Nog nooit was de Tweede Kamer zo onervaren

De gemiddelde parlementaire ervaring daalt pijlsnel, constateert politicoloog Joop van den Berg. De Tweede Kamer waarvan vandaag de precieze samenstelling bekend wordt gemaakt, is zelfs de meest onervaren ooit.

Wie kent het Tweede-Kamerlid Duymaer van Twist nog? Het antirevolutionair Kamerlid was in meer dan een één opzicht een opmerkelijk figuur, vertelt de politicoloog en oud-senator Joop van den Berg. Hij was het langstzittende Kamerlid ooit, van 1891 tot 1946, ,,al geloof ik niet dat hij in al die jaren zo veel bijzonders heeft gepresteerd', vertelt Van den Berg. ,,Wel heeft hij het `Leve de Koningin!' na het voorlezen van de troonrede ingevoerd.'

Duymaer van Twist was, gemeten naar het aantal Kamerjaren, ook in zijn tijd een uitzondering. ,,Maar vierentwintig jaar Kamerlidmaatschap was in de jaren vijftig nog heel gewoon,' vertelt Van den Berg. ,,Dertig jaar en langer kwam ook geregeld voor.' Kom daar nu nog maar eens om. ,,Tegenwoordig is het na twaalf jaar wel zo'n beetje op.' En de Tweede Kamer, waarvan vandaag de exacte samenstelling door de Kiesraad bekend wordt gemaakt, kent 55 nieuwelingen. Precies de helft van de 150 parlementariërs heeft één jaar ervaring of minder. Daarmee is de nieuwe Tweede Kamer de meest onervaren Kamer ooit.

Een alomvattende oorzaak van de teruggang in ervaring kan Van den Berg niet geven, maar verminderde partijtrouw speelt daarbij volgens hem zeker een rol. ,,De politieke verhoudingen zijn daardoor minder stabiel geworden. Er zijn grote schommelingen in de zetelaantallen en de samenstelling van de Kamer verandert daardoor doorlopend.'

Van den Berg vindt dat een probleem, zeker met het oog op het alom geuitte verlangen naar meer dualisme tussen kabinet en parlement en het streven meer politiek tegenwicht te bieden aan de machtige ambtenarij. Door hun grotere ervaring hadden Kamerleden vroeger meer gezag dan tegenwoordig. ,,Je bouwde vroeger als Kamerlid langzaam aan een carrière, dat gaf gewicht en gezag. Veel Kamerleden beheersten het politieke vak dan ook beter dan de minister en konden het hem bijzonder lastig maken. Dat is nu absoluut niet meer zo. De ministers en staatssecretarissen zijn vaak ervarener dan de Kamerleden door wie ze gecontroleerd moeten worden. En dan hebben ze ook nog eens een heel team van ambtenaren dat hen terzijde staat. Dat geeft een enorme voorsprong, die bijna niet meer in te lopen is. Ministers krijgen het daardoor zelden echt lastig. Alleen een zeer getalenteerd Kamerlid kan het gebrek aan ervaring compenseren. Jan Marijnissen (sinds 1994) en Femke Halsema (sinds 1998) zijn daarvan goede voorbeelden. Zij hebben zich het parlementaire metier snel eigen gemaakt.'

Het gebrek aan ervaring leidt volgens Van den Berg tot `pupillenvoetbal': ,,Als er iets aan de hand is, stormt iedereen erop af.' Door zo willig toe te geven aan deze `evenementendemocratie' komt de Kamer volgens Van den Berg niet toe aan een evaluatie van haar functioneren. ,,Daardoor heeft de Kamer gezag verloren, en daar maak ik mij zorgen over.'

Van den Bergs zorgen worden in de Tweede Kamer zelf niet door iedereen gedeeld. Oud-Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA) bijvoorbeeld, zelf goed voor bijna 22 parlementaire dienstjaren, is een heel andere mening toegedaan. ,,Ik vind dat er nu een goede mix is van ervaren en nieuwe Kamerleden', zegt zij. ,,En we moeten het belang van de procedures ook niet overdrijven. Ze wijst op de bredere betekenis die de volksvertegenwoordiger ook in de samenleving hoort te hebben. Een politicus die het grote publiek op heldere wijze politieke keuzes kan voorleggen, is volgens haar net zo'n parel voor de democratie, als een parlementariër met veel staatsrechtelijke kennis. ,,In de politiek gaat het in de eerste plaats om de inhoud van het debat en het maken van keuzes. De procedures en het staatsrecht kunnen nieuwe leden zich best redelijk snel eigen maken als ze dat willen. Na het lezen van een boek kun je je al heel aardig redden.'

Haar opvolger, huidig Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD), kan zich meer bij Van den Bergs zorgen voorstellen. ,,Laat ik zeggen dat, wanneer ik de kandidatenlijsten van de partijen had mogen bepalen, quod non, ik vijfenzeventig nieuwe leden binnen een jaar wat te veel van het goede had gevonden.'

Over de kieslijsten van de partijen gaat Weisglas niet, over de werkwijze van de Tweede Kamer des te meer. Om het hoofd te kunnen bieden aan de dreigende teloorgang van de kennis van het politiek bedrijf, `moeten' de nieuwelingen bij hem, de griffier en enkele ambtenaren op cursus. Morgen is de eerste les. ,,We beginnen met heel basale dingen, zoals een rondleiding door het gebouw. Daarna komen kwesties aan de orde als het vragenuurtje. Hoe zit dat in elkaar en wat voor soort vragen stel je op welk moment. Mijn klasje is overigens niet het enige hoor. Wim van de Camp (CDA) heeft ook veel tijd besteed aan het opleiden van de vele nieuwe CDA-fractieleden na de verkiezingen van vorig jaar. Maar hij besteedt aandacht aan andere zaken, zoals voor welke journalisten ze op hun hoede moeten zijn, haha.'

Van de Camp bevestigt dit, en hij schaamt zich er niet voor. ,,Een politicus heeft de pers nodig, maar de pers denkt zelf ook mee. Als politicus moet je wel beseffen dat het belang van de pers niet het jouwe hoeft te zijn.' Van de Camp behandelt de politiek vooral als spel. ,,Inhoudelijk hoef ik de nieuwe fractieleden niet bij te scholen. Ik leer ze de mores en de procedures. Hoe speel je het politieke spel zo goed en effectief mogelijk? Timing is daarbij heel belangrijk. Neem het vragenuurtje op dinsdag. Het heeft geen zin om je vragen op dinsdagmiddag om 12 uur in te dienen, dan ben je veel te laat. Je moet voorkomen dat andere partijen een actueel onderwerp `kapen'. Dus leg ik uit hoe je de griffie in het weekend kunt bereiken, zodat je `eigenaar' wordt van het onderwerp.'

Volgens hem heeft het debacle van de LPF het nut van klasjes als die van Weisglas en die van hemzelf nog eens bewezen. ,,De grote fout die veel LPF'ers hebben gemaakt, is dat ze dachten dat ze de mores en de procedures niet nodig hadden om hun boodschap te verkondigen. Een goed Kamerlid maakt juist gebruik van die regels om een zo goed mogelijk resultaat te boeken.'

Kamervoorzitter Weisglas hoopt met zijn eigen klasje vooral de grootste lacunes in staatsrechtelijke kennis en procedures te kunnen vullen. Hij beklemtoont dat deze aanpak niet het wegvallen van staatsrechtelijk deskundige parlementariërs als Rehwinkel (PvdA), Te Veldhuis (VVD) en Van Oven (PvdA) kan compenseren. ,,Op het gebied van kennis van het staatsrecht was dat wel een aderlating. Het zou goed zijn als daarvoor iets in de plaats kwam.'

Daarnaast wil Weisglas doorgaan met het hervormen van de werkwijze van de Kamer om het politiek debat weer aantrekkelijk te maken voor de buitenwereld. Ook dat kan volgens hem het gezag van de Tweede Kamer vergroten. Dat kan onder meer door de spreektijd kort te houden en het ,,enorme aantal' commissievergaderingen en moties terug te dringen. Van die laatste werden er alleen al tijdens het laatste begrotingsdebat tussen de vier- en vijfhonderd ingediend. Politicoloog Van den Berg: ,,Vroeger was er paniek in de tent als er een motie werd ingediend. Nu maakt een minister zich zorgen als er géén motie tegen hem wordt ingediend.' Weisglas zegt: ,,Een minister moet weer sidderen als er een motie tegen hem wordt ingediend. En dat kan alleen als het middel spaarzaam wordt toegepast. Alleen dan wint dit instrument weer aan scherpte.'

    • Arnoud Veilbrief