`No worries, mate!' klinkt steeds fletser

Zorgen kwellen Australië, zo bewezen de gisteren beëindigde Open Australische tenniskampioenschappen op Melbourne Park.

Uit vrees voor de brandende zon ging vrijdag het dak dicht van de Rod Laver Arena op Melbourne Park. Het was een praktische daad, met temperaturen die gaandeweg de dag opliepen tot veertig graden. Bedoeld om spelers en toeschouwers in bescherming te nemen tegen de moordende hitte die de Open Australische tenniskampioenschappen ook dit jaar weer trof.

Maar de symboliek van het gesloten dak reikte verder, veel verder zelfs, en maar weinig Australiërs die de stille boodschap niet begrepen op het moment dat de toernooileiding besloot het tennisstadion hermetisch af te grendelen van de boze buitenwereld. Vraag was alleen of John Howard, de Australische premier die dezelfde avond vanaf de tribunes toekeek bij de halve finales van het mannenenkelspel, de stille hint zou (willen) oppikken.

Steeds fletser klonk de afgelopen veertien dagen dat ene betoverende zinnetje dat de opgeruimde Australische volksaard zo treffend verwoordt: No worries, mate! Als het al te horen was. Want zorgen hebben de Australiërs dezer dagen in overvloed: delen van het land staan letterlijk in brand, voor de kust doemen schepen vol vluchtelingen uit Azië op en duizenden kilometers verderop dreigen honderden inmiddels uitgezonden landgenoten meegezogen te worden in een oorlog, die voor een meerderheid van de bevolking een ver-van-mijn-bed-show is.

Ingetogen was gisteren dan ook de viering van Australia Day, de dag waarop het land herdenkt dat in 1788 de eerste Britse zeelieden voet aan wal zetten in wat later de strafkolonie Australië werd. Het afsteken van vuurwerk was verboden. In het vooral zaterdag snikhete Melbourne (44 graden) zwegen dit weekeinde de vuurspuwende pilaren die, gelegen aan de boorden van de Yarra River in het drukke uitgaanscentrum van de stad, doorgaans veel bekijks trekken.

Wie je de voorbije dagen ook hoorde of sprak op Melbourne Park, over één ding waren de Australische tennisfans het roerend eens: Australië heeft niets te zoeken in Irak, zeker niet zolang de Verenigde Naties geen goedkeuring hebben verleend aan een eventuele oorlog. ,,Laat Howard eerst de branden in eigen land blussen, voordat hij elders de boel in de fik steekt'', viel vorige week te beluisteren op Gardens Square, het gazon op het tennispark waar de fans zich verzamelen.

The Red Menace (Het Rode Gevaar) heeft een spoor van vernieling getrokken door Australië, en het einde lijkt (nog) niet in zicht. Schrijnend waren vorige week de tv-beelden van de ontgoochelde Robert DeCastella. Met tranen in zijn ogen keerde de vermaarde marathonloper uit de jaren tachtig terug naar zijn tot de grond toe afgebrande huis aan de rand van Canberra. Uit de puinhopen viste hij een door het vuur aangevreten medaille op, die de voormalige winnaar van onder meer de marathon van Rotterdam ooit won in zijn rijke en lange carrière.

Maar de ernst leek nauwelijks door te dringen tot Australiërs, gewend als ze zijn aan de bijna jaarlijks terugkerende vuurzee in hun vooral `s zomers kurkdroge land. Een Belgische tiener moest hen vorige week wakker schudden. ,,Och, er zijn ergere dingen in het leven'', relativeerde Kim Clijsters (19) nadat haar vriend, de Australische titelkandidaat Lleyton Hewitt, was uitgeschakeld. ,,Neem die bosbranden. We gaan toch niet jammeren om een verloren tenniswedstrijd?'' Het was een verfrissend geluid, afkomstig van een speelster die door haar verhouding met 's lands beste tennisser als een halve landgenote wordt omarmd.

Aussie Kim zei wat vele Australiërs dachten, maar niet durfden of niet wilden zeggen. Sport is immers religie in het land dat met slechts achttien miljoen inwoners opvallend veel kampioenen heeft voortgebracht, en dat tot op de dag van vandaag doet. Maar het was opvallend te zien hoe gelaten de toeschouwers maandag, een dag na het inferno in Canberra, reageerden op de voortijdige aftocht van hun nummer één van de wereld. Dan nog maar een jaartje wachten op de eerste Australische zege sinds 1976, toen de ongeplaatste Mark `Eddo' Edmondson zegevierde op wat toen nog het grastoernooi van Kooyong was.

Sport was jarenlang een van de weinige lijntjes die Australië onderhield met de grote boze buitenwereld. Aan prestaties van excellerende landgenoten ontleende een groot deel van de bevolking van het verafgelegen en door de rest van de wereld vaak genegeerde subcontinent in zekere zin haar bestaansrecht. Het is volgens vele sociologen dan ook een van de belangrijkste verklaringen voor de onvoorwaardelijke liefde die de Aussies koesteren voor sport in het algemeen, en cricket, rugby en Australian football in het bijzonder.

Die liefde gaat ver. Toen zondag de tv-beelden vanuit Canberra doordrongen, kwam niemand op het idee om het tennistoernooi een dag stil te leggen uit respect voor de vier doden en de honderden ontheemden. Een dag later dreven de stille maar bovenal cynische getuigen boven Melbourne Park: flarden rook, overgewaaid uit de ongeveer zeshonderd kilometer verderop gelegen hoofdstad.

Australië is Australië niet meer, en de traumatische schok van de aanslag op Australische toeristen, in oktober op Bali, ijlt nog na in het immense land dat nu zowel van intern (bosbranden) als extern (vluchtelingen en vermeende moslim-extremisten) wordt bedreigd. Tegen die achtergrond brengt zelfs sport tennis in dit geval niet langer de gewenste afleiding. Totdat vrijdag het dak van de Rod Laver Arena dicht ging en veel Australiërs daarin een symbolische terugkeer herkenden naar veiliger tijden.

    • Mark Hoogstad