daar geen misverstand over bestaan, de kracht van deze kampioene is in feite haar zwakte: zoals tal van sporters op leeftijd heeft Martina zich nooit bij de universaliteit van de biologische wetten kunnen neerleggen. Haar gewrichten piepen en knarsen, haar huid plooit en scheurt, haar tanden zitten losser in het vlees, maar onder een kapsel van steeds dunner wordend haar huist de grijze massa van een adolescent.

Die verbetenheid van Martina is feitelijk niets anders dan een puberale weigering het in gang gezette ouderdomsproces te aanvaarden. Dat herken ik van heel ver, ik die nooit aan topsport heb gedaan maar toch door het virus van de onmogelijke status quo ben geïnfecteerd. Ik zie nog het jongetje van twaalf getooid in het eerste Adidas-trainingspak van zijn prille sportleven. Azuurblauw en natuurlijk veel te groot, want zo'n dure aankoop moest zeker nog een paar jaar mee. Mei 1969, de gulle Provencaalse zon scheen op de atletiekbaan van Arles en de lat lag op 1.30 meter. Eerste aanvangshoogte, allereerste wedstrijd. Op de training sprong ik regelmatig twintig centimeter hoger dan die 130 centimeter en een eerste record stond logischerwijs voor die dag gepland. Ik staarde naar de lat als een haas naar de koplampen van de auto die hem over enkele seconden gaat verpletteren. Mijn lijf werd van steen en mijn kuiten van beton. Als een houten Klaas die zeven passen moet overbruggen om vervolgens drie keer tegen die lat te knallen. Aanvangshoogte gemist, retourtje tranendal. Dan maar opstaan voor een nieuwe en laatste aanloop, dit keer richting de kleedkamer, met in het hart de woede van de gehele wereld. Waarom in godsnaam heeft die woede me nooit meer verlaten? Was ik maar ouder en rustig geworden in plaats van achter dat jongetje van twaalf te blijven aanhollen.

Afgelopen vrijdag, 34 jaar later, stond ik voor het gesloten hek van de atletiekbaan. Het was een zware dag geweest: om vijf uur op om dat lange stuk voor de zaterdagkrant af te maken en vervolgens de vrijdagcolumn. Het was laat en donker en ik had al drie keer getraind sinds zondag, maar alleen al het idee om deze vierde training te laten schieten werd ondraaglijk. Voor je het weet neemt het twaalfjarige jongetje zo'n voorsprong op je dat je hem definitief uit zicht verliest. En dan merk je pas hoe hard het de laatste jaren met je haaruitval is gegaan.

Maar het hek was gesloten en die vervloekte beheerder vertrokken. Staande voor het hek probeerde ik alles en iedereen mobiel te bellen om mij aan een sleutel te helpen. Tevergeefs. Als een dwaas begon ik aan het hek te rammelen: laat me binnen, de ouderdom zit me op de hielen! De zware ketting liet hetzelfde geluid horen als een metalen lat die van een hoogte van 130 centimeter plots naar beneden dondert. En toen besefte ik hoe beschamend de situatie was. Hoe belachelijk die vent niet was die met zijn grijze haardoos midden in de stad aan een hek rammelde. Een woeste man met exact dezelfde leeftijd als Martina Navratilova.

    • Sylvain Ephimenco